
31 maart 2026: Gerben van der Waals heeft een vraag: “Dag allemaal. Graag zoek ik jullie hulp bij het ontrafelen van het verleden van mijn recent aangekochte auto. Het betreft een originele Nederlandse Land Rover Defender 110 hcpu box model uit 1984. Deze is direct vanuit de fabriek (en mogelijk de special division afdeling - hier zit een sticker van op) in de kleur bronze green naar de importeur gegaan, Austin Rover. Daar, of door de special division afdeling, is waarschijnlijk de box er op gekomen en is deze overgespoten in de originele en welbekende ct-sandglow kleur. Vervolgens heeft de auto maar liefst de gehele periode van de Camel Trophy, 17 jaar lang, op naam gestaan van de importeur (tot 2001). Waarschijnlijk is de auto al die tijd als support vehicle door Austin Rover uitgeleend aan WBI Nederland (worldwide branch inc), de marketing organisatie achter de Camel Trophy.
Na 2001 is de auto mogelijk opgekocht door het bedrijf Adventure Experience, van Gerard Blankenstein. Deze stickers zitten er nog op. Daarna is de auto in handen gekomen van particulieren die er wat aanvullende stickers op hebben geplakt. Verder is de auto nog zo goed als origineel.




































































































































17 december 2018: Willy Bels uit Leopoldsburg in België zag als tienjarige vaak een gele Plymouth Convertible uit 1951 rijden. Deze cabriolet werd indertijd verkocht door garage Nova uit Sint-Truiden. De auto viel op omdat er toen nog zo weinig auto's op de weg reden en natuurlijk door z’n model en kleur, waardoor hij opviel tussen de oude hoekige vooroorlogse modellen, die toen ook al weinig rondreden.






























Handelsmaatschappij Hart Nibbrig & Greeve aan de Parkstraat in Den Haag was aanvankelijk in hoofdzaak importeur van auto’s en motoren. In 1948 toen de vraag naar auto’s groot was en het aanbod uit het buitenland klein, zag Greeve kansen voor een eigen autoproductie. Hij koos voor een variant van de IFA-Zwickau tweetakt, de latere Trabant. Een financiële injectie van de Handelsbank maakte het mogelijk enkele ingenieurs over te laten komen uit Chemnitz met in hun koffer tekeningen van een op de DKW geïnspireerde auto. Aan de hand daarvan werd een schaalmodel gemaakt. Hierna bouwde de firma Pennock aan de Binckhorstlaan in Den Haag een chassis dat werd voltooid onder leiding van Rinus Bruijnzeel, die chef was van de werkplaats van HNG. Toen duidelijk werd dat het verder ontwikkelen en opzetten van een productielijn veel meer geld ging kosten dan aanvankelijk was begroot, trok de Handelsbank zich terug. Uiteindelijk werd er slechts één auto geproduceerd, waar Rinus Bruijnzeel nog jaren mee heeft gereden.










































7 januari 2015: Jan van der Lit is bezig met de voorbereidingen van een jubileumboek voor de Algemene Buggy Club. Hiervoor is hij onder andere op zoek naar het toenmalige adres van het bedrijfspand waar de Hustler buggy's werden gebouwd. Deze buggy's werden gefabriceerd door de firma 'Arnhems Proto Conversions'. De eigenaar, de heer C.J. Dingjan, bracht in 1972 de Hustler buggy op de Nederlandse markt. In de beginperiode breekt er brand uit in het bedrijf, waarbij de gehele voorraad en mallen in vlammen zijn opgegaan. Het bedrijf was vermoedelijk gelegen in Elst (Gld). Wie kan Jan aan het adres helpen?


















4 juli 2013: Theo Barten (een van de schrijvers van 




Dit keer is niet de auto het probleem, want die is door Hans Waldeck al ontmaskerd als een 












