Ahw. en Opleggers (beschrijvingen)

Zwalve, Oude Pekela

zwalve schut 1De N.V. Machinebouw en Constructiewerkplaats W.J. Zwalve begint in 1823 in Oude Pekela als smederij en sluit uiteindelijk haar poorten in 1981. Van het bedrijf is niets meer over, het is afgebroken en er is geen papieren archief, behalve wat nog in kranten, naslagwerken en encyclopedieën is te lezen, een interview uit 1997 van Eduard Hattuma met nazaat Hendrik Zwalve (zie onder dit artikel) en de gegevens uit de handelsregisters In 1823 wordt door Willem Jans Zwalve een complete smederij overgenomen van ene Mulder. Als er rond 1850 in Oude Pekela steeds meer scheepswerven komen, veranderen de werkzaamheden voor de smid, die nu samen met zijn knecht grofsmeedwerk maakt, o.a. het scheepsbeslag voor houten scheepjes, ankers, kettingen e.d.

Hierboven een foto uit de jaren dertig of veertig van N.V. Grofsmederij, Machinebouw en Constructiewerkplaats W.J. Zwalve te Oude Pekela. Links naast de smederij woonde smid/fabrikant W.J. Zwalve. Voor het huis staat zijn auto met kenteken A 1030. Er staat een half afgebouwde aanhanger/oplegger voor de constructiewerkplaats.

Nazaat en opvolger Edzard moet mee met de vernieuwingen en waagt zich rond 1880 aan het bouwen van kleinere schepen, zoals bolschepen en trekschuiten, die uitsluitend bestemd zijn voor de binnenvaart. Het bedrijf wordt voortgezet door de weduwe Lang kan Edzard hier niet van genieten, hij overlijdt op 25 augustus 1881 te Oude Pekela. Zwalve is geen erkende scheepswerf en volgens nazaat Hendrik Zwalve is het werk stopwerk, dat alleen in de wintermaanden wordt uitgevoerd, als andere opdrachten iets minder goed lopen. Verschillende hier gebouwde schepen zijn nog te achterhalen uit de scheepsliggers die digitaal zijn in te zien bij het Maritiem Museum Rotterdam en uit de kranten.

Aardappelrooimachines
Na Edzards dood in 1881 is er geen opvolger. Zoon Willem Jans is nog niet oud genoeg, hij is pas dertien jaar. Dus wordt het bedrijf voortgezet door de weduwe E. Zwalve, Albertje Kleve. Zij gaat niet bij de pakken neerzitten, doch stort zich vol overgave op onder andere de productie van landbouwwerktuigen. Met name met aardappelrooimachines gooit ze hoge ogen en wint ze prijzen.
Voor dit type wordt octrooi gevraagd en veel aardappelrooimachines worden nog steeds volgens dezelfde principes vervaardigd. Zwalve begint ook met de constructie van bruggen over de vele kanalen en met de constructie van stalen geraamtes voor verschillende fabrieken en scheepswerven. Inmiddels is Willem Jans Zwalve oud genoeg om het bedrijf te leiden; het gaat hem voor de wind en hij bouwt veel geraamtes en bruggen.

Opleggers
In 1920 wordt begonnen met de fabricage van opleggers voor Duitse DAAG trekkers. Zwalve is daarmee een van de eerste opleggerfabrieken van Nederland. Dit omdat een houthandelaar niet uit de voeten kan met de lengte van zijn DAAG‐truck. In 1928 of 1929 zie je voor het eerst opleggers met een zogenoemde koppelschotel.
In 1931 werken er bij smederij Zwalve twaalf arbeiders. In 1934 komt Zwalve, net als verschillende andere opleggerfabrikanten in Nederland, met een geheel nieuwe lichtgewichtconstructie. Zwalve kiest hiervoor een onderligger in de vorm van een T‐profiel waarop verschillende buizen worden gelast die vervolgens worden ingezaagd.

Zwalve 7
Een driewielige motorcarrier, voor het eerst tentoongesteld tijdens het 350 jarig bestaan van Oude Pekela in 1949, type Y‐500. De letter Y verwijst naar het onderstel, één wiel aan het ene uiteinde en twee wielen ervoor. Duidelijk is te zien dat door het y‐vormige chassis de mogelijkheden bijna onuitputtelijk waren.

In 1934 wordt Willem Jans Zwalve ‐ hij is intussen fabrikant ‐ benoemd tot bestuurslid van de Vereniging voor Handel, Industrie en Plaatselijke belangen in Oude Pekela. Dat duurt niet lang, want in 1936 overlijdt hij in het Diaconessenhuis te Groningen op 57‐jarige leeftijd. Het bedrijf wordt daarna voorgezet door zijn zoons, Edzard Jan en Albert; beiden afgestudeerd als werktuigbouwkundige.
Edzard ontpopt zich als de commerciële man, Albert als de technische. In 1936 komt de eerste tandemasoplegger. Tot 1938 maakt Zwalve grofsmeedwerk, vooral voor de kustvaart zoals de sleepboten van Smit Tak, bestaande uit voor‐ en achterstevens, alsmede stalen roerramen. In 1941 wordt alweer nagedacht over een volgende uitbreiding.
In november van dat jaar staat er een advertentie in de krant: Aan de firma W.J. Zwalve, machinefabriek alhier, is thans vergunning verleend om de voorgenomen uitbreiding van dit bedrijf ten uitvoer te leggen.

Motorcarriers
Tijdens het 350 ‐jarig bestaan van Oude Pekela in 1949 wordt voor het eerst een nieuwe tak geïntroduceerd van de smederij en opleggerfabriek, namelijk het vervaardigen van driewielige motorcarriers. Er worden ongeveer dertig van verkocht.

zwalve schut 15
Foto hierboven: een nieuwe tak voor het bedrijf, driewielige motorcarriers. Afnemers zijn o.a. de gemeente Amsterdam, Geesink (de bekende fabrikant van vuilnis‐, veeg‐ en brandweerwagens) en verfindustrie Ferwerda te Groningen. Ze worden vaak op maat gemaakt. Tot de allereerste afnemers behoren melkhandel Adrichem in Heemskerk en een kaashandel in Alkmaar. De motorcarriers werden voor iedere beroepsgroep op maat gemaakt.

Tegen het eind van de jaren vijftig krijgt het bedrijf patent op een onafhankelijke luchtgeveerde achterasconstructie, een uitvinding van Albert Zwalve. In 1952 ondergaat het familiebedrijf een naamsverandering en wordt officieel omgezet in de naamloze vennootschap N.V. Machinefabriek en Constructiewerkplaats W.J. Zwalve, gevestigd te Oude Pekela. Ze maken nu ook opslagtanks voor vloeistoffen en stalen silo’s.

Failliet
Doordat alles verder bij het bedrijf voorspoedig verloopt, wordt er een afdeling ‘trailerbouw’ toegevoegd. De chassis van de aanhangwagens en opleggers worden standaard geel gespoten. Achterop komt het logo van Zwalve, een dwarsgeplaatste roodgerande ruit, net een wybertje, met daarin de naam Zwalve. Inmiddels wordt het bedrijf geleid door drie broers, zonen van, maar veel onderling geruzie, tot zelfs handgemeen aan toe, leidt bijna tot het einde van het bedrijf.

zwalve-5
Een trailer uit de werkplaats van Zwalve, achterop stond het logo.





zwalve schut 9

Een ‘wybertje’ van brons.












zwalve schut 11Dan gaat Zwalve samen met het bedrijf Theak en als Theak‐Zwalve proberen ze het hoofd boven water te houden. Dat lukt niet en op 23 januari 1981 wordt de machine‐ en trailerfabriek Theak‐ Zwalve officieel door de Groninger rechtbank failliet verklaard. De vijftig werknemers staan op straat. Op 24 april 1981 wordt een veiling gehouden van de inboedel.

Nijdam Bedrijfsvoertuigen Techniek in Groningen neemt het patent van Albert Zwalve over en produceert vervolgens Zwalve aanhangers. Albert ontvangt hiervoor wel een honorarium, zodat Nijdam uit zijn naam het patent mag gebruiken. De broers gaan met kwade koppen uiteen. Geen van hen heeft nog interesse in het bedrijf en er blijft dus ook geen papieren archief over. Waarschijnlijk is het gewoon bij het vuilnis gegooid. Het gebouw wordt afgebroken, de grond gesaneerd en op het vrijgekomen terrein worden nieuwe huizen gebouwd. Wat resteert, is een bronzen plaat uit 1971 (foto hierboven). De plaat is door een man die het gehele pand heeft helpen ontruimen uit de afvalbak gered.






tekst Jan Schut (met dank aan de heer Jan Aijold Kuiper, registrator van Veenkoloniaal Museum)
Dit artikel is ook gepubliceerd in het Conam Bulletin Herfst 2019.


Hieronder de tekst uit het Conam Bulletin van 1997
zwalve-1






























zwalve-2










































zwalve-3

































Zwalve 8
De tentoontelling '350 jaar Oude-Pekela' in 1949 met de introductie van de Zwalve Y-500















zwalve-5a
























De eerste lichtgewicht oplegger van Zwalver, 1934




zwalve-6


















Luchtdruk kieper uit 1962














Zwalve 9

















Zwalve 10














Zwalve trekker

Copyright © Conam 2010-2019

All Rights Reserved.