
Achter de lettercombinatie WTD/HVB/X verschool zich een veelbelovend project voor de bouw van een Nederlandse rensportauto die aan belangrijke internationale races als die van Le Mans moest deelnemen. Voor de realisatie van deze plannen nam Ben van Marken, vice-voorzitter van het Racing Team Holland, in 1969 contact op met de Haagse ontwerper en bouwer van racewagens Han van der Blij. Deze maakte van rechthoekige buis een extreem laag chassis. Oorspronkelijk was het de bedoeling de auto te voorzien van een tweeliter Ford Cosworth- motor. Deze plannen veranderden toen NSU-importeur Van Oorschot steun toezegde. Hij zou zorgen voor een race-versie van de tweeschijfs RO 80-wankelmotor. De motor, die gecombineerd was met een versnellingsbak voor midscheepse montage, kwam er inderdaad, maar is waarschijnlijk nooit ingebouwd.
Voor het ontwerpen van de carrosserie werd contact gelegd met Rudolf Wolf die aan de Herengracht in Amsterdam een ontwerpbureau voor grafische en industriële vormgeving had. WTD was dan ook de afkorting van Wolf Total Design (Rudolf Wolf had ook de Joymobile ontworpen).
Wim Crouwel en Rudolf Wolf (rechts) naast het houten model van de WTD/HVB/X.Wolf zou worden bijgestaan door Wim Crouwel en Dick Schwartz. Met de maten van het HVB-chassis als uitgangspunt werd een houten model 1:1 gezaagd en getimmerd. Vooraf was een tekening gemaakt op schaal 1:10 en een kleimodel op schaal 1:15. Het houten model had om de dertig centimeter een in vorm gezaagde dwarsspant, kruiselings verbonden met langsspanten. Hierover werd uit triplexplaat de verdere carrosserie gevormd. Aan het houten model is ongeveer een jaar gewerkt. Toen moest het voor het maken van een moedermal naar Polyesterindustrie Lory BV te Lage Zwaluwe vervoerd worden. Hiervoor bleek het noodzakelijk het model via het raam met een kraan naar straatniveau te takelen.


De WTD/HVB/X werd nooit voltooid. Waar het chassis en de motor gebleven zijn is niet bekend. De houten mal en de polyester carrosseriedelen werden opgeslagen bij een schoonmaakbedrijf in de omgeving van Rotterdam. Daar zijn ze door een liefhebber weggehaald.
Tekst (met kleine aanpassingen) en foto's overgenomen uit het boek ’Autodesign in Nederland’ van Jan Lammerse.

