logo 1
Contactgroep Auto- en Motorrijwiel Historie

Jaffa, Utrecht

De Jaffa uit Utrecht

In het allereerste Conam Bulletin uit 1991 stelde Jan Bakker zich voor als nieuw lid. Hij schreef daarin onder andere dat er in het Gemeentearchief van Utrecht iets was te vinden over het bedrijf Jaffa, dat ook auto’s heeft gemaakt. Over die autoproductie van Jaffa was op dat moment echter nog niets bekend. Daarop heeft Jan er zich verder in verdiept, want vijf jaar later, in 1996, publiceerde hij een artikel over de Jaffa. We laten het hier nogmaals volgen.

Een automobielmerknaam van Nederlands fabricaat

afbeelding 1 dynamowagen L 429afbeelding 1 de eerste zelfrijdende dynamowagen (fabrikaat Jaffa) uit 1907. Dit voertuig had waarschijnlijk het nummer L-429 (collectie Jan Bakker / Genie museum Vucht))

door Jan Bakker

De Jaffa als automobielmerknaam van Nederlands fabricaat is niet zo algemeen bekend. De productie is waarschijnlijk zeer gering geweest en er zijn weinig gegevens over bekend. Zelfs in het Gemeentearchief van de stad Utrecht en met name in de stukken van en over de Machinefabriek Jaffa is over de autoproductie van dit bedrijf in de beginjaren van deze eeuw [opm. red.: de twintigste eeuw!] niet veel terug te vinden.
Toch zijn ze er geweest, de Jaffa-wagens! De gemeente Utrecht heeft er waarschijnlijk vier gehad, die dienst hebben gedaan als autoluchtpomp. Eén ervan zou tot in de jaren dertig hebben dienstgedaan.
Een andere afnemer was het Regiment Genietroepen in Utrecht, waar ze gebruikt werden als dynamowagen. Eén van deze Geniewagens reed met het Provincienummer L-430 [opm. red.: de nummers L-429 en L-430 stonden inderdaad op naam van het Regiment Genietroepen te Utrecht]. Het bouwjaar van deze twee wagens was waarschijnlijk 1907. Deze dynamowagens hebben kennelijk niet geheel voldaan, want ze werden beide omgebouwd voor paardentractie.

afbeelding 2 Dynamowagen L 430 1afbeelding 2 de tweede zelfrijdende dynamowagen van het Regiment Genietroepen te Utrecht. (collectie Jan Bakker / Genie museum Vucht)

waar kwam de naam Jaffa vandaan?
Daarvoor moeten we even terug in de tijd. Op 29 juli 1880 vestigden Louis en Frans Smulders uit Utrecht een machinefabriek met ijzergieterij op het terrein Soerakarta, waar later het voormalige Buurtstation werd gebouwd, onder de naam Louis Smulders & Co. Louis en Frans beëindigden hun samenwerking in het najaar van 1890. Met behoud van de familienaam Louis Smulders & Co ging Louis op 1 januari 1891 met zijn twee zoons Henri en Jan een nieuwe vennootschap aan. Hun bedrijf vestigden zij op een terrein genaamd Jaffa, op de hoek van de Vleutenseweg en Groeneweg, waarop tot dan de pannen- en tegelfabriek ‘Dolk & van Oostveen’ haar producten had vervaardigd. Het terrein met opstallen werd aanvankelijk gehuurd, doch op 30 december 1898 ging het in eigendom over aan de huurder. Jaffa was de naam van een buitenplaats (Jaffa betekent in het Hebreeuws: bebouwde of beplante plaats). Smulders nam de naam Jaffa over voor zijn onderneming om verwarring met naamgenoten te voorkomen.

afbeelding 3 Dynamowagen L 430 2afbeelding 3 het provinciale nummer L-430 is duidelijk leesbaar. (collectie Jan Bakker / Genie museum Vucht)

hoe ging het verder?
De samenwerking tussen de heer Smulders en zijn zoons duurde tot 31 augustus 1901, op welke datum Jan Smulders uittrad om zich elders zelfstandig te vestigen. De beide overgebleven vennoten zetten de zaak voort bij akte van 29 maart 1902. De onderneming werd voorzien van een andere zoon van Louis en wel Jos F. L. Smulders als medevennoot in de firma. De heer Smulders sr. overleed op 14 mei 1908.
Henri en Jos voerden het bedrijf tot eind december 1925, terwijl Henri aanbleef tot mei 1928. Daarna werd het bedrijf nog wel voortgezet, maar niet meer onder leiding van een Smulders. Hoewel er van autoproductie geen sprake meer is geweest, heeft het oude bedrijf toch nog enige binding gehad met de automobielwereld. In de oorlogsjaren 1940-1945 wist men de licentierechten te verkrijgen van de ‘Imbert’-houtgasgeneratoren, die waarschijnlijk onder de naam Jaffa in de handel werden gebracht. In 1952 werd Jaffa opgenomen in het ‘Stork’-concern onder de nieuwe naam: ‘Stork-Jaffa’.

afbeelding 4 advertentie Imbertafbeelding 4 advertentie voor de ‘Imbert’-houtgasgenerator in de Autokampioen van 7 maart 1942)

afbeelding 5 schema Imbert houtgasinstallatieafbeelding 5 schema van een ‘Imbert’-houtgasinstallatie (bron: Autokampioen van 4 april 1942.

Hulsebos
Ook op motorengebied was men actief en wel in de jaren van 1926 tot 1942 voor wat betreft de ontwikkeling van de ‘Hulsebos’-motor. In de jaren 1934 en ’35 werden licentieovereenkomsten gesloten tussen de N.V. Machinefabriek Jaffa en de N.V. tot Exploitatie van uitvindingen op het gebied van de werktuigkunde ‘Z-as’, waarbij de staat zich garant stelde voor een door de bank van de N.V. Machinefabriek Jaffa te verlenen krediet voor het ontwikkelen van de ‘Hulsebos’-motor.
Later zijn er onderhandelingen geweest tussen Machinefabriek Jaffa en Hulsebos in verband met de moeilijkheden bij het in productie brengen van de ‘Hulsebos’-motor als gevolg van de oorlogsomstandigheden.
De ‘Hulsebos’-motor was voorzien van een tuimelschijfmechanisme en week dus wat bouw betreft af van de normale zuigermotor. Op de RAI van 1938 stond op stand 152 de N.V. Machinefabriek Jaffa v/h Louis Smulders & Co, Groeneweg 2 te Utrecht met een ‘Jaffa-HaHa’-motor, aangeduid als een ‘ruw-olie-automobielmotor’ van 701 pk met Hulsebos-mechanisme en Hesselman-kop. Als proef werd zelfs een aantal automobielen met de nieuwe soort motor uitgerust, onder andere in een tractor van Phillips te Eindhoven; een auto van de Nederlandse Gist- en Spiritusfabriek te Delft en een Auburn-auto van een particulier.
Daarna is het stil geworden en in 1948 stond Machinefabriek Jaffa niet meer op de RAI. Omtrent de ‘Hulsebos’-motor werd nimmer meer iets vernomen … tot ik in augustus 1995 van iemand vernam dat er een Engelsman in het bezit is van een vijfcilinder schuivenmotor van ‘Hulsebos’. En of we daar ooit nog iets van horen?


afbeelding 6 Hulsebos motorafbeelding 6 de Hulsebos-motor ingebouwd in een Marmon.

en nu?

Tot zover het artikel van Jan Bakker. We waren benieuwd wat er twintig jaar na het artikel van Jan nog meer te vinden zou zijn over de Jaffa. Door de zoekterm ‘Jaffa Utrecht’ in te voeren in Google is het eerste dat opkomt een artikel in Wikipedia over de Machinefabriek Jaffa. Interessant, maar er wordt geen melding gemaakt van een automobiel. Het Utrechts Archief schrijft op zijn website ook iets over Machinefabriek Jaffa, maar slechts minimaal. In het archief zelf is wel documentatie te vinden, bij elkaar bijna twee meter in dozen. Of daar nog meer over de autohistorie in te vinden is? Geen idee. Wie gaat er spitten?

meer over Imbert
Over de ‘Imbert’-houtgasgeneratoren vonden we een ingezonden brief in de NRC van 13 januari 1994, waarin de heer Vermunt reageert op een eerder die week verschenen artikel over houtgas. Hij schrijft daarin dat: “mijn schoonvader, dr. B.J.M. Ammerlaan, in 1936 in aanraking kwam met de heer Georg Imbert uit Lotharingen, die in 1925 een mobiele houtgasgenerator had ontwikkeld. Ammerlaan kocht van hem de licentie voor Nederland en België om deze mobiele houtgasgeneratoren te bouwen. Hij richtte daartoe de Nederlandse Imbert Gasmaatschappij (N.I.M.) op, gevestigd in Den Haag. In samenwerking met de Nederlandse Electrolaschmaatschappij in Leiden, met de Machinefabriek Jaffa in Utrecht en het bedrijf E.M.I. in Utrecht werden onderdelen voor de ‘Imbert’-houtgasgenerator gemaakt, die nadien door de N.I.M. werden samengebouwd en op de markt gebracht. In de jaren 1938 tot ongeveer 1943 zijn door N.I.M. 20.000 houtgasgeneratoren gebouwd, die alle op de Nederlandse en Belgische markt werden verkocht. Mede hierdoor was het mogelijk om noodzakelijk transport voor de Nederlandse en Belgische bevolking op gang te houden.”

meer over Hulsebos
Over de door W. Hulsebos uit Laren gebouwde motor is in het Conam Bulletin uitgebreid geschreven, ten eerste door Fons Alkemade in zijn artikel ‘Het mysterie van de Hulsebos-motor’, gepubliceerd in het Conam Bulletin van december 1997 en recent nog in het Conam Bulletin van april 2015, waarin Peter Goedkoop beschrijft hoe zijn grootvader Jan Goedkoop, de stichter en directeur van de Kromhout Motoren Fabriek, kennismaakte met de Hulsebos-motor. Beide CB’s zijn voor leden in te zien via de Conam website (u dient dan wel ingelogd te zijn). Ook op de website staat een bijlage van dit laatste artikel, een technische beschrijving van de Hulsebos-motor, gepubliceerd in het blad Motorverkeer.

Hieronder een brochure van de Jaffa-fabriek uit april 1936

jaffa 19360604 2a
jaffa 19360604 2b
jaffa 19360604 3a
jaffa 19360604 3b
jaffa 19360604 4a
jaffa 19360604 4b
jaffa 19360604 5a
jaffa 19360604 5b
jaffa 19360604 6a
jaffa 19360604 6b
jaffa 19360604 1