Imp. auto's tot 1940 (beschrijvingen)

Stork-Kar (US) - Chas.T.Stork & Co Inc, Rotterdam

Het enige wat we over de Stork-Kar wisten komt uit een artikel in het blad ‘De Auto’ van 31 juli 1919. De auteur schreef onder andere: “De Stork-Kar, een Amerikaanse auto met een Hollandsen naam, wordt gemaakt door de firma Ch. T. Stork & Co., New-York, welke in ons land een kantoor heeft te Rotterdam, (directeur de heer Th. Moussault, Rotterdam), hebben een auto willen fabriceeren, welke speciaal voor gebruik in ons land geschikt is en bij een korten proefrit, welken wij met de Stork-Kar gemaakt hebben, hebben wij kunnen constateeren, dat deze wagen meerdere uitstekende eigenschappen bezit, als een krachtigen motor, goede vering en goed op den weg staan.” (afbeelding 1).

Stork-kar-1919
afbeelding 1: De Stork-Kar, zoals afgebeeld bij het artikel in ‘De Auto’, d.d. 4 maart 1919










Stork Kar 550RB












Daarna vervolgde het artikel met nog een groot aantal technische details over de Stork-Kar. Naast het artikel stond ook een advertentie van de importeur Chas. T. Stork & Co., waarin men plaatselijke en provinciale agenten vroeg (afbeelding 2).

Stork-kar-1919-advert
afbeelding 2: Advertentie van Chas. T. Stork & Co. Inc. d.d. 4 maart 1919

badge-engineering
Wat was de Stork-Kar? De ‘Standard Catalogue of American Cars 1805-1942’ brengt uitkomst. Daarin valt te lezen dat de ‘Stork-Kar Sales Company’ gevestigd was in New York City, maar ook dat de Stork-Kar gebouwd werd van 1919 tot 1921 door de ‘Norwalk Motor Car Company’ in Martinsburg, West Virginia. De Norwalk was een automerk dat bestaan heeft van 1910 tot 1920. Het model 4-19 van net na de Eerste Wereldoorlog was een gewone, onopvallende 5-persoons touring car met een Lycoming motor en met prijskaartje van circa duizend dollar. De auto was in feite een samenraapsel van diverse onderdelen afkomstig van verschillende toeleveranciers van de auto-industrie. Dat maakte het mogelijk om de Norwalk ook onder andere namen te verkopen, bijvoorbeeld als de ‘Marshall’ uit Chicago, die alleen een ander radiateur embleem had. De naam Marshall was die van de Norwalk dealer in Chicago. De andere automobiel die op die manier gebouwd werd was dus de Stork-Kar. Met andere woorden een vroege vorm van ‘badge-engineering’. De Norwalk, Marshall en Stork-Kar leken dan ook als twee druppels water op elkaar.














Harley-Davidson
afbeelding 3 Charles Theodoor Chuck Stork in 1922 bij de Niagarawatervallen
afbeelding 3: Charles Theodoor (Chuck) Stork in 1922 bij de Niagarawatervallen (bron foto: Horizon City, Uitgeverij AFdH)

Waarom de naam Stork-Kar? Voor het antwoord op die vraag moeten we terug naar Nederland, naar Charles Theodoor (Chuck) Stork, die werd geboren op 20 maart 1893 (afbeelding 3). Vanwege de vele familieleden die ook Charles Theodoor heetten kreeg hij de bijnaam Chuck, al kreeg hij die naam pas jaren later in de Verenigde Staten van zijn tweede vrouw. Chuck’s grootvader was Charles Theodoor Stork (1822-1895), oprichter van de Machinefabriek Gebr. Stork & Co. Chuck was voorbestemd om in de leiding van de machinefabriek te komen, maar daar had hij geen zin in. Wel ging hij in 1913 naar de Technische Hogeschool in Delft om werktuigbouwkunde te studeren. Chuck was toen al iemand met veel ondernemingszin, want samen met zijn neef François Gerard Waller richtte hij de ‘Delftsche Motoren Handel’ op. In 1913 kregen zij als eersten in Nederland, en waarschijnlijk ook als eersten in Europa, het importeurschap voor Harley-Davidson. De zaken liepen al snel voorspoedig. Wat later kreeg de Delftsche Motoren Handel ook de vertegenwoordiging van Loewy-scheepsmotoren en de Imp, een zgn. cycle car. Helaas, niet lang na het uitbreken van de eerste wereldoorlog op 15 augustus 1914 werden vanuit de Verenigde Staten de enigszins ontmoedigende woorden getelegrafeerd: “Business will be absolutely dead from now on until an indefinite time.” Binnen een half jaar verkochten de studenten voor 1500 gulden hun rechten inclusief hun monteur aan de firma Englebert.

Chuck bleef voorlopig in Delft wonen, want op 29 december 1915 werd het Provinciaal nummer H-8394 afgegeven voor vijf motorrijtuigen aan Charles Theodoor Stork C.Fzn, Kolk 3 te Delft. Wat later, op 15 november 1916, richtte Chuck met twee anderen, Nicolaas Bouvy en jhr. Jacques Pierre Teding van Berkhout, een volgend bedrijf op: een handelsvennootschap onder de naam ‘Cadillac House’. Hij kreeg daarmee een agentschap voor Cadillac plus onder de naam ‘Pathfinder Exporting Company, Amsterdam’ het agentschap voor de Nederlandse Koloniën voor de Pathfinder, een als uitstekend bekend staande Amerikaanse auto die gebouwd werd van 1912 tot 1917. De doelstelling van dit bedrijf was expliciet de export naar Nederlands Oost-Indië. Ze zijn dus geen importeur voor Nederland zelf geweest. De reden hiervan is waarschijnlijk dat het merk Pathfinder al in 1917 failliet ging en het waarschijnlijk nog enige overgebleven exemplaren zijn geweest.

naar Amerika
In 1917 emigreerde Chuck naar de Verenigde Staten. In augustus 1917 richtte hij in New York met een startkapitaal van 20.000 dollar een bedrijf op, ‘Charles Stork & Co., New York’. Het bedrijf was gevestigd in het Tribune Building vlakbij de Brooklyn Bridge. Stork & Co handelde in bariumacetaat, -carbonaat en -hydroxide, maar ook in hoefijzers, spoorwegonderdelen, auto’s en machines.
Een jaar later, in 1918, richtte Chuck een tweede bedrijf op, de ‘Trans-Ocean Forwarding Company Inc.’, en in 1919 een derde bedrijf samen met Eugen Boissevain en Hendrik Jolles (‘Stork, Boissevain & Co. Inc.’) dat handelde in voedingsmiddelen. Het aandelenkapitaal was 6000 dollar. De waarde van het aandelenpakket steeg in een paar jaar tot één miljoen dollar, waarna Chuck een compleet gebouw huurde voor 42 jaar. Het gebouw op 135 Front Street, NY stond bekend als de ‘Venezuela Building’, maar werd al spoedig omgedoopt tot ‘Stork Building’. Het ging Chuck dus behoorlijk voor de wind. Verder had de ‘Charles Stork & Co., New York’ volgens hun briefhoofd kantoren in San Francisco; Kobe; Manilla; Batavia; Semarang; Soerabaya; Puerto Plata; Havana; Parijs; Londen en ook een in Rotterdam. Dat kantoor zat eerst aan de Nieuwe Haven 167 en verhuisde op 26 juni 1919 naar Leuvehaven. Daar stonden de volgende bedrijven ingeschreven: Stork & Co. Inc.; fa. Chas. T., Import & Export; Boissevain & Co. Inc.; fa. Eugen, Import & Export en de Consolidated Steel Corporation, IJzer- & Staalhandel, allen op hetzelfde adres: Leuvehaven 141a-b (afbeelding 4).

afbeelding 4 advertentie 19190707
afbeelding 4: Advertentie voor de Stork-Kar d.d. 7 juli 1919

Waarschijnlijk kwam Chuck in New York in contact met Arthur E. Skadden, de oprichter van de ‘Norwalk Motor Car Company’ waarna het idee voor een auto met zijn ‘eigen’ merk ontstond (afbeelding 5). Hoeveel er gebouwd zijn is niet bekend, in elk geval zullen het er niet veel geweest zijn. De ‘Standard Catalogue of American Cars 1805-1942’ noemt geen aantal voor de Stork-Kar en ook niet voor de Marshall, maar wel voor de Norwalk. Van 1919 tot en met 1921, de productie jaren van de Stork-Kar, waren dat slechts 185 stuks, geen wereldschokkende aantallen dus. Arthur Skadden stond er trouwens om bekend dat hij makkelijk mensen hun geld afhandig kon maken en dan zijn bedrijf failliet liet gaan en ergens anders opnieuw begon (afbeelding 6).



afbeelding 5 Arthur E
afbeelding 5: Een foto uit 1916, Arthur E. Skadden staat in het midden

















afbeelding 6 Norwalk factory 1920
afbeelding 6: De Norwalk fabriek in 1920
















afbeelding 7 Stork Kar Keith Marvin
afbeelding 7: Een Stork-Kar in Nieuw-Zeeland (bron foto: Keith Marvin)

Volgens overlevering zijn er een aantal van de Stork-Kar geëxporteerd naar Zweden, Nieuw-Zeeland en dus ook naar Nederland, maar mijn vermoeden is dat de Stork-Kar uit het artikel van ‘De Auto’ het enige exemplaar is geweest in Nederland en dat er van echte invoer en/of verkoop nimmer sprake is geweest (afbeelding 7). De zin uit het artikel “…hebben een auto willen fabriceren, welke speciaal voor gebruik in ons land geschikt is” is dus duidelijk een ‘sales-pitch’ geweest.





Stork 19190924 stork
afbeelding 8: Advertentie uit Revue der Sporten d.d. 24 september 1919

In de maanden september t/m december 1919 werd regelmatig geadverteerd met de Stork-Kar in de ‘Revue der Sporten’ (afbeelding 8), maar blijkbaar zonder succes. 



























stork-1920-kimman
In juni 1920 adverteerde de ‘N.V. Haarlemsche Rijwiel en Automobiel Maatschappij Kimman’ onder andere met de Stork-Kar in ‘De Motor-Wereld’. In het maartnummer van 1921 stond dezelfde advertentie, maar zonder de naam ‘Stork’. Kennelijk waren de verwachtingen omtrent de verkoop van de Stork-Kar niet naar wens geweest en werd gestopt met adverteren. Wat er van die ene Nederlandse Stork-Kar terecht is gekomen is mij helaas niet bekend en waarschijnlijk heeft er zelfs wereldwijd niet één de tand des tijds overleefd (afbeelding 9). Van het merk Norwalk is slechts één auto bewaard gebleven, maar dat is een geheel ander model uit 1914 (afbeelding 10).




















Stork-1920-0403
afbeelding 9: Wie zou de gelukkige eigenaar zijn geworden? Advertentie d.d. 2 april 1920









afbeelding 10 Norwalk 1914
afbeelding 10: Een Norwalk met ‘underslung’ chassis uit 1914
















afbeelding 11 Stork Kar radiator embleem
afbeelding 11: Het enige wat waarschijnlijk origineel was aan de Stork-Kar: het radiateur embleem














vliegtuigwinkel
Hoe ging het verder met Chuck Stork? De Stork-Kar was dus blijkbaar geen financieel succes, en ook meerdere van zijn bedrijven gingen op de fles, hoewel andere ondernemingen een enorm succes kenden. In de jaren twintig raakte Chuck overtuigd van de toekomst van het vliegen. In 1929 opende hij zijn eerste vliegtuigwinkel op het vliegveld nabij Roosevelt Field. In datzelfde jaar fuseerden een aantal bedrijven tot de Allied Motor Industries, waarbij Chuck zijn bedrijf ‘C.T. Stork Corporation’ inbracht. En op 14 mei 1930 opende Chuck, als eerste, in hartje Manhattan, een vliegtuigwinkel, tussen de daar al aanwezige autozaken.
Chuck trouwde vijf maal, werd een pionier in de Amerikaanse vliegtuig industrie, werkte samen met Howard Hughes, bouwde met Anthony Fokker het futuristische droomjacht QED, werd enkele malen steenrijk, maar eindigde uiteindelijk straatarm, zich in leven houdend met de verkoop van accuvloeistof. Hij overleed op 5 juni 1966 aan de gevolgen van een auto-ongeluk.

Tekst: Rutger Booy

Bronnen:
Beaulieu Encylopedia of the Automobile, The Stationary Office, 2002
Conam website: https://conam.info/
De Auto, artikel d.d. 31 juli 1919
Oortmerssen, Frank van
Scholten, Jaap: Horizon City, Uitgeverij AFdH, 2014
Standard Catalogue of American Cars 1805-1942

Copyright © Conam 2010-2019

All Rights Reserved.