Auto-importeurs in Nederland (beschrijvingen)2

British Leyland Nederland C.V., Gouda

bln 19750000 gouda
foto hierboven: het pand van British Leyland Nederland in Gouda, 1975

Nadat in 1968 in Engeland de fusie tussen British Motor Holding (British Motor Corporation + Jaguar) en Leyland (Leyland + Rover en Triumph) tot stand was gekomen, werd het ook in de Europese exportorganisaties duidelijk dat men tot integratie moest komen.
Op 18 maart 1970 kondigden in een gezamenlijk perscommuniqué British Leyland Europa en R.S. Stokvis & Zonen aan dat zij British Leyland Nederland C.V. hadden opgericht. Tot dan toe verkochten zes onafhankelijke importeurs met hun eigen dealerorganisaties op de Nederlandse markt personenwagens en bedrijfswagens van de merken die in 1968 onder de vlag van British Leyland waren samengebracht. Deze zes importeurs waren:

- Stokvis & Zonen in Rotterdam voor het merk Austin en BMC bedrijfswagens
- Lagerweij in Den Haag voor het merk Jaguar/Daimler
- Molenaar in Amersfoort voor de merken Morris en MG
- Leyland Motor Corporation in Gouda voor het merk Triumph, Leyland bedrijfswagens en autobussen
- Sieberg in Amsterdam voor het merk Rover en Land Rover
- Van der Mark in Amsterdam voor de merken Riley en Wolseley.

Lees meer: British Leyland Nederland C.V., Gouda

R.S. Stokvis & Zonen

R.S. Stokvis en Zonen was een Rotterdamse handelsmaatschappij die in 1849 werd opgericht. Enige jaren daarvoor, in 1844, begon Rafaël Samuel Stokvis (1807-1889) met zijn “Handel in Engelsche IJzerwaren, Gereedschappen en Brabantsche Gegoten Ornamenten in het groot”. Op 1 mei 1849 wordt de firma voortgezet onder de naam “R.S. Stokvis en Zoon”, gevestigd aan de “Oostzijde van het Delftschevaart, Nr. 321 te Rotterdam”. De “zonen” zijn Samuael Rafaël (1827-1908), bijgenaamd S.R. senior en Salomon Raphaël (1833-1905), genaamd S.R. junior (1827-1908).

stokvis 18490503 ijzerwaren NRC
advertentie in de Nieuwe Rotterdamsche Courant d.d. 3 mei 1849









Vanaf 1859 gaan de beide broers verder onder de bestaande naam, zonder hun vader. Vanaf het eind van de 19de eeuw doen zonen van S.R. senior en junior hun intrede in het familiebedrijf dat in 1904 wordt omgezet in een NV: NV Handelsmaatschappij van R.S. Stokvis en Zonen. Op het hoogtepunt heeft het bedrijf in Nederland 18 filialen, later Verkoopkantoren genoemd.

Deze handelsmaatschappij importeerde en verkocht tal van technische goederen, uiteenlopend van smeermiddelen tot consumentenproducten als rijwielen en bromfietsen. Voor de afzet en service ontwikkelde Stokvis in de loop van de 20ste eeuw een landelijk net van vestigingen met magazijnen, met daarnaast een aantal regiokantoren. Het bedrijf (met het hoofdkantoor te Rotterdam) zelf telde in de jaren vijftig twintig handelsafdelingen.
(bron: Wikipedia)

In de loop der jaren heeft R.S. Stokvis & Zonen een groot aantal automerken en motorfietsmerken geïmporteerd. Klik hier voor een overzicht!

Een zeer uitgebreide beschrijving van de firma Stokvis is te vinden op Archieven.nl (klik!)

Lees meer: R.S. Stokvis & Zonen

H. Englebert, Den Haag

Henri EnglebertDe Belg Henri Englebert was één van de Nederlandse auto-importeurs van het eerste uur. Hij begon in 1898 vanuit zijn éénkamerwoning in de Nieuwsteeg in Leiden producten van het Belgische F.N. (Fabrique National d’ Armes de Guerre) in Nederland te vertegenwoordigen.
Hij verkocht fietsen in een tijd dat deze nog velocipèdes heetten. Nog in hetzelfde jaar werd er verhuisd naar een woning op één-hoog in de Papegracht 23, waar de éne kamer dienst deed als kantoor en de andere als werkplaats, met al snel een vaste monteur. Nog in 1898 bezat hij een motorfietsgroothandel aan de Apothekersdijk en werd daarmee ongemerkt het oudste importhuis van Nederland. Weer een jaar later importeerde hij als proef ook een paar automobielen, waaronder ook een F.N.

Lees meer: H. Englebert, Den Haag

Jos van der Schoot en Peugeot

Door Frans Kense

In Tilburg is DESTIL een bekend en bloeiend bedrijf. Minder bekend is dat de naam DESTIL afkomstig is van de samenvoeging ‘van DEr Schoot TILburg’.

Ruim honderdvijftig jaar geleden was de grondlegger van het bedrijf, Willem v.d. Schoot in de Heuvelstraat als messenmaker begonnen. Zijn zonen, zes in totaal, hebben zijn bedrijf met succes uitgebreid. Zoon J.A.M. (Jos) van der Schoot (1873-1953), in 1901 getrouwd met A.M. Hoofs, was degene die zich op fietsen, motorfietsen en auto’s ging toeleggen. Rond 1903 is hij onder de naam Schoot-Hoofs gestart met een werkplaats in de Kuiperstraat bij het Wilhelminapark.

Lees meer: Jos van der Schoot en Peugeot

Anton G. Immink uit Utrecht: hoofdagent van Chaumont

Hoewel Anton Immink wellicht strikt genomen geen importeur was, verdient hij toch een plek in deze rubriek. Hans Waldeck schreef onderstaand artikel dat gepubliceerd werd in Het Conam Bulletin van juli 2015. Het is aangevuld met nieuwe informatie die later beschikbaar kwam en gepubliceerd werd in het Conam Bulletin van juli 2016

In het Conam Bulletin 1994/2 beschreef Ariejan Bos drie Utrechtse garagebedrijven tot 1914, waaronder het bedrijf van Anton Gerardus Immink (Utrecht, 21 maart 1870 - Hengelo, 28 januari 1949[1]) aan de Ridderschapstraat 1-3 en 4 op de hoek van de Wittevrouwenstraat.[2]

immink afbeelding 1

 

afbeelding 1 Het pand van Anton G. Immink aan de Ridderschapstraat 1 in 1906. (bron: Het Utrechts Archief / Ridderschapkwartier.blogspot.nl)

 

Lees meer: Anton G. Immink uit Utrecht: hoofdagent van Chaumont

Jan Inpijn en de ‘Eerste Haarlemsche Automaatschappij voorheen J. Inpijn’

inpijn-1913-img336-1

Jan Inpijn werd geboren in Haarlem op 5 november 1878. Op 16 november 1899 trouwde hij met Hillegonda Geertruida Bannink te Haarlem, hij was toen 21 jaar oud, zij 19 jaar.

In diezelfde maand november 1899 vestigt Jan Inpijn zich in Haarlem als smid, maar we komen hem voor het eerst tegen in een advertentie uit 1900 waarin hij wordt genoemd als agent van Swift fietsen. Tevens heeft hij een Rijwielschool.

swift-cycles-1900-06-01-inpijn

 

 

Lees meer: Jan Inpijn en de ‘Eerste Haarlemsche Automaatschappij voorheen J. Inpijn’

Dirk van der Mark

dirk-mark-01-rai-1908

Dirk van der Mark Senior werd geboren op 19 mei 1877 te Amsterdam. In 1893, op 16-jarige leeftijd, krijgt Dirk een baan als jongste bediende bij de Technische Handels Onderneming J.L. Lang, een handel in fietsen, fietsonderdelen en onderhoudsmiddelen van Leonard Lang, autopionier van het eerste uur. Leonard Lang was erg ingenomen met zijn nieuwe hulpje, die zes dagen per week op de zaak keihard werkte, en op zijn vrije zondag als vrijwilliger op de fietsschool les gaf, of te vinden was achter de kassa van de wielersportbaan. Samen met zijn zes jaar oudere broer Sam van der Mark wist Dirk ook op menig wielrenevenement succes te halen in de tandemklasse.

foto links: Dirk van der Mark in 1908.

Lees meer: Dirk van der Mark

Tasche en Co.

Tasche-1917-01-10-2

Over de vroege levensgeschiedenis van Hendrik Albrecht Tasche uit Nijmegen is tot nu toe niet veel bekend. Wel dat hij op 11 juni 1901 een voertuig kocht. Dit was waarschijnlijk een 'Zwaluw' die hij, compleet met het rijksnummer 78, kocht van de bouwer Carel van Rosendael, ook uit Nijmegen. Anderhalf jaar later, op 3 oktober 1902, verkocht Tasche dit voertuig weer door aan de in Helmond wonende Engelsman E.A. (Ernest) Archer (de latere importeur van Morris automobielen in Amsterdam).

Voordat hij tot de kern van de echte autopioniers gerekend kon worden bezat Tasche in Nijmegen een fietsenwinkel, eerst in een klein pand aan het begin van de Gerard Noodtstraat en vanaf 1902 een aanzienlijk groter bedrijfspand aan de St. Jorisstraat. Hier produceerde hij zelf fietsen onder het merk 'Achilles'. Ook op dit adres startte hij met de verkoop van 'Magnet' motorrijwielen. Hij was in Nijmegen lid van de wielerclub 'Vooruit'.

Naast de interesse voor de opkomende motorisering richtte hij een succesvol elektrotechnische bureau op dat gespecialiseerd was in het omschakelen op stroom en aansluiten van verlichting in gebouwen. Toch was hij ook al vroeg met automobielen in de weer, want in 1904 en 1905 adverteerde hij in het blad 'De Auto' met autobanden van de merken 'Dunlop' en 'Gaulois'.

Door uitbreiding van zijn zaken verhuisde hij in juli 1906 naar een nieuw gebouwd pand aan de Van der Brugghenstraat 6-8. Uit advertenties valt te concluderen dat naast de verkoop en reparatie van automobielen hij nog lang het agentschap en hoofdagentschap van verschillende fiets- en motorrijwielmerken bleef voeren, waaronder het eerder genoemde merk Magnet.

In 1907 trok Tasche compagnons aan en er kwam een tweede pand bij aan de Gerard Noodtstraat 135-141. Dit Jugendstil pand, dat speciaal als garage was ingericht, bestaat nog steeds. Via de achterzijde was het in een L-vorm verbonden met het pand aan de Van der Brugghenstraat 6-8. Ook stond Tasche tot en met 1907 in de autohandboeken genoteerd als benzinedepot in Nijmegen aan de Gerard Noodtstraat 55-57. Tasche noemde zijn bedrijf 'Garage Nijmegen'. Beide panden lagen vrijwel in elkaars verlengde en bevonden zich langs een van de belangrijkste invalwegen van Nijmegen.

Toen Darracq importeur Aertnijs naar Amsterdam verhuisde nam H.A. Tasche het agentschap van Darracq op zich. Onder de naam Tasche en Co. werd begonnen met het hoofdagentschap van Ariès en Mors automobielen, snel gevolgd door de merken Belgica, Stoewer, Wolseley en Rochet-Schneider. Men deed goede zaken en de activiteiten werden uitgebreid met filialen in Soerabaya en Medan (Sumatra). In 1908 waren er 25 man in dienst.

Lees meer: Tasche en Co.

H.C.L. Sieberg

sieberg-img034

Henri Constant Louis Sieberg was afkomstig uit een van oorsprong Duits-Tsjechische familie. Vroegtwintigste eeuw had hij als handelaar zijn beginkapitaal gemaakt met de import van Boheems kristal, glas en aardewerk.
Naarmate de jaren verstreken ging hij zich steeds meer bezighouden als projectontwikkelaar en als handelaar en belegger in onroerend goed.
In 1912 werd hij in die hoedanigheid benaderd of hij een geschikte ruimte wist voor een snel groeiend bedrijf, dat handelde in het automerk Ford. Dit bedrijf had kort daarvoor zijn activiteiten verplaatst van Utrecht naar Amsterdam, maar was niet tevreden met de huidige behuizing. Met het aannemen van dit verzoek kon H.C.L. Sieberg niet voorzien dat dit de eerste stap zou zijn op automobielgebied en dat zijn naam een lange tijd hiermee in verband zou worden gebracht.

Lees meer: H.C.L. Sieberg

Klaas Landeweer, Utrecht

landeweer-1929rai

Klaas Landeweer opende op 25 augustus 1908 de poorten van de 'Internationale Automobile Centrale' te Utrecht, welke volgens de Kampioen van 11 september van dat jaar tot één der grootste automobiel zaken van Nederland gerekend mocht worden.

Het gebouw werd door de 'Revue der Sporten' geprezen vanwege "zijn gezellige uiterlijk" en volgens dit blad was "het bewijs dat de eigenaardige doch wel Hollandsche bouwtrant van de architect A. Rijksen Gzn. direct de aandacht had getrokken, dat de heer Landeweer dezer dagen reeds een verzoek uit Engeland kreeg om een paar teekeningen of foto's van het gebouw te zenden". De garage was van alle gemakken voorzien. De modernste werktuigen werden aangedreven door een 5pk elektromotor. De garage bezat een 'Adam's creec', een krik op wieltjes, zoals je ze nu ook nog wel eens ziet. Verder was er een wasinrichting (voor automobielen) en een 'benzine-huisje', waarin een opslagreservoir met een inhoud van 1000 liter (explosievrij, systeem Salzkotten).

Lees meer: Klaas Landeweer, Utrecht

J. Leonard Lang

leonard-lang-1967-02

Op 15 Maart 1892 vestigde J. Leonard Lang, nog geen 23 jaar oud, zich met een rijwielzaak op de Nicolaas Witsenkade nr. 45 te Amsterdam. Hij had het agentuur van de Humber en Rambler fietsen, die aanvankelijk nog met massieve banden waren uitgerust. De zaken verliepen voorspoedig en de bedrijfsruimte moest worden vergroot. Dit kon door ruimten aan de begane grond van de panden 39 en 40 erbij te trekken. Ten opzichte van zijn concurrenten was de kracht van Leonard Lang dat hij naast zijn werklust ook een goede en betrouwbare service verleende, plus dat hij zijn klanten persoonlijk les gaf in wielrijden.

leonard-lang-1

Door de stijgende omzetten (waardoor de prijs van een fiets omlaag kon) steeg ook het aantal klanten, vaak mensen die op latere leeftijd op een fiets stapten. Dit werd door Leonard Lang opgevangen door in een deel van het Paleis voor Volksvlijt op het Frederiksplein (vlakbij zijn zaak) een overdekte 'Rijwielschool' op te richten. Later organiseerde hij in het Paleis voor Volksvlijt een tentoonstellingsruimte voor fietsen, niet lang daarna gevolgd door motorrijwielen en automobielen. Dit zou leiden tot de oprichting van de R.I. (later RAI) tentoonstelling. Eerst als lid van de tentoonstellingscommissie en vanaf 1897 als voorzitter bleef Leonard Lang tot 1946 de drijvende kracht achter de RAI-tentoonstellingen. Sinds de opening van het huidige RAI congres- en evenementen complex in 1961 siert als eerbetoon het borstbeeld van Leonard Lang de ingangshal.

Geïnteresseerd in techniek en vermogend genoeg om een automobiel te betalen, behoorde hij tot een der eerste eigenaars van een dergelijk voertuig in de hoofdstad. Bij zijn eerste proefritje werd hij gelijk al met zijn Decauville aangehouden. Omdat politie en autoriteiten niet goed wisten hoe deze situatie aan te pakken werd besloten hem onder politiebegeleiding met voertuig en al naar huis te brengen.

Nadat de vergunningen om te mogen rijden rond waren, nam hij gedurende korte tijd het agentschap van deze Franse Decauville op zich, gevolgd door import van het Belgische merk Dechamps, en het Amerikaanse Oldsmobile. Gedurende een langere periode werd de import gevoerd van Germain en Delaunay-Belleville destijds nogal bekende automerken van respectievelijk Belgische en Franse herkomst.

Omstreeks 1905 werd de zaak verplaatst naar de Stadhouderskade 114. Hier waren een deel van de gebouwen van de voormalige rijtuigfabriek Gebr. Spijker gevestigd, deze had echter zijn activiteiten verplaatst naar Trompenburg.

Tot dik in de jaren zeventig bleef Leonard Lang hier gevestigd, zij het met vele uitbreidingen in de breedte en in de diepte, dit laatste tot aan de zijstraat en de achterstraat die dit huizenblok begrenzen.

Lees meer: J. Leonard Lang

André J.H. Ceurvorst

Ceurvorst-19250421--SIB

Andreas (André) Johannes Hermanus Ceurvorst werd geboren in Amsterdam op 27 maart 1882 als zoon van een café-restauranthouder. Hij begon zijn carrière met een fietsenwinkel in de Albert Cuypstraat, waar hij rijwielen verkocht van de firma Adler van de Prinsengracht. Daar kwamen later Belgische motorfietsen bij, de Sarolea en de Berkley.

Circa 1910 kocht hij een auto van het Belgische merk Vivinus en later een driecilinder Panhard Levassor en een Humber. Niet voor de verkoop, maar voor verhuur met chauffeur. Die chauffeur was André Ceurvorst zelf. Zijn bedrijf heette The Express Garage' en was gevestigd aan de Albert Cuypstraat 240. In zijn jaren als chauffeur leerde hij het vak grondig kennen en kwam als vanzelf in de automobielhandel terecht

Lees meer: André J.H. Ceurvorst

Gremi, Groningen

Gremi - Groningse Rijwiel En Motor Industrie

Gremi-balhoofd

De basis voor dit bedrijf werd gelegd in 1903 toen Pieter Wouda een pand kocht aan de Poelestraat 27 in Groningen om er een rijwiel- en motorrijwielen bedrijf te beginnen. Op verzoek begon men ook automobielen te repareren en niet veel later werden auto's ook in het verkoop assortiment opgenomen.

Kort na de Eerste Wereldoorlog werd in samenwerking met een broer van dhr. Wouda een extra pand aangekocht, om zowel de zaken te splitsen als vanuit dit tweede pand uitsluitend automobielen te verkopen. Het bedrijf werd omgezet in een Naamloze Vennootschap onder de naam GREMI (Groningse Rijwiel En Motor Industrie).

Na jarenlang agent en dealer van vele auto- en motorfietsmerken te zijn geweest ging men begin jaren dertig over om import-schappen van zowel diverse bekende als enkele obscure motorfietsmerken te verwerven.

Pas toen het bedrijf al ruim een halve eeuw bestond kwam men via de scooterwereld in contact met Hans Glas die in Duitsland de dwergauto's van het merk Gogomobiel op de markt bracht. Gremi verwierf het importeurschap voor heel Nederland en de verkopen van de Gogomobielen overstegen enkele jaren ruim de verwachtingen. Enkele jaren later ontwikkelde Glas de Isar, die beschouwd werd als een wat meer volwassen auto. Door deze ontwikkelingen werd Gremi automatisch een volwaardige auto-importeur.

Helaas ging in de tweede helft van de jaren zestig de vooruitstrevende Glas failliet. De fabriek werd opgekocht door BMW, welk merk in Nederland al werd vertegenwoordigd door Alimpo. In allerijl werd naar een nieuw merk gezocht. Ironisch genoeg werden wegens onbekendheid met de producten en de onwennige markt enkele Japanse merken afgewezen, merken die later jarenlang hoog de Nederlandse verkooplijsten zouden aanvoeren.

Door de overname van het importbedrijf IMOCA, dat in Nederland Oost- Europese producten aan de man bracht, werd Gremi importeur van de merken Scaldia, Volga en Jalta. Helaas liet de kwaliteit van deze producten zowel bij de aflevering als bij het gebruik te wensen over. Dit kostte Gremi veel geld aan garantiekwesties. Nadat de verkopen te ver waren ingezakt om nog winstgevend te zijn, schakelde men over op het Russische merk LADA (gebouwd op verouderde FIAT mallen) en de Zastava (later Yugo) uit het vroegere Joegoslavië.

In 1970 werd een tweede en meer serieuze poging ondernomen door daadwerkelijk het importeurschap op zich te nemen van Subaru, een merk uit de snel groeiende Japanse automarkt. Toch werd al na korte tijd de import weer afgestoten na geruchten/berichten dat het bedrijf last zou hebben met de financiering/groeistuipen.

De verkopen van de relatief succesvolle Lada deden het bedrijf weer een tijdje opnieuw opbloeien. In de jaren negentig zakten de verkopen opnieuw dramatisch in omdat concurrerende merken in een voor Oost-Europa te snel veranderende wereld ten opzichte van prijs/kwaliteit verhouding aantrekkelijkere auto's maakten. Eind jaren negentig werd Gremi meegetrokken in het faillissement van EuroLada GMBH in Hamburg en werden de zaken beëindigd.

Lees meer: Gremi, Groningen

Copyright © Conam 2010-2017

All Rights Reserved.