Auto-importeurs in Nederland (beschrijvingen)2

Anton G. Immink uit Utrecht: hoofdagent van Chaumont

Hoewel Anton Immink wellicht strikt genomen geen importeur was, verdient hij toch een plek in deze rubriek. Hans Waldeck schreef onderstaand artikel dat gepubliceerd werd in Het Conam Bulletin van juli 2015. Het is aangevuld met nieuwe informatie die later beschikbaar kwam en gepubliceerd werd in het Conam Bulletin van juli 2016

In het Conam Bulletin 1994/2 beschreef Ariejan Bos drie Utrechtse garagebedrijven tot 1914, waaronder het bedrijf van Anton Gerardus Immink (Utrecht, 21 maart 1870 - Hengelo, 28 januari 1949[1]) aan de Ridderschapstraat 1-3 en 4 op de hoek van de Wittevrouwenstraat.[2]

immink afbeelding 1

 

afbeelding 1 Het pand van Anton G. Immink aan de Ridderschapstraat 1 in 1906. (bron: Het Utrechts Archief / Ridderschapkwartier.blogspot.nl)

 

 

 

 

 

 

 

 

Anton kocht in 1903 zijn eerste auto. Het was de Mors van de heer Charles François Testas tot Oud-Wulven (Houten, 21 september 1864) uit Houten (klik hier). Ook de rijksrijvergunning 156 nam hij op 21 november van dat jaar van Testas over. Deze auto verkocht hij – ook weer met de rijvergunning 156 – op 19 augustus 1904 aan A. Brom uit Utrecht. Daarna verkreeg hij pas weer op 29 september 1905 een eigen rijvergunning met nummer 2006. In dat jaar 1905 vond Ariejan hem voor het eerst in het Adresboek van Utrecht, vermoedelijk omdat hij met zijn Favoriet Rijwielen Magazijn naar het voormalige Münchener Bierhuis, dat eigendom was van de Levensverzekeringmaatschappij ‘Utrecht’ aan de Ridderschapstraat 1-3, was verhuisd.[3] Volgens het Jaarboek van de N.A.C. van zowel 1908 als 1910 werd hij als agent van de merken (Clément-)Bayard en Minerva genoemd. In 1911 werd het pand Ridderschapstraat 1 verbouwd tot een showroom met garage (afbeelding 2). Het pand bevindt zich nog steeds in herkenbare staat op deze locatie.

immink afbeelding 2

 

afbeelding 2 Het verbouwde (en nog steeds bestaande) pand van Anton G. Immink aan de Ridderschapstraat 1, waarin zijn showroom en garage van de N.V. Utrechtsche Auto-Garage was ondergebracht. (bron: De Auto, augustus 1912, p. 1226)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
De naam van het bedrijf werd toen ook gewijzigd in N.V. Utrechtsche Auto-Garage v/h Anton G. Immink. Met de opening van dit nieuwe pand verwierf hij volgens advertenties in het blad De Auto ook het hoofdagentschap van Chaumont. Ariejan merkte al op dat dit merk niet te traceren was. En dat is tot op de dag niet anders. In 1918 ging het eigendom van de N.V. Utrechtsche Automobielgarage over naar Nico Bordes. We raken Anton Immink dan een tijdje uit het zicht[4], totdat hij op 63-jarige leeftijd in Hengelo opduikt om in 1934 een nieuwe onderneming te beginnen met de naam ‘Imco’. Hij was teruggekeerd naar zijn oorspronkelijke liefde: de fiets[5]. Hij zou tot op hoge leeftijd met nieuwe ideeën voor de fiets komen, zoals een servo-rem, een derailleur en een drieversnellingensysteem.[6]

Chaumont: de personenauto
Zoals gezegd: Anton Immink verklaarde zich in 1911 tot hoofdagent van het merk Chaumont. Vermoedelijk was dit een eigen verklaring, want het merk Chaumont is tot op heden in geen enkel archief teruggevonden. Zelfs de Motoring Reference Library van het National Motor Museum in Beaulieu liet mij op 16 maart 2015 weten dat het merk Chaumont niet in hun archieven voorkwam.[7] Geconfronteerd met de foto’s uit een tweetal advertenties van Immink (klik hier voor de advertenties) in ‘De Auto’[8] zagen zij ook geen kans de auto’s te linken aan een ander bestaand merk van welke nationaliteit dan ook. Zij waren het met Conam-lid Jac Maurer eens dat de beide getoonde auto’s op grond van een aantal kenmerken Renaults zouden kunnen zijn. Het klepje voorop de kolenschopmotorkap, de hoek van de stuurstang, de plaats van de handrem en de wieldop met de vijf bevestigingsbouten zijn volgens Jac onmiskenbaar een Renault AI uit 1906 of 1907. Conam-lid Ariejan Bos is voorzichtiger. Hij ziet ook verschillen en er waren in die jaren heel veel automobielen met kolenschopmotorkappen!
De uitgebreide technische gegevens van de leverbare Chaumonts, zoals die genoemd werden in het jaarboek van het blad Autoleven van 1915, komen op geen enkele wijze overeen met Franse of Belgische automobielen in dat overzicht![9] Helaas ook niet met Renault. We durven dus nog steeds geen uitspraak te doen op welk oorspronkelijk merk de Chaumont van Immink gebaseerd was. Opmerkelijk is, dat Immink vanaf 1911 ook een ziekenauto op het merk Chaumont exploiteerde, waarmee hij de eerste ziekenvervoerder met een automobiel in Utrecht genoemd werd (afbeelding 5 en 5a).[10 en 10a]

 

immink afbeelding 3

afbeelding 3 (boven) De twee auto's van de twee advertenties in De Auto voor Chaumont-automobielen aangeboden door de N.V. Utrechtsche Auto-Garage v/h Anton G. Immink. (bron: De Auto, 8 februari 1912, p. LIII en De Auto, 15 februari 1912, p. XXXIV; coll. Henk Schuuring, Amsterdam)

immink afbeelding 4

 

afbeelding 4 Interieur van het pand Ridderschapstraat 1-3 (bron: Ridderschapkwartier.blogspot.nl)

 

 

 

 

 

 

 

 

immink afbeelding 5

 

afbeelding 5 De advertentie in het Utrechtsch Nieuwsblad, waarin Immink zijn (Chaumont) Auto-Ziekenwagen aanprees. (bron: Utrechtsch Nieuwsblad, 2 september 1911, p. 4)

 

 

 

 

 

 

 

immink afbeelding 5a

 

afbeelding 5a Advertentie in Revue der Sporten d.d. 20 augustus 1919. Is dit ook een Chaumont?

 

 

 

 

Chaumont: de autobus

Anders ligt het bij de Chaumont-bussen, die in 1913 werden ingezet op de lijn Utrecht-Vianen. In 1912 stortte Anton Immink zich naast zijn fietsen- en automobielzaak ook op het vervoer van personen en goederen. Uit berichten in het Utrechtsch Nieuwsblad blijkt, dat hij in februari van dat jaar betrokken was bij een nieuwe autobusdienst van Utrecht naar Schoonhoven.[11] Op 2 juli was Immink geïnteresseerd in de huur van het perceel Ganzenmarkt 10.[12] Hij wilde daar een ‘bestelhuis’ en een conciërgewoning inrichten voor zijn vrachtautodienst op Doorn.[13] Een maand later was sprake van een Nederlandsche Auto Goederen-Besteldienst afd. der N.V. Utrechtsche Auto-Garage v/h Anton G. Immink. Een jaar later in april werd deze besteldienst – nu gevestigd aan de Ganzenmarkt 19 (was dit hetzelfde pand als eerder op nummer 10?) – omgezet in een aparte N.V. met gelijktijdige uitbreiding van haar diensten richting Jutphaas en IJsselstein.[15] Na de zomer werd op 24 september een autodienst geopend van Utrecht naar Vianen door de Utrechtsche Auto-Personen-Goederendienst, waarvan – zoals gemeld – Anton Immink de technische leiding had. Men had kapitaalkrachtige personen gevonden om deze lijn te financieren.
De lijn werd feestelijk geopend vanuit Hotel de l‘ Europe aan het Vredenburch (Vreeburg) 14 in Utrecht. De genodigden werden ontvangen door jhr. J.K. Lampsins van den Velden[16], president-commissaris van de dienst en de heren jhr. H.J.M. Barchman Wuytiers van Vliet[17] en M.G. van Mourik, commissarissen, alsmede de directeur P.W. Hardebol.[18] Vanuit het Vreeburg werd eerst nog het Stationsplein aangedaan om vervolgens via het Liesbosch, Jutfaas en Vreeswijk naar hotel Hartman in Vianen te rijden. Onderweg hadden drommen mensen de autobus toegejuicht en had men de Nederlandse driekleur uitgehangen. Nadat in Vianen diverse speeches waren gehouden en een dejeuner-dinatoire was aangeboden, had men met de genodigden nog een rit naar Meerkerk en Lexmond gemaakt.
Weer een half jaar later op 16 maart komen we Immink nog eenmaal tegen in het Utrechtsch Nieuwsblad met de opening van een autodienst van Utrecht naar Maarssen van de N.V. Utrechtsche Auto-Personen en Goederendienst. Daarna wordt het stil rond deze diensten van Immink. We weten nu dat hij in 1918 zijn zaken overdroeg aan Nico Bordes. Het blijft gissen, maar zou de Eerste Wereldoorlog Immink – hij was toen 48 jaar – wat zijn activiteiten op automobielgebied betreft de das om hebben gedaan?

Feestelijke rit

In het bericht van 24 september 1913 was tijdens die feestelijke rit naar Vianen sprake van twee Chaumont-bussen. Ze werden vrij nauwkeurig door de verslaggever beschreven: “De auto is van Fransch fabricaat uit de Chaumont-fabriek, waarvan de Utrechtsche auto-garage hoofdvertegenwoordiger is. Deze autobussen worden ook heel veel in Parijs gebruikt.” En verder: “De 7 M. lange, gele wagen met een ruim achterbalcon is in twee afdeelingen verdeeld, plaats biedende aan 31 personen. Er zijn 8 plaatsen in de eerste, 16 plaatsen in de tweede klasse en 7 plaatsen op het achterbalcon.”
De autobus woog inclusief de passagiers 5000 kilogram en was uitgerust met een motor van 35 pk, waarmee een maximumsnelheid van 35 kilometer per uur kon worden gehaald. De banken van de eerste klasse waren met leder bekleed, terwijl in de tweede klasse de banken van hout waren. Voor bandenpech behoefde men niet bevreesd te zijn, want de autobus was uitgerust met massieve banden.[20] Met deze beschrijving hadden we natuurlijk nog geen idee om wat voor bussen het nu eigenlijk ging, totdat we het boek Autobussen in Nederland; 90 jaar historie in woord en beeld van Martin Wallast nog eens opensloegen.[21] Op pagina 16 staat een foto van een lichtgekleurde (gele?) De Dion-Bouton bus van de lijn ... Utrecht-Vianen uit oktober 1913. In de tekst vermeldt Wallast op pagina 14 het volgende: “Voor de dienst op Vianen gebruikte men voornamelijk Parijse [!; HW] stadsbussen van het merk De Dion-Bouton met een open achterbalkon. De motor bevond zich onder de zitplaats van de chauffeur, die vanuit zijn hoge positie een onbelemmerd uitzicht had, maar tevens werd blootgesteld aan weer en wind. Men zou kunnen spreken van een vroege vorm van frontbesturing.”

Een paar dingen vallen op in deze beschrijving:

1. Het gaat bij Wallast om oktober 1913. In het Utrechts Nieuwsblad wordt de nieuwe dienst aangekondigd op 24 september!

2. De foto laat een lichtgekleurde bus met groot achterbalkon zien. Op de bus stond 'N.V. Utrechtsche Personen en Goederendienst' en dat was de dienst, waarbij Immink betrokken was! Helaas kun je op de foto in het boek geen goed beeld krijgen van de neus van de bus. Maar Ariejan Bos had met deze gegevens nog een uitstekende foto uit het blad De Prins van de ingebruikneming van deze bus voor het Hotel de l’Europe. (afbeelding 6). [22]

immink afbeelding 6

 

afbeelding 6 De Chaumont-bus van de N.V. Utrechtsche Personen en Goederendienst bij zijn inauguratie in 1913 voor Hotel de l’Europe aan het Vreeburg in Utrecht. (bron: De Prins, 11 oktober 1913; coll. Ariejan Bos, Nijmegen)

 

 

 

 

 

 

En daarmee wordt duidelijk dat de twee Chaumont-bussen van Immink geen De Dion-Boutons waren, maar (een samenstelling van onderdelen) van het merk Malicet & Blin, waarvan Immink ook importeur was (afbeelding 7).

Malicet blin 1912 mab

 

afbeelding 7 Advertentie voor Malicet & Blin

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De vrachtauto in de advertentie voor het vrachtautomerk Malicet & Blin van Immink uit juli 1912 heeft inderdaad opmerkelijke overeenkomsten met zijn autobus en past bij het moment dat hij met zijn autobussen in september 1913 begon. Maar is die Chaumont-autobus nu werkelijk een Malicet & Blin en geen De Dion-Bouton?

Zowel in de Georgano als op internet wordt Malicet & Blin (1890-1925) omschreven als de fabrikant van de kettingloze fiets en rond de eeuwwisseling van chassis, stuurkolommen en andere componenten voor de automobielindustrie onder de naam MaB, maar niet van motoren. Toch hebben ze ook automobielen gebouwd met eigen ééncilindermotoren, die bovendien aan diverse andere autofabrikanten werden verkocht en ongetwijfeld onder eigen namen aan de man werden gebracht. Dit past ook in onze constatering, dat Immink zijn importauto’s een eigen naam gaf!

In 1897 bouwde Malicet & Blin in ieder geval een 4hp vis-à-vis en in 1903 een 8hp tonneau met een De Dion-Bouton motor. Met name in Frankrijk werden in die jaren in vele automerken De Dion-Bouton motoren – mogelijk de moeder van alle automotoren - ingebouwd en het lijkt zeer aannemelijk, dat Malicet & Blin ook in hun (spaarzame?) vrachtauto’s en bussen dergelijke motoren inbouwden. Malicet & Blin heeft in 1910 meegedaan aan het Concours de Véhicules Industriels georganiseerd door het Franse ministerie van Oorlogen en de Franse automobielclub, maar of dit bijvoorbeeld tot leveringen aan het Franse leger heeft geleid, is onzeker. Aangemoedigd door de genoemde advertentie is overigens nog nergens teruggevonden, dat Malicet & Blin autobussen aan Parijs zou hebben verkocht. Blijft de vraag of het bij de Parijse autobussen en bij de Chaumont-bus van Immink nu om een Malicet & Blin-autobus met een De Dion-Bouton motor of om een De Dion-Bouton met een chassis-carrosserie van Malicet & Blin ging?

immink afbeelding 7a

 

afbeelding  8 De vrachtauto's van Immink reden op Dunlop banden. Artikel in Revue der Sporten d.d. 26 augustus 1913

 

 

 

 

Mysterie opgelost?

Nu Malicet & Blin op enigerlei wijze betrokken lijkt bij de Chaumont-bussen van Immink, is daarmee het raadsel van de Chaumont-personenauto’s nog allerminst opgelost. De gegevens over de zeven Chaumont-modellen van Immink in het jaarboek Autoleven uit 1915 bieden geen overeenkomsten met de spaarzame gegevens in de Georgano en in Wikipedia over de Malicet & Blin personenauto’s. Ook Fons Alkemade vindt nog steeds geen overeenkomsten van de Chaumont-gegevens met zijn gegevens over ruim 2500 Franse modellen van rond 1913[23]. Het is bovendien ook zeer onwaarschijnlijk, dat alle zeven modellen van één en dezelfde fabrikant zouden stammen. Het is evenmin zeer waarschijnlijk, dat Immink deze zeven modellen ook daadwerkelijk zou hebben geleverd of hebben kunnen leveren.

De (voorlopige) conclusie is dus dat het merk Chaumont zeer waarschijnlijk bedacht was door Anton Immink, die van 1908 tot 1918 garagehouder was aan de Ridderschapstraat 1-3 in Utrecht. We zagen dat in dezelfde periode eerder bij Bavink uit Zwolle, die door hem geïmporteerde Westfalia’s van Ramesohl & Schmidt AG uit Oelde in Westfalen de door hem zelf bedachte naam Perfecta gaf.[24] Ondanks hernieuwde pogingen om het basisvoertuig van deze Chaumonts te identificeren, is dat voor de personenauto’s nog niet bevredigend gelukt. Voor de bussen kon nu met zekerheid worden vastgesteld dat het om Malicet & Blin bussen ging. Hiermee lijkt ook bevestigd, dat Immink inderdaad zijn uit het buitenland geïmporteerde automobielen de eigen naam Chaumont gaf.

Een fantasiemerk was in de begintijd van de automobiel niet ongebruikelijk. Nu zouden we dat “badge engineering” noemen, wat ook nu weer een populaire activiteit van de marketeers is. Chaumont is een plaatsnaam die in Frankrijk en België in verschillende departementen voorkomt en Immink vond die waarschijnlijk wel lekker in het gehoor liggen.

Het mysterie rond het automerk Chaumont is dus nog maar gedeeltelijk opgelost. Mocht iemand een bijdrage kunnen leveren aan dit mysterie, dan wordt die bijdrage gaarne ingewacht.

Paardentram

immink 19141118 paardentram

Volgens een advertentie uit het Algemeen Handelsblad van 18 november 1914 deed Immink een pogingen om een soort van motortram ter vervanging van paardentramrijtuigen aan te bieden. Het lijkt er op dat het ondernemersdrang bij Immink groter was dan het realiteitsgevoel. Hij pakte ongeveer alles op vervoersgebied aan, maar zonder de grote successen, die hij zich daarbij zal hebben voorgesteld. De tractor op het plaatje lijkt niet te identificeren. Overigens zijn uit dezelfde periode natuurlijk wel andere tractoren voor paardentrams bekend, zoals Fords Model T. Het grote verschil met Renard-treinen was, dat de laatste niet op rails reden (toch?) en de paardentrams wel.

Bijzonder vind aan die advertentie voor een tractor voor de paardentram is, dat die vrijwel gelijk werd aangeboden met de introductie van zijn buslijn naar Jutphaas. Je zou verwachten, dat hij die bussen als vervanger zag voor de paardentram. Maar kennelijk wedde hij op twee 'paarden'. De bus heeft gewonnen, maar Immink niet.

Ongetwijfeld zal Immink op de hoogte zijn geweest van de pogingen van Hillen uit Jutphaas om ook met een dergelijke vervanging te komen.

immink orno 19180119

Na zijn vertrek in 1918 bij de Utrechtsche Autocentrale, komt Immink even later terug als directeur van het nieuw opgezette bedrijf "Orno" in Zeist (De Ingenieur, 19-01-1918).

 

 

 

 

immink orno 19181010

 

Algemeen Handelsblad, 10-10-1918

 

 

 

 

immink orno 19190221

 

Dit bedrijf loopt blijkbaar in het begin goed daar er uitbreiding van de gebouwen plaatsvindt (De Maasbode, 21-02-1919).

 

 

 

 

 

 

immink orno 19200613

 

Maar dan wordt in juni 1920 Immink op de meest eervolle wijze ontslagen bij "Orno" (Algemeen Handelsblad, 13-06-1920).

 

 

 

 

immink orno 19201016

 

"Orno" vervaardigde (onder meer?) auto-onderdelen (NRC, 16-10-1920).

 

 

 

immink orno 19210621
Vervolgens gaat "Orno dan in 1921 failliet en in 1922 worden de gebouwen verkocht (Algemeen Handelsblad, 21-06-1921)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

immink orno 19220622

 

De Maasbode, 22-06-1922

 

 

 

 

immink orno 19231110

 

Vervolgens verhuist "een" A.G. Immink van Markelo naar Rheden . Vermoedelijk "onze" Immink, doch dit is niet zeker (Arnhemse Courant, 10-11-1923).

 

 

 

immink orno 19330916


En dan zien we hem inderdaad in 1933 in Hengelo opduiken met het nieuwe bedrijf I.M.C.O. (Twentsch Dagblad Tubantia, 16-09-1933).

 

 

 

 

 

 

 

Aanvulling:

Na de overname van het pand Ridderschapstraat 1-3 door Nico Bordes, breidt hij in 1920 uit met het pand Wittevrouwenstraat 26 en gebruikt ook Ridderschapstraat 4. Bordes houdt de naam “Garage voorheen Anton G. Immink”. Auto's worden er niet meer gemaakt, alleen gerepareerd, verhuurd en verkocht. In 1922 adverteert hij als de 'NV Utrechtse Auto Garage' en presenteert met trots de nieuwe 6 cilinder Fiat type 519. Een andere activiteit wordt belangrijker: huur en verhuur van auto's. Medio april 2016 werd in dit pand een horecagelegenheid gevestigd.[25]

immink afbeelding 8

 

afbeelding 9 Venster in de voorgevel van Ridderschapstraat 1-3

 

 

 

 

 

 

immink afbeelding 9

 

afbeelding 10 Het pand in april 2016

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De auteur dankt Fons Alkemade, Jan Bakker, Rutger Booy, Ariejan Bos, Hans Klomp, Jac Maurer, Henk Schuuring en Kees Valk voor hun bijdragen en adviezen.

Noten:
1. Anton Immink was van 12 september 1894 (Utrecht) tot aan zijn dood in 1947 gehuwd met Hendrica Wilhelmina Elisabeth Molenbeek (Utrecht, 17 mei 1873 - Hengelo, 30 december 1970). Zij kregen twee zonen, waarvan de tweede Hendrikus (Henri) Johannes (Utrecht, 15 februari 1910) in de voetsporen van zijn vader trad door na de oorlog in de directie van Imco te worden opgenomen.

2. Ariejan Bos: Garagebedrijven in Utrecht tot 1914 (Gerth, Immink, Landeweer), in: Conam Bulletin 4(1994) nr.2, p. 6-10.

3. Bert Poortman: Van koetshuizen tot garages; industrieel erfgoed in de Ridderschapstraat en Molenstraat te Utrecht (USINE, Utrecht, 2014), p. 8-9.

4. Volgens zijn persoonskaart bij het Centraal Bureau voor Genealogie is hij met zijn vrouw naar de Saxenburgerstraat 284 in Amsterdam verhuisd, om op 20 april 1933 in Hengelo neer te strijken.

5. Anton Immink was in zijn jonge jaren een succesvol wielrenner en later fietsfabrikant.

6. Rinus Scholten: Signalement: N.V. Metaalindustrie ‘Imco’, in: Oald Hengel 12(1987) nr. 3, p. 29-32.

7. Patrick Collins: persoonlijke mededeling, Beaulieu (Research & Enquiries Officer), National Motor Museum Trust – 2015, 16 maart 2015.

8. Uit de collectie van Henk Schuuring, Amsterdam.

9. In het Jaarboek Autoleven staat een ‘Lijst van technische gegevens der in Holland vertegenwoordigde automobielmerken’, pg. 80-(Chaumont: 82-83)-93.

10. Utrechtsch Nieuwsblad, 2 september 1911, p. 4.

10a. Revue der Sporten d.d. 20 augustus 1919

11. Utrechtsch Nieuwsblad, 12 februari 1912, p. 2.

12. Utrechtsch Nieuwsblad, 2 juli 1912, p. 3.

13. Utrechtsch Nieuwsblad, 16 juli 1912, p. 3.

14. Utrechtsch Nieuwsblad, 7 augustus 1912, p. 7.

15. Utrechtsch Nieuwsblad, 8 april 1913, p. 4.

16. Jan Karel Lampsins van den Velden (Utrecht, 6 maart 1880 - Doorn, 1 november 1953).

17. Hendrik Jan Marie Barchman Wuytiers van Vliet (4 februari 1875 - 6 januari 1916).

18. Utrechtsch Nieuwsblad, 24 september 1913, p. 2.

19. Amersfoortsch Dagblad, 17 maart 1914, p. 3; Utrechtsch Nieuwsblad, 17 maart 1914, p. 1.

20. Utrechtsch Nieuwsblad, 24 september 1913, p. 2.

21. Martin Wallast: Autobussen in Nederland; 90 jaar historie in woord en beeld (Elmar, Rijswijk, 1987), p. 14 en 16.

22. De Prins, 11 oktober 1913.

23. Alkemade, Fons - : persoonlijke mededelingen, Haarlem – april 2016

24. Hans Waldeck: Een Perfecta van de rijwiel-, motorfiets en autohandelaar Klaas Baving uit Zwolle, in: Conam Bulletin 14 (2004) nr. 3, p. 20-24.

25. bron tekst: Ridderschapkwartier.blogspot.nl

Copyright © Conam 2010-2017

All Rights Reserved.