Carrosseriebouwers (beschrijvingen)

Carrosseriefabriek J.C. Otten, Muntendam

A 22576 otten muntendam

Carrosserie op een Chevrolet voor bodedienst Poppen, midden jaren dertig

(bron foto: Gronings Archief)

Otten bouwde vlak na de Tweede Wereldoorlog een aantal brandweerwagens. Lees hier meer

Na de Tweede Wereldoorlog werden de broers Jan Cornelis en Barend Otten bekend met de fabrikage van de 'Otten' caravans. Lees hier meer.

 

Smulders, Tilburg

Carrosseriefabriek Smulders in Tilburg

door Frans Kense

1 Logo Smulders 1937Het logo van Smulders: een ‘Gouden Koets’ met verbrandingsmotor.

 

Wat is het verschil tussen een wagenmaker en een carrosseriefabriek? Een plaats als Tilburg telde in 1928 totaal veertien wagenmakers en in 1934 zeventien wagenmakers plus vier carrosseriefabrieken. Die toename had een aantal oorzaken. De vele Brabantse stoomtramwegmaatschappijen konden in de jaren dertig de concurrentie niet aan met de ‘wilde’ busmaatschappijen en besloten op korte termijn al het railvervoer te vervangen door eigen autobussen. Met name gebeurde dit door de uit een fusie ontstane ‘Brabantsche Buurtspoorwegen en Autodiensten’ (kortweg BBA) die een honderdtal autobussen, maar ook vrachtwagens nodig had.

Lees meer: Smulders, Tilburg

Huiskamp Carrosseriefabriek, Winterswijk

In 1913 startte dhr. G.B. Huiskamp zijn wagen- en rijtuigmakerij. Het Winterswijkse bedrijf bouwde verschillende soorten koetsen, van chique rijtuigjes voor de elite, tot de koets voor het lokale bakkertje. Een bedrijf in Zelhem gaf Huiskamp destijds de opdracht voor de bouw van een staatsie-rouwkoets. Deze koets werd in de uitvaartbranche zó goed ontvangen, dat Huiskamp meerdere opdrachten voor rouwkoetsen kreeg en zich vanaf dat moment is gaan specialiseren in het maken van rouwvervoermiddelen. Dat doet de firma nu, bijna honderd jaar later, nog steeds, alleen is de koets in de loop der tijd uiteraard vervangen voor de auto en is ook de werkwijze met de tijd meegegaan.

In 1985 namen Willie Bruntink en Hans Legters het bedrijf aan de Goudvinkenstraat in Winterswijk samen met hun echtgenotes van dhr. Huiskamp over. In 2000 werd het pand in het centrum van Winterswijk verruild voor een nieuwbouwpand op het industriegebied van Winterswijk. In deze moderne fabriek aan het Technopark, met een uitgebreide outillage, is een team van circa 30 ontwerpers, carrosseriebouwers, stoffeerders, autospuiters en monteurs werkzaam.

huiskamp 1913 rijtuigmakeri

 

Lees meer: Huiskamp Carrosseriefabriek, Winterswijk

Gebr. Kronenburg, Culemborg / Hedel

Kronenburg begon in 1823 in Culemborg een koperslagerij. Een van de eerste producten was een koperen windketel, die onder meer geleverd werd aan brandweerkorpsen uit de omgeving om ervoor te zorgen dat de brandspuiten een constante straal leverden. Al spoedig werden er complete handspuiten gebouwd. Later werd ook het bouwen van stoombrandspuiten ter hand genomen. Al kort na 1900 werden vrachtwagens opgebouwd, gevolgd door de productie van brandweerauto’s. In de twintiger en dertiger jaren werd vaak van Ford TT en Ford V8 gebruik gemaakt voor de brandweer opbouw.

kronenburg 1928 Ford TT

Ford TT 1928

Lees meer: Gebr. Kronenburg, Culemborg / Hedel

Carrosserie en Wagenbouw Hoetmer, Rotterdam

Carrosserie en Wagenbouw Hoetmer, Rotterdam

Hoetmer Wagenbouw

Het bedrijf van Cor Hoetmer was in 1953 gevestigd aan de Hoofdlaan, maar verhuisde later naar de Noorderkanaalweg in Rotterdam. Hoetmer maakte veel brandweerwagens. Het bedrijf eindigde door het plotselinge overlijden van Cor Hoetmer ("Aan een vet hart..."). De aciviteiten werden overgenomen door Jan en Arie van der Kraan aan de Ringdijk in Schiebroek. Dit bedrijf bestaat nog steeds in Vlaardingen.

 Hoetmer E 33876 Opel

Opbouw van Hoetmer op een Opel Blitz

 

van Beurden, De Lier

De geschiedenis van Van Beurden Carrosseriefabriek laat zich omschrijven met een aantal sleutelwoorden: kwaliteit, betrokkenheid en continu op zoek naar nieuwe ontwikkelingen en technieken. Deze eigenschappen vormen de ruggengraat voor een bedrijf dat inmiddels al meer dan tachtig jaar actief is in de carrosseriebouw.

1929 -1945

Na een opleiding bij vader en oom begon P.L. van Beurden in 1929 zelf een wagenmakerij in De Lier. De werkzaamheden bestonden destijds uit het maken en repareren van paardenwagens en kruiwagens voor boeren en tuinders uit de omgeving en het herstellen van koetsen.

kromhout-van-beurden

 

Lees meer: van Beurden, De Lier

Oostwoud, Franeker

Marten Frankes Oostwoud (1874-1936) was de zoon van wagenmaker Franke Roelofs Oostwoud (1844-1899). Franke verplaatste in 1880 zijn bedrijf van Giekerk naar Franeker, aan het Noord (zuidzijde). Marten nam de leiding in 1899 over. Het assortiment liep uiteen van hondenkarren tot tilbury's, van invalidewagentjes tot landauers. Na WO-I begon Marten met het bouwen van autocarrosserieën. Op Opel-onderstellen uit Duitsland (chassis, wielen, motor en stuur) bouwde hij de carrosserie naar wens van de klant.

Na zijn dood ging men ook buisconstructies maken, wat leidde tot de productie van stalen meubelen, ontworpen door binnenhuisarchitect Cor Alons.

Het bedrijf ontwikkelde zich later tot producent van ziekenhuis- en technisch meubilair.

(bron: Van rijtuig tot ziekenhuisbed, door Franke Oostwoud, Meer (België) 2000)

oostwoud-1917-06-23

advertentie uit de Leeuwarder Courant van 23 juni 1917

 

 

Groenewold Carrosseriefabriek, Hoogezand

In 1947 startte Groenewold Carrosseriefabriek met de productie van bussen in Hoogezand. Tot 1965 was dit het belangrijkste product. Tegelijkertijd werd ook gestart met de productie van autotransporters en andere voertuigen. Midden jaren zeventig werd volledig gestopt met het maken van bussen en werd de nadruk gelegd op de auto-transporters en daaraan gerelateerde voertuigen. (bron: website Groenewold)

groenewold-nbm

 

(foto: Rutger Booy)

Lees meer: Groenewold Carrosseriefabriek, Hoogezand

Domburg, Montfoort

Carrosseriebouw Domburg is ontstaan na de Tweede Wereldoorlog, toen de beide firmanten van carrosseriefabriek Den Oudsten & Domburg in 1947 uit elkaar gingen. Floris Domburg begon in Montfoort een carrosseriebedrijf dat voornamelijk autobussen heeft gebouwd. In de jaren zeventig werd de zaak opgeheven.

domburg-nbm

Lees meer: Domburg, Montfoort

S. Trapman en Zn., Utrecht

De firma Trapman heeft onder andere de cabine gemaakt voor de DAF 107 pick-up. Deze cabine werd ontworpen door Toon Strijbos.

trapman-1961-12
advertentie december 1961

 

Klinkenberg, Wormerveer

De N.V. Machinefabriek en Constructiewerkplaats Gebr. Klinkenberg te Wormerveer werd opgericht in 1855 als een smederij. Het bedrijf groeide uit en werd bekend door de constructie van bruggen, hijskranen, liften en staalbouw in het algemeen. Klinkenberg was ook de fabrikant van de Kliko Draaitrommel vuilnisauto, die werd verkocht door de Industriële Handelmaatschappij Koster & van Batenburg te Alkmaar. De naam 'kliko' voor de kunststof vuilcontainers die wij tegenwoordig gebruiken, is een samentrekking van de namen Klinkenberg en Koster.

KLIKO-1962-02-klinkenberg

 

advertentie februari 1962 

 

Gebr. Mijnhardt, Arnhem / Voorburg

mijnhardt-File0623-01

De drie firmanten van de firma Gebr. Mijnhardt te Arnhem, circa 1928. Links W. F. Mijnhardt, rechts zijn broer Th. Mijnhardt en in het midden Fr. Mijnhardt, zoon van W.F. Mijnhardt

In maart 1901 begonnen de broers W. F. Mijnhardt en Th. Mijnhardt een wagenmakerij aan de Vlijtstraat te Arnhem. Er werden diverse koetsen gebouwd, van dogcarts en buggies tot elegante coupés en victoria's.

mijnhardt-File0623-02

Een buggy uit de beginperiode van Gebr. Mijnhardt

Ook in Arnhem bevond zich de fabriek van Gelria en al gauw maakte Mijnhardt hiervoor de carrosserieën. Helaas hadden de motoren de kwaal dat zij tijdens proefritten in brand vlogen, waarbij dan als eerste het koetswerk tot as verging.

Door de uitstekende kwaliteit van de koetswerken kreeg Mijnhardt een goede naam en veel auto-importeurs kwamen naar Arnhem om een carrosserie te laten maken. De zaken gingen zo goed, dat het bedrijf in Arnhem werd uitgebreid en in 1910 een filiaal werd geopend te Voorburg, Zuid-Holland. Dit filiaal werd gesloten in 1917, omdat er door de Eerste Wereldoorlog geen carrosserieën meer werden besteld. Ook het bedrijf in Arnhem moest inkrimpen. Door het ingestelde rijverbod voor auto's, kreeg men wel weer opdrachten voor de bouw van rijtuigen.

mijnhardt-File0623-03

In 1906 werd bovenstaande carrosserie gebouwd op een - volgens de originele tekst - Royal Star. Het ligt echter meer voor de hand dat dit een Delahaye is.

mijnhardt-File0624-01

Carrosserie op het chassis van een Renault uit 1910

Na de Eerste Wereldoorlog concentreerde Mijnhardt zich volledig op de bouw van autocarrosserieën. Met uitzondering van een enkel karretje voor een concours-hippique was het gedaan met de bouw van rijtuigen. Volgens Mijnhardt was het goedkoper om deze in het buitenland te bestellen en waren de vaklui die dit soort rijtuigen maakten in Nederland vrijwel niet meer te krijgen.

mijnhardt-File0624-02

Carrosserie op de Winton Six van H.M. de Koningin-Moeder in 1918

Door de opkomst van auto's met een fabrieksopbouw, raakte de carrosseriebouw in het slop, zodat begin jaren twintig de baken opnieuw moesten worden verzet. Fr. Mijnhardt, de zoon van W.F. Mijnhardt, had zijn technische opleiding niet alleen in het eigen bedrijf gekregen, maar ook bij diverse andere bedrijven in Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk. Op zijn initiatief werd het bedrijf gesplitst in een afdeling carrosseriebouw en een voor de handel in auto's. De Gebr. Mijnhardt kochten in 1921 de aandelen op van de N.V. Automobielhandelmij., waarin de nieuwe afdeling voor autohandel en reparatie werd ondergebracht. Op de Eusebiusbuitensingel in Arnhem werd een showroom ingericht. Hier kon de klant kiezen uit de merken Paige, Jewett, Amilcar, Peugeot en Delage. Later kwamen daar ook Hudson en Essex bij.

mijnhardt-arnhem-624-4

De garage in de Vlijtstraat te Arnhem

mijnhardt-File0625-01

De showroom aan de Eusebiusbuitensingel te Arnhem. Voor de showroom staan een Paige en een Jewett

mijnhardt 19270829 failliet
In augustus 1927 wordt het faillissement van Gebr. Mijnhardt uitgesproken (bericht in de De Gooi- en Eemlander, d.d. 29-08-1927)











Tekst: Rutger Booy
Bron: Sport in Beeld, circa 1926

Mijnhardt Delahaye 1912 exterieur

 

Een door Mijnhardt gebouwde 20/30 H.P. Delahaye-Limousine, in Louis XVI stijl (bron: De Revue der sporten van 19 november 1912)

 

 

 

 

 

 

Mijnhardt Delahaye 1912 interieur

 

Interieur van de door Mijnhardt gebouwde 20/30 H.P. Delahaye-Limousine, in Louis XVI stijl (bron: De Revue der sporten van 19 november 1912)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

mijnhardt-3

 

advertentie circa 1912/1913 voor de Delahaye

 

 

 

 

 

 

 

Mijnhardt 1 19130624

 

Topedo-carrossserie op een Daimler chassis

bron: Revue der Sporten, juni 1913

 

 

 

 

 

 

Mijnhardt 2 19130624

 

Interieur van de Daimler uit 1913

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mijnhardt 19130808 Arnhemsche courant

 

bericht in de Arnhemsche Courant van 8 augustus 1913

 

 

 

 

 

Artikel uit De revue der sporten jrg 6, 1912, no 28, 19-11-1912:

Een zeer merkwaardige carrosserie, in ons vaderland vervaardigd.

De tijden zijn gelukkig voorbij, dat de automobilist, wilde hij zoowel het uit- als inwendige van zijn wagen in de puntjes verzorgd hebben, tot dat doel de grenzen moest overwippen. Nu een auto niet slechts meer een snel, maar ook een luxueus vervoermiddel is geworden, soms 'n miniatuur-woonhuisje, staat Nederland dan wel niet aan de spits van de carrosserienijverheid, maar ook niet onder de hekkensluiters. We hebben nog wel geen Van den Plas binnen onze grenzen, maar we hebben wel zwoegers, ernstige werkers, die een brok arbeid kunnen leveren, dat er zijn mag. Lezer, bekijk nu eens de hierbij gevoegde foto's! Buitengewoon, niet waar ? Zoo op 't eerste gezicht de gedachte aan iets uit den vreemde, n'est-ce-pas ? Brussel of Parijs! Te licht, te coquet voor kikkerland. Hallo, my dear, kijk eens richting Voorburg uit! Wie woont daar? Wie bouwt daar wagens? Mr. Mijnhardt, niet waar? Nu, Mr. Mijnhardt, vroeger een degelijke, maar overigens doodgewone, rijtuigmaker, is thans een der pioniers in ons carrosserie-bedrijf, werkte, jaren, jaren lang, en smijt daar plots iets op de markt, waar iedereen versteld van staat.

Op 'n goeien dag kwam een Rotterdammer naar dezen uitnemenden werkman toe, vroeg hem, zoo langs zijn neus weg, of hij een carrosserie stijle Louis XVI kon maken. De man van Voorburg even aan 't oor-krabben, aan t mijmeren, toen het antwoord: ja! Et voila. Plannen geteekend, studies gemaakt, getimmerd, stijl, stijl, stijl, bekleed, stijl, stijl, stijl . . . . de meneer uit Rotterdam mag tevreden zijn.

Er kwam 'n groote limousine à capotage tot stand, zooals er nog weinig in ons land rollen. De beschildering is donker-blauw met gouden filets. Interieur is geheel van zijde, speciaal style Roi de la Guillotine. Achter in den wagen vindt men een divan, in satijnhout met weg-springende arm-leuning midden-in. Daarvoor zijn twee fauteuils aangebracht, van hetzelfde materiaal als de divan, en ook met zijde gecapitoneerd. Ze zijn draaibaar, en dus in verschillende richtingen te plaatsen. De fauteuils werden rijk gebeeldhouwd. Verder bevinden zich in het interieur nog een satijn-houten kastje voor toilet-artikelen -dit alles door de firma Mutters te 's Hage geleverd- en een dito afneembaar tafeltje met gebeeldhouwden voet. Natuurlijk zijn ook bloemenvazen in stijl, een spreekbuis en een richting-wijzer aangebracht. De verlichting geschied door een lamp, van schemerkap voorzien, in het plafond, benevens door twee lampjes achter in den wagen. Centrale verwarming wordt door circulatie van het water in den radiateur verkregen. Als bijzonderheid vermelden wij nog electrische verlichting van de treeplank bij open-draaiing van het portier, en waterbak buiten aan den wagen, te gebruiken bij eventueele bandenpech. De voorzitting is voorts van slangenleder, de ruiten van het vermaarde „verre triplex", waarvan, bij botsingen, geen splinters afspringen, en dus geen verwondingen kunnen ontstaan, terwijl de vensters van nieuw systeem en wel opdraaibaar zijn.

Zeggen we te veel, indien we hier van een groote bijzonderheid in ónze inheemsche carrosserie industrie spreken, lndien wij de Gebr. Mijnhardt als pioniers in het bedrijf aanduiden? 'n Goed voorbeeld doet goed volgen. Allo dan, landgenooten, niet alleen beroemd om versche kaas en Volendammer pofbroeken. Laten we ook eens in het buitenland doen spreken over iets, waarbij meer vernuft te pas komt. Aan de firma Mijnhardt alle hulde als eersteling op dit gebied! Een kranig stuk werk voorwaar!

mijnhardt-carrosserie-1915-1
advertentie 1915

Torpedo carrosserie van Mijnhardt op een Berliet chassis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

mijnhardt-carrosserie-1915-2

 

advertentie 1915

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

mynhardt-1916

advertentie 1916

De auto is een 8 cyl. Cadillac

































Mijnhardt-1916-Cadillac

advertentie 1916

 

 

 

 

 

 

Mijnhardt-1916

advertentie 1916

















Mijnhardt 19200310 RdS
advertentie maart 1920










mijnhardt 19200721 winton
advertentie juli 1920













Mijnhardt-carrosserie-1921-04-14

 

advertentie april 1921

Carrosserie op een Winton Six

 

 

 

 

 

 

 

 

mijnhardt 19210502 winton six

 

advertentie mei 1921

Carrosserie op een Winton Six

 

 

 

 

 



mijnhardt-1921

advertentie 1921









 


Mijnhardt-carrosserie-1923-09-05
advertentie september 1923
Carrosserie op en 10 HP Delahaye

 

 

 

 

 

 

 

 

Mijnhardt-1

















 


Mijnhardt-1920c-stearns-Knight

 

carrosserie op een Stearns-Knight

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


mijnhardt



















mijnhardt-2

Remmers Carrosseriefabriek, Tilburg

Al in het Tilburgse adresboek van 1928 wordt J.B. Remmers vermeld als wagenmaker in de Hasseltstraat. Deze Jan Remmers was in 1931 met zijn bedrijf verhuisd naar een ander adres in de Hasseltstraat en in 1937 werd in het adresboek melding gemaakt van carrosseriefabriek J.B. Remmers in de Bisschop Masiusstraat. In 1951 verhuisde het bedrijf naar een door Jan Remmers ontworpen fabriek op Ringbaan-Noord 7, waar het zich ontwikkelde tot een veelzijdige carrosseriebouwer voor de meest uiteenlopende klanten. In 2005 nam Remmers het oude Tilburgse bedrijf Smulders Carrosserie over. In 2008 verhuisde het familiebedrijf onder de derde generatie naar een nieuw gebouw op industrieterrein Vossenberg. In de voorgevel van het oude bedrijfspand aan de Ringbaan-Noord bevindt zich een door André Doevendans gemaakt kunstwerk.
bron: Regionaal Archief Tilburg

Op 16 maart 2017 werd Remmers Carrosserieën B.V. h.o.d.n. Remmers Carrosserieën te Tilburg (Noord-Brabant) door de rechtbank in Zeeland-West-Brabant failliet verklaard.

remmers-carrosserie-austin


carrosserie van Remmers op een Austin

Maastrichtsche Carrosseriefabriek Van Lijf & Co., Maastricht

Carrosseriefabriek Van Lijf & Co. werd opgericht  in 1912 onder de naam Maastrichtse Carrosserie Fabriek. Zie onderstaande aankondiging uit de Nederlandsche Staatscourant van 4 oktober 1912:

GERECHTELIJKE AANKONDIGINGEN.

Bekendmaking.

Bij akte, verleden voor notaris Jan Theodor Quix, te Maastricht, 24 September 1912, is opgericht de commanditaire vennootschap genaamd: Maastrichtsche Carrosserie Fabriek, ten doel hebbende het maken en herstellen der carrosseries voor automobielen, rijtuigen, wagens en de uitoefening van het carrosserievak in den uïtgebreidsten zin; de vennootschap is gevestigd te Maastricht en voert de firma van Lijf & C°.; de vennootschap is aangegaan voor den tijd van 10 opeenvolgende jaren, aanvang nemende 1 October 1912 en eindigende 30 September 1922, met stilzwijgende voortzetting na dien dag telkens vooreen tijdvak van 5 jaren, alles behoudens het recht der algemeene vergadering om dezelve steeds te kunnen ontbinden; de eenige beheerende en eenige hoofdelijk aansprakelijke vennoot is hij ondergeteekende, Wilhelmus Egidius Hubertus van Lijf, boekhouder, wonende te Maastricht; al de overige vennooten zijn commanditaire vennooten; de beheerende vennoot heeft de teekening der firma, bestaande uit: van Lijf & C0 ., al of niet voorafgegaan in schrijf-, druk- of stempelletters van den naam: Maastrichtsche Carrosserie Fabriek; in notarieele akten en in andere akten houdende de omschrijving der hoedanigheid waarin de beheerende vennoot handelt voor en namens de vennootschap, teekent hij met zijne gewone handteekening; de beheerende vennoot heeft de geheele leiding der zaken van de vennootschap en is bevoegd de vennootschap aan derden en derden aan de vennootschap te verbinden, voor zooverre die bevoegdheid niet is beperkt; hij vertegenwoordigt de vennootschap in en buiten rechten; de beheerende vennoot heeft evenwel de voorafgaande schriftelijke goedkeuring vanden commissaris der vennootschap noodig tot eiken aankoop van roerende goederen boven de f1000; tot het huren, verhuren, verkrijgen, bezwaren of vervreemden van onroerende goederen en het aanbrengen daaraan van vergrootingen of verbeteringen heeft de beheerende vennoot de goedkeuringvan de algemeene vergadering van aandeelhouders noodig. Bij ontbinding der vennootschap wordt zij geacht voort te bestaan voor den tijd benoodigd tot hare liquidatie.

De beheerende Vennoot, van Lijf.

Lees meer: Maastrichtsche Carrosseriefabriek Van Lijf & Co., Maastricht

Martens Carrosserie, Wijchen

Carrosseriefabriek Martens Wijchen B.V. was gevestigd aan de Kasteellaan 40 te Wijchen. De activiteiten van de vennootschap, Carosseriefabriek Martens Wijchen bestonden uit de uitoefening van een carrosserie- en wagenbouwbedrijf. Ultimo 2003 zijn de activiteiten verkocht.

martens-carrosserie-1954-02

In februari 1954 maakte Martens deze carrosserie op een Ford Thames truck van H. van Gimborn N.V. 

 

NV Koninklijke Maatschappij De Schelde (KMS), Vlissingen

crossley-verheul-kms

De KMS (Koninklijke Maatschappij Schelde) was een bedrijf dat zich bezig hield met scheepsbouw en scheepsreparatie. Na de Tweede Wereldoorlog bouwde de KMS ook aluminium carrosserieën voor Crossley-autobussen. Deze waren ontworpen door Verheul en bestemd voor de NS en de dochterondernemingen daarvan. Ook voor een aantal particuliere openbaar vervoerbedrijven heeft De Schelde in die periode bussen vervaardigd.

Lees meer: NV Koninklijke Maatschappij De Schelde (KMS), Vlissingen 

Deckers Carrosserie, Zoeterwoude / Leiden / Weert

Van wagenmaker tot carrosseriebouwer: Deckers Carrosserie te Zoeterwoude
Deckers vogel 27062019
embleem met de vogel wat vanaf midden jaren zestig op de carrosserie werd aangebracht.

Aan het eind van de negentiende eeuw dreef Cor Angenent [1] een wagenmakerij in Zoeterwoude-Dorp aan de Dorpstraat 74 tegenover de kerk. Hij was niet alleen wagenmaker, maar ook kastelein van de plaatselijke herberg ‘Het Wapen van Soeterwoude’, later bekender onder de naam ‘Café Angenent’. Cor was in beide beroepen in het voetspoor getreden van zijn vader Leonardus (Leo) Angenent, wiens naam al in 1867 werd vermeld in de ‘Leydse Courant’ omdat in zijn huis in Zoeterwoude een openbare verkoping werd georganiseerd. Daarnaast werden in het café vele vergaderingen en lezingen gehouden. De naam van Leo Angenent als wagenmaker duikt voor het eerst op in een bericht in het ‘Leidsch Dagblad’ van 8 augustus 1888 waarin melding werd gemaakt dat Leo’s dochter op 16-jarige leeftijd was verongelukt.
Nadat ook Leo was overleden gingen zowel het café als de wagenmakerij over op zijn enige zoon Cor. Zijn naam als wagenmaker komen we voor het eerst tegen wanneer hij met een advertentie in het ‘Leidsch Dagblad’ van 23 oktober 1893 te koop aanbiedt: ‘eene nieuwe Tilbury, een Jachtwagen met zakkende ramen, twee Kaasbrikken, een zoo goed als nieuwe Jacht- en Tentwagen en eene Tilbury voor een bok.’ Een volgende advertentie stond op 10 oktober 1903 in het ‘Leidsch Dagblad’. Hierin bood Cor aan: ‘een gebruikte, doch in goeden staat zijnde Omnibusbreak voor zes personen’.

Lees meer: Deckers Carrosserie, Zoeterwoude / Leiden / Weert

Carrosserie Tielemans, Eindhoven

Tielemans-carrosserie-1990

Carrosserie Tielemans werd opgericht in 1912 door F. Tielemans. Het bedrijf zat toen aan de Tongelresestraat, te Eindhoven. Later verhuisd naar de Urkhovenseweg 7 te Eindhoven. Voortgezet door kleinzoon Wim F.P. Tielemans, maar wegens gebrek aan opvolging werd het bedrijf verkocht in 2000.

In het bedrijf werden verkoopwagens voor Coca Cola gemaakt en ook werden veel DAF truck van een carrosserie voorzien.

 

Datum foto circa 1990, met dank aan H. Klingenberg
Bron: website Eindhoven in beeld

 

Zeelandia, Schore

zeelandia-carrosserie-schore

"Te Schore brandde in den nacht van 19 op 20 November 1934 de carrosserie-fabriek Zeelandia geheel af; slechts het woonhuis bleef met eenige schade gespaard."

bron: Zeelandboek.nl

 

Verdere gegevens niet bekend

 

met dank aan Hans Veenenbos

 

 

 

Zevla – Zeeuws-Vlaamsche Carrosseriefabriek, Axel

Zeeuwsch-Vlaamsche-Carosserie-1

De "Zevla-fabriek", die eigendom was van de heer R.J. de Kraker uit Axel, werd voornamelijk bekend door de Zevla-carrosserie. Die was leverbaar in twee types, Zevla I en Zevla II.

De Zevla I was een luxe-bestel-carrosserie, die zowel voor personen- als voor goederenvervoer gebruikt kon worden.

De Zevla II was hieraan gelijk, maar in een eenvoudiger versie.

Beide types waren geschikt om zowel op een Ford als op een Chevrolet chassis gemonteerd te worden. Daarom werden ze verpakt en wel door het hele land verzonden, waarna ze door de dealer op het chassis konden worden geplaatst.

foto boven: Interieur van de werkplaats

Zeeuwsch-Vlaamsche-Carosserie-2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Bron: 'Ons Zeeland' van 5 november 1927

Met dank aan Hans Veenenbos

Fraanje Carrosserie, Goes

Carrossier fa. Fraanje te Goes

fraanje-goes-1950-08-12

 

In 1950 werd deze Citroën T23 uit 1930 in samenwerking met de fa. Nuyten, plaatwerkerij te Kloetinge omgebouwd tot een moderner ogende bestelwagen voor de Provinciale Zeeuwsche-Courant. De auto werd door de fa. Oosterling te Goes gespoten in ultramarijn blauw met gele letters.

Lees meer: Fraanje Carrosserie, Goes

A.R.M. (Amsterdamsche Rijtuig Maatschappij)

De A.R.M. (Amsterdamsche Rijtuig Maatschappij) ontstond in de jaren tachtig van de negentiende eeuw door een overname van de Amsterdamsche Rijtuigvereeniging I. de Groot en Compagnie (A.R.V. opgericht in 1880) door de Rijtuig-Maatschappij (R.M., opgericht in 1882). Beide firma's waren actief als taxibedrijf met paard en rijtuig.

Via een nieuw opgerichte dochteronderneming, de ATAX, maakte de A.RM. in juni 1909 de overstap naar taxivervoer met elektrische auto's. In 1912 volgde een overname van de Automobiel Exploitatie Maatschappij (A.E.M., de in 1911 door de Spyker-fabriek opgezette concurrent van de ATAX). Na de Eerste Wereldoorlog begon de opkomst van benzinetaxi's. In januari 1919 werd door de A.R.M. haar grootste concurrent de TAM overgenomen, waarna geheel werd overgaan op benzineauto's. In februari 1926 werd de laatste elektrische taxi in Amsterdam uit dienst genomen.

Naast het taxibedrijf hield de A.R.M. zich ook bezig met de import van diverse automerken, zoals de Maxwell (1914-1924); Peerless (1916-1919); Austro-Daimler (1919-1927); Minerva (1919-1931); Mathis (1923-1929); DeSoto (1928-1930); REO (1929-1935); Panhard (1932-?) en de SAAB in 1952. Ook werden vrachtwagens van Minerva, REO, Auto-Traction, Laffly en Somua verkocht. Daarnaast werden ook enkele tientallen elektrische reinigingsvoertuigen van het merk Elite verkocht aan diverse Nederlandse gemeenten. Zo groeide de A.R.M. tegen het eind van de jaren twintig van de vorige eeuw uit van een verhuurbedrijf van paarden en rijtuigen tot een groot garage- en transportbedrijf met meerdere vestigingen in Amsterdam.  In 1932 werd de A.R.M. ook dealer voor Renault, zij het slechts voor korte tijd. Men had ruime autostallingen in de Gabriel Metsustraat en de Pieter Jacobszstraat en vanaf 1925 een showroom aan de Nassaukade met daarbij stallingsruimte voor 120 auto's (Klik op de foto hieronder voor een grotere versie). 

ARM-1925-12-23-1

De directie van de A.R.M. in december 1925: zittend de heer. H. Heijbroek, directeur en de heer H. Houtgraaf. Staand v.l.n.r. de heren H. v.d. Weg, W. Gericke, W.J. Kollewijn en F. Wickevoort Crommelin (Klik op de foto voor een grotere versie).

ARM-1925-12-23-3

In de koetsenfabriek van de A.R.M. werden niet alleen de eigen taxi's van nieuwe carrosserieën voorzien als deze versleten waren, maar later ontwierp en maakte men ook zelf carrosserieën. Een voorbeeld is de sportcarrosserie hieronder, in 1924 gebouwd op het chassis van een FIAT 519.

arm-1924-12-ARM

 

 

 

 

 

 

 



arm gabriel metsustraat

 

De vestiging in de Gabriël Metsustraat circa 1919

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



arm-carrosserie-1926-11-24

 

advertentie november 1926

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook de geïmporteerde vrachtwagenchassis werden vaak in eigen beheer van voornamelijk autobus-carrosserieën voorzien. Dit gebeurde in de garage aan de Overtoom in Amsterdam. Op de foto hieronder links de opbouw van de bussen, rechts de reparatieafdeling. (Klik op de foto voor een grotere versie).

ARM-overtoom-file0678-1

arm reclameauto brood
De beide auto's met de daarop de ronde 'erebogen' zijn reclameauto's voor brood. Dit was een vijfjarige algemene "Eet meer brood" campagne van de Bakkers Unie waarbij de auto,s door geheel Nederland reden. Op de boog en aan de zijkant stond de tekst 'Eet meer brood' daaronder was de laadbak in de vorm van een brood. Hier links de reclame van de Zeelandia Fabriek in Zierikzee.









De constructie- en reparatiehal aan de Overtoom in 1927. De gehele oppervlakte besloeg circa 10.000 m2, waarvan alleen al de reparatiewerkplaats 3000 m2 voor zijn rekening nam (Klik op de foto hieronder voor een grotere versie).

ARM-1927-02-07-1

ARM-1929-01-09-file5154

Door vele ervaringen in het eigen bedrijf en door reacties van klanten besloot men zelf een licht vrachtwagenchassis te construeren dat zou beantwoorden aan vele wensen, wat betreft economisch gebruik en laadvermogen. Het chassis werd ontworpen door dhr. N. J. Kollewijn en werd volgens zijn instructies in Frankrijk gemonteerd.

Onder de naam A.R.M. werd op de RAI-tentoonstelling in januari 1929 het nieuwe 2-tons chassis geëxposeerd en dit oogstte bij de vervoerders veel succes. De wielbasis bedroeg 3,82 m. en de spoorbreedte was 1,50 m. Er zat een viercilinder Chapuis-Dornier motor in met een cilinderinhoud van 1,58 ltr. De wagen kon door de A.R.M. van een opbouw worden voorzien, geheel naar wens van de koper. Toch werden er slechts enkele van deze lichte vrachtwagens verkocht.

arm-lichte-truck-1929

ARM 19310000 carrosseriefabriek
advertentie uit 1931 voor een door de A.R.M. gebouwde ziekenauto














arm-1931-06-opendak

 

Advertentie juni 1931 voor een opendak constructie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

arm-tableau-1931-1

Tableau uit 1931 aangeboden door het gezamenlijk personeel ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan

(collectie Museum Louwman, foto Rutger Booy)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

arm-tableau-1931-2

Detail van tableau

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



arm-tableau-1931-3

Detail van tableau

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Later, in 1936, ontwierp dhr. Kollewijn, samen met ir. A.J. Rutten een trambuschassis voor de R.E.T te Rotterdam. Dit chassis werd bij de A.R.M. gebouwd en was voorzien van een M.A.N-Dieselmotor. De carrosserie werd gebouwd door Verheul in Waddinxveen. Twee van deze bussen werden aan de R.E.T geleverd (R.E.T. nrs. 60 en 61). Grote foto's van deze 42-persoons wagens werden getoond op de Berlijnse autotentoonstelling en het ontwerp trok ook daar bijzondere aandacht door de rationele ruimte-en gewichtsverdeling. Toch is het bij deze twee R.E.T. bussen gebleven. De A.R.M. bouwde daarna geen automobielen meer, maar bleef wel actief als importeur en als vertegenwoordiger van de Duitse M.A.N. trucks.

arm-bus-verheul-1936

a.r.m. saab

 

Tot diep in de  jaren zeventig was de A.R.M. er nog als SAAB garage in de Gabriël Metsustraat

 

 

 

 

 

 

 


Na de Tweede Wereldoorlog hield de A.R.M. zich voornamelijk bezig met autoverhuur en later ook auto-lease. 
Via diverse overnames door en fusies met andere bedrijven kwam de A.R.M. in 2000 in handen van de Kroymans Corporation, een moederbedrijf van circa 150 ondernemingen. Kroymans ging failliet in 2009, maar na een doorstart in 2010 werd de A.R.M. samengevoegd met het autoleasebedrijf J&T Autolease.

Tekst Rutger Booy met gebruikmaking van onderstaande bronnen:

Bakker, Jan: artikel in het Conam Bulletin nr. 2 van november 1994

Bos, Ariejan; Groningen, Hans van; Mom Gijs; Vinne, Vincent van der: Het paardloze voertuig, de auto in Nederland een eeuw geleden. Kluwer 1996

Maurer, Jac: Renault, 100 jaar in Nederland. Uitgeverij Aprilis, 2006

Wallast, Martin: Historisch overzicht van de Nederlandse Automobielindustrie, Uitgeverij Omniboek, 1979

Wikipedia, lemma A.R.M.

Twentsche Carrosseriefabriek van Nunen & Peeze, Hengelo

In april 1921 exposeerde de Twentsche Carrosseriefabriek van Nunen & Peeze uit Hengelo op de Nederlandsche Automobiel-tentoonstelling (gehouden in de Haagsche Dierentuin) met een Landaulette Limousine op een Steyr chassis. Verder niets bekend.

Berwi, Winschoten

berwi-carrosserie-1

In 1951 begon Jan Jurrien van Bergen een eigen bedrijf dat gespecialiseerd was in het maken van carrosserieën en brandweerwagens. Het werd bekend onder de naam Berwi, afgeleid van Van Bergen Winschoten. In de eerste jaren bouwde hij vooral brandweerwagens met pompen die geleverd werden door zijn broer (Andries Heero van Bergen, Heiligerlee), maar in latere jaren begon hij ook andere pompen in te bouwen. Zo had hij korte tijd een samenwerking met Motorkracht en Ajax de Boer. Voor Ajax de Boer bouwde hij in de loop van de jaren nog meer brandweervoertuigen. Ajax de Boer was onder andere importeur van Ziegler uit Duitsland.

Lees meer: Berwi, Winschoten

Fa. J. Beks Jr. Carrosserie- en wagenbouw, Groningen

De Firma J. Beks Jr., carrosserie- & wagenbouw te Groningen verkocht (of maakte?) de W.F.K. motortruck (of in gewoon Nederlands: ijzeren hond). Verder is hier niets over bekend.

WFK-beks-carrosserie-1958-02

 

Deze advertentie stond in het Nieuwsblad van het Noorden van 15 februari 1958

Carrosseriebedrijf C. Gaarthuis, Alkmaar

carrosserie-gaarthuis-2

C. Gaarthuis maakte van 1935 t/m 1967 brandweerauto's, ambulances en andere auto's. Bekend is een trapauto voor een carroussel, circa 1935 (klik hier!)

Lees het artikel over Gaarthuis in het Conam Bulletin van april 2015 (je dient hiervoor eerst in te loggen via de homepage)

 

Medema, Appingedam

Medema

De Damster Carrosseriefabriek P. Medema Wzn. was van ongeveer 1928 tot 1960 een carrosseriebedrijf te Appingedam in de provincie Groningen.

Medema heeft carrosserieën gebouwd voor automobielen, vrachtauto's en vooral autobussen. Tot zijn afnemers behoorden voor de Tweede Wereldoorlog toonaangevende Groninger vervoerbedrijven als de GADO te Hoogezand, Oostelijk Groningen te Winschoten en de DAM te Appingedam. Na de oorlog was de GADO - inmiddels een dochteronderneming van de NS - verplicht haar autobussen centraal in te kopen, maar toch werden in de jaren 1948-54 nog enkele Scania Vabis- en Crossley-bussen en een unieke Kromhout-bus met Medema-carrosserieën aan het GADO-wagenpark toegevoegd. De DABO te Meppel, de EDS te Hoogeveen, de NWH te Zwartsluis, de Marnedienst te Zoutkamp en de ESA te Marum, belangrijke streekvervoerbedrijven in de noordelijke provincies, lieten eveneens een aantal Medema-bussen bouwen. De DAM bleef de trouwste klant en daarnaast betrokken vele touringcar-ondernemingen hun materieel bij deze fabriek. Buiten het noorden des lands waren het vooral streekvervoerder Tensen in Soest en stadsvervoerder De City in Eindhoven die orders bij Medema plaatsten. Bijzonder waren negen aanhangbussen voor de RTM in 1957.

De firma Medema, die in de jaren vijftig in een nv werd omgezet, was een betrekkelijk kleine carrosseriefabriek met een geringe productie. De nadruk lag altijd op vakmanschap, zeer degelijke kwaliteit en fraaie vormgeving, maar de keerzijde van deze medaille was een lange levertijd, hoge aanschafprijzen en het relatief hoge gewicht van de Medema-bussen. Andere busbouwers gingen geleidelijk over op seriebouw en Medema's orderportefeuille was aan het eind van de jaren vijftig nagenoeg leeg. De ook in Appingedam gevestigde concurrent Smit wist enkele orders voor Medema's neus weg te kapen en daarmee was het faillissement in 1960 een feit. Van de karakteristieke Medema-bussen is geen enkele bewaard gebleven.

(bron: Wikipedia)

A 20863 medema appingedam

 

(bron foto: Gronings Archief)

Lees meer: Medema, Appingedam

Schrör & Vriend, Lichtenvoorde

Carrosserie- en aanhangwagenfabriek Firma Schrör & Vriend B.V., te Lichtenvoorde

In de jaren twintig van de vorige eeuw begonnen de heren Schrör en Vriend een fabriek voor Transportwerktuigen, Machines, Trailers en Aanhangwagens in Winterswijk. Later verhuisde de firma naar Lichtenvoorde. De initialen van de pioniers staan nog in de huidige naam ESVE. In 1992 werd de trailerbouwfabriek overgenomen door de Eeftink Rensing Groep.
bron: website ESVE

schror vriend 05












Lees meer: Schrör & Vriend, Lichtenvoorde

Carrosseriefabriek Loeffen, Wijchen

loeffen-wijchen-1Korte familiegeschiedenis van het carrosseriebedrijf Loeffen uit Wijchen (door Kees Dekker)

Het begon allemaal met opa Gerrit. Hij was timmerman en bouwde in 1928 een woonhuis aan de Heumenseweg te Alverna. Samen met zijn vrouw Wies kregen ze er 7 kinderen. In 1948 startte Gerrit in een schuurtje achter het huis een carrosseriebedrijf. De zaken gingen goed en vier jaar later (1e steenlegging 28-02-1952) kon het schuurtje worden vervangen door een loods waarin ook ruimte was voor een spuiterij. (zie de foto hieronder)

loeffen-wijchen-2







 

Lees meer: Carrosseriefabriek Loeffen, Wijchen

Stenis Carrosseriebouw B.V. , Rotterdam

Willem G. van Steenis begon in 1927 als wagenbouwer in een gewone stadse woonwijk, de Willem van Hillegaersbergstraat 39 in Rotterdam-Noord. Later werd overgestapt op het maken van carrosserieën voor vrachtwagens. Na de Tweede Wereldoorlog had Van Steenis (met dubbel-e) veel vaste klanten, onder andere de vrachtwagentjes van J.C. Tims (de drankenfabrikant van Royal Club tonic, Si-Si en Pepsi-Cola); Niehuijs en van den Berg, een bedrijf in de Rotterdamse haven met de grote Borgward 1800 bestelbussen en Mercedes 319 busjes. Maar ook De Heer bonbons en chocolade (Magirus - bolkop), Verkade (de Chevrolets waarvan de laadbak met schuifzeilen werd afgesloten) waren klant. Net als Radio-Holland (die onderhield communicatieapparatuur van en voor schepen) en de RTD (Röntgen Technische Dienst).

In het bedrijf werden moderne toepassingen gecombineerd met traditionele ambachtelijke techniek. De dagelijks leiding lag in handen van twee of drie broers met elk hun eigen taken. De oude mijnheer van Steenis ('Mijnheer Willem', maar zo werd hij alleen achter zijn rug om genoemd) was lid van een bevindelijke geloofsgemeenschap. De sfeer in het bedrijf was erg serieus, bijna formeel; onwelgevallig woordgebruik werd niet op prijs gesteld.

Half jaren zestig verhuisde Van Steenis naar de Spaanse Polder, een industriegebied in Rotterdam-West, maar uiteindelijk ging het bedrijf in begin jaren negentig failliet. Er werd een doorstart gemaakt onder een nieuwe naam 'Stenis'. De tweede 'e' vond men te moeilijk in de marketing en men beoogde een breuk met de oude tijd. In september 1991 begon Van Steenis samen met Deckers Carrosserie in Rotterdam een carrosseriebedrijf onder de naam 'Deckers van Stenis'. Toen Deckers in 1993 failliet ging bleef dit bedrijf buiten het faillissement en ging door onder de naam 'Carrosseriebouw van Stenis'. In 2014 is dit een gezond bedrijf dat nog steeds is gevestigd in de Spaanse Polder te Rotterdam.

(Met dank aan Feike Gercama).

volvo-LV154-motorwagen-en-aanhanger-carrosserie-steenis-rotterdam

 

 

 

 

 

 

 

 

Volvo LV 154 motorwagen en aanhanger van Carrosseriebouw Stenis, Rotterdam

Lees meer: Stenis Carrosseriebouw B.V. , Rotterdam

Koster, Wolphaartsdijk

Bram Koster begint Koster Carrosserie in juli 1947. Het bedrijf stopt in 1985 door ziekte van de eigenaar.

volvo-carrosserie-koster-wolphaartsdijk

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Foto: tweemaal opbouw van Koster op Volvo vrachtwagens

van Bergen Carrosseriefabriek, Eindhoven

Nadat Carrosseriefabriek Hover & Van Bergen in 1942 wordt ontbonden gaat Mathijs van Bergen alleen verder. Het adres is wisselend Havenstraat 3 A, 3 D en 11. Wat hier achter steekt is niet duidelijk. Wel duidelijk is dat Van Bergen zijn fabriek per 1 augustus 1943 verplaatst naar de Broekseweg 25, ook in Eindhoven. Het pand aan de Havenstraat wordt dan afgebroken om ruimte te maken aan de nieuwbouw van het automobielbedrijf van Jacques van der Meulen. De oorlog weet Van Bergen blijkbaar goed te doorstaan. Er worden brancards en carrosserieën gemaakt en gerepareerd, maar ook rijtuigen. Direct na de bevrijding van Eindhoven op 18 september 1944 zijn er al personeelsadvertenties te vinden. Kort daarna bouwt Van Bergen jeeps afkomstig uit de oorlogsdump om tot stationwagens. Door de grote vraag zou Van Bergen zelfs tot seriebouw zijn overgegaan. In het tijdschrift van de Eigen Vervoerders Organisatie wordt er reclame voor gemaakt. Het bedrijf werkt in die tijd ook veel voor DAF. Met als datum 15 mei 1959 wordt Carrosseriefabriek M.H.A. van Bergen, nog steeds gevestigd aan de Broekseweg 25, bij de Kamer van Koophandel als opgeheven uitgeschreven.

Bron: Paul Vlemmings, artikel in het Conam Bulletin, 2020/3

bergen-eindhoven-carrosseri
Deze foto is waarschijnlijk genomen op de Broekseweg in Eindhoven omstreeks 1945 voor de woning van Jac. van Vroonhoven en het carrosseriebedrijf van de fa. van Bergen. De vrachtauto, een Büssing uit 1932, is door van Bergen in 1945 van een nieuwe carrosserie voorzien.

Lees meer: van Bergen Carrosseriefabriek, Eindhoven

Heida / Heiwo Lichtmetaal N.V., Wolvega

De geschiedenis van Heiwo begint in 1926 als wagenmakerij onder de naam Heida's Carrosserieën Wolvega, waaruit de hedendaagse naam is ontstaan van Carrosseriefabriek Heiwo B.V. Vanuit de wagenmakerij ontstond een allround carrosseriebedrijf, waar plywood en koel- / vriesopbouwen voor opleggers, aanhangwagens en trucks worden geproduceerd. Heiwo is van oudsher een innovatief bedrijf. Zo was Heiwo in 1953 de eerste fabrikant in Europa die zich specialiseerde in de productie van geheel aluminium carrosserieën. In 1970 werd aangevangen met de productie van geïsoleerde sandwich panelen.

(bron: website van Heiwo Carrosseriebouw)

heida-1953-11

advertentie november 1953

 

Lees meer: Heida / Heiwo Lichtmetaal N.V., Wolvega

Copyright © Conam 2010-2021

All Rights Reserved.