Imp. auto's tot 1940 (beschrijvingen)

De ATA (Ateliers Teixeira Automobiles) werd in België opgericht door de Portugese broers Henrique en Alberto Dias Teixeira. Zij wilden een stevige auto bouwen voor gebruik in de Portugese koloniën en in Brazilië, maar vonden in Portugal geen mogelijkheden om een dergelijke autofabriek op te zetten. Vandaar dat zij uitweken naar België en een fabriek bouwden in Trooz, nabij Luik. In 1914 werd het eerste model, een ATA Type B 16 HP, gepresenteerd op de Salon van Porto in Portugal. De Eerste Wereldoorlog gooide roet in het eten en de productie werd gestaakt nadat er ongeveer 25 auto's waren gebouwd. In 1919 werd het merk door de Nederlander Mathieu van Roggen, die fabrieksmanager was van ATA, ondergebracht bij Imperia.
De advertentie links dateert van november 1920 en betreft waarschijnlijk nog onverkochte voorraad uit 1919. Niet bekend is of er daadwerkelijk ATA-chassis in Nederland zijn verkocht.
advertentie april 1939
advertentie april 1921
Briefhoofd van de N.V. Noord-Nederlandsche Automobielen- en Motoren Handelmaatschappij "Wander" d.d. november 1919
Briefhoofd van de N.V. Noord-Nederlandsche Automobielen- en Motoren Handelmaatschappij "Wander" d.d. november 1919.
Van de Belgische Dunamis werden een kaal chassis en een saloon geëxposeerd op de Salon van Brussel in 1922 en 1923. Verder dan deze twee prototypes is het waarschijnlijk niet gekomen en de auto zal dan ook nooit in Nederland zijn geïmporteerd (bron: Georgano, Nick: The Beaulieu Encyclopedia of the Automobile).
advertentie september 1923
advertentie november 1907
advertentie oktober 1907
advertentie oktober 1907
advertentie augustus 1921
advertentie april 1948
advertentie januari 1938Auto Import Huis C.L. de Groot uit Amsterdam was slechts een van de vele Pontiac dealers in die jaren. Zelf noemden ze zich in 1934 "Agenten voor Pontiac, Vauxhall en Bedford". Omdat General Motors in die tijd nog geen Nederlandse vestiging had traden in feite alle dealers op als importeur.
advertentie juni 1932
advertentie 1939
advertentie september 1925
advertentie februari 1925De naam Bijou of Byou komt in de encyclopedie van Georgano niet voor als Oostenrijks automerk en ook over Auto- en Aërowerke Herz & Schröter valt niets terug te vinden. Was dit een Oostenrijks automerk waarvoor alleen in Nederland de naam 'Bijou' werd gevoerd?
Zie ook het Conam Bulletin jg. 4, nr. 1, mei 1994, pagina 24 (alleen voor leden)
advertentie december 1922
Een C.I.D. (Constructions Industrielles Dijonaises) Baby van ca 1913 (1 cyl. 8pk Buchet motor, 4 versnellingen en frictietransmissie, kettingoverbrenging naar de achterwielen). Dat de auto ten tijde van de foto al oud is, moge blijken uit het feit dat hij kennelijk niet meer in rijdbare staat is: de ketting ontbreekt! Door het afwezige afdekkapje kan men met enige moeite nog wel het voorste kettingwieltje ontwaren. De auto valt qua grootte en constructie in het cyclecar-segment. Of er veel van deze auto's naar Nederland zijn getransporteerd is niet bekend.
(zie ook het artikel Informatie gezocht over de familie Sjaardema-Schram)
Eduard Tas: de opmerkelijke importeur van de Ehrhardt automobielen zonder garage onderneming
advertentie oktober 1911
Ehrhardt was van oorsprong een kanonnenfabriek. Begin vorige eeuw werd ook begonnen ander soort wapentuig te produceren. Omdat de automobiel als transport voor goederen en mensen ook militair interessant was ging men tevens voertuigen produceren.
Sinds 1911 treedt Eduard Tas vanuit een eenmanskantoortje in het gebouw de Passage, Nieuwendijk 199 te Amsterdam, formeel als importeur Ehrhardt automobielen naar buiten. De eigenlijke kernactiviteiten van Eduard Tas kunnen het best in onze tijd vertaald worden als die van wapenhandelaar.
In een der eerste artikelen en reclames over het merk, claimt hij dat het Nederlandse Leger al gebruik maakt van een door hem in 1910 geleverde Ehrhardt vrachtwagen (zie foto hieronder). Deze is vermoedelijk rechtstreeks afgeleverd bij de militaire autoherstel- en constructiewerkplaatsen te Delft.
De garage van de Automobiel-Maatschappij Itala in de Korte Leidschedwarsstraat 13-19 bij het Leidscheplein te Amsterdam. Bron: Revue der Sporten oktober 1912.
advertentie maart 1913
Foto hierboven: v.l.n.r. De Bédélia, van terzijde gezien; Dhr. A. Breslau, directeur der Eerste Heemsteedsche sporthandel; Een Bédélia, van voren gezien.
Tot 1918 was Bugatti een Duitse auto, maar nadat Molsheim Frans bezit werd, keek Ettore Bugatti uit naar een Duitse fabriek. Hij ging in zee met de ‘Union Werke’ uit Mannheim, die twee modellen van de Brescia zouden bouwen. Motor en chassis kwamen uit Mannheim en de carrosserieën werden gebouwd door Bendikt Rock in Düsseldorf, hoewel sommige Rabag-Bugatti’s werden voorzien van een andere carrosserie, bijvoorbeeld Gastell uit Mainz. De meeste Rabags onderscheiden zich van de Franse Brescia door een iets andere vorm van de radiateur, hoewel sommige toch ook de standaard Brescia radiateur kregen.
advertentie oktober 1923
advertentie oktober 1934



























