Carrosseriebouwers (beschrijvingen)

Carrosseriebedrijf T.A. Benning, Bergen op Zoom

Over het carrosseriebedrijf van T.A. (Theodorus) Benning is weinig bekend. Hij krijgt in 1939 een vergunning voor de bouw van een carrosseriefabriek met drie bovenwoningen aan de Wouwsestraatweg, maar het is niet duidelijk wat hij daar produceert.

Bron: Bergen op Stoom, productiebedrijven in de gemeente Bergen op Zoom van 1800 tot 1950, eindredactie Willem Heijbroek, uitgave Stichting Industrieel Erfgoed Bergen op Zoom, 2009

Carrosseriebedrijf Hazen, Bergen op Zoom

Een bedrijf dat zich zijdelings met carrosseriebouw heeft bezig gehouden, is modelmakerij Hazen, die omstreeks 1929 is gevestigd aan de Zuidsingel 19-20. Hazen heeft ook een fabriek voor houten riemschijven, merk Avia, en een carrosseriebouw onder de naam Avia voorheen Gebrs. Hazen.

Het is opmerkelijk dat de krant in de jaren tussen 1929 regelmatig bericht over het carrosseriebedrijf, maar dat geen van de latere eigenaren of nazaten zich iets kan herinneren. Ook in een herdenkingsbrochure van Hazen uit 1956 wordt met geen woord over carrosseriebouw gerept.

Bron: Bergen op Stoom, productiebedrijven in de gemeente Bergen op Zoom van 1800 tot 1950, eindredactie Willem Heijbroek, uitgave Stichting Industrieel Erfgoed Bergen op Zoom, 2009

Touw - Carrosseriefabriek D. Touw en Zonen, Bergen op Zoom

Daniël Touw, geboren te Roosendaal in 1899 als zoon van een smid, start op 1 september 1928 een kachelmakerij en autoplaatwerkerij aan de Lindebaan 14-16. Het bedrijf maakt vooral plattebuiskachels. Soms komt er een klant voor reparatie van plaatschade aan zijn auto. Dat verandert echter snel als de automarkt vanaf het einde van de jaren twintig explosief begint te groeien. Spoedig ontwikkelt het bedrijf van Touw zich tot een schadeherstelbedrijf met klanten uit de hele regio. Daarnaast neemt de vraag naar vrachtwagens met gesloten en open laadbakken toe. Kooplieden die eerst nog met paard en wagen met hun handelswaar langs de deur trekken, schakelen vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw over op bestelwagens. In die tijd neemt ook het vervoer van groepen dagjesmensen snel toe en ontstaat er vraag naar op maat gebouwde bussen, voorzien van fraaie belettering en bekleding. Touw start in 1940 met zijn auto-beklederij en voegt zeven jaar later carrosseriebouw toe aan zijn bedrijfsactiviteiten; de kachelmakerij is dan al opgedoekt. De handelsnaam wordt gewijzigd in Carrosseriefabriek D. Touw.

Lees meer: Touw - Carrosseriefabriek D. Touw en Zonen, Bergen op Zoom

Smit & Vlaming - N.V. Carrosseriefabriek v/h Smit & Vlaming, Bergen op Zoom

Carrosseriebedrijf Willem Smit wordt in 1923 gevestigd aan het Stationsplein en de Oude Stationstraat. Smit zet zijn bedrijf om in de vennootschap W. Smit en Co. en deze blijkt in 1926 te zijn gevestigd aan het Stationsplein 15. Deze vennootschap is vermoedelijk opgericht op 27 februari 1926, maar een oprichtingsdatum februari 1924 wordt ook vermeld. De vennoten van dit bedrijf zijn W.S. Smit en B. Vlaming.

W.S. Smit adverteert in 1914 nog als bouwkundige in dagblad De Zoom en beveelt zich aan voor het maken van bestekken, tekeningen en begrotingen. Het maken van tekeningen voor auto's zal hem dus niet vreemd zijn geweest.

smit carrosserie 1930 1

 

lijkwagen, circa 1930

 

Vanaf 1927 zet Smit de zaak voort onder de naam NV Carrosseriefabriek v/h Willem Smit. B. Vlaming vraagt in 1928 toestemming voor de uitbreiding van de carrosseriefabriek aan het Stationsplein 157. Smit en Vlaming hebben in de loop van de tijd nog een nevenvestiging opgericht. Aan de Koepeldwarsstraat 7 wordt in 1929 de NV Bergen op Zoomsche Carrosseriefabriek gevestigd. Doel is het bouwen en repareren van en handel in carrosserieën en automobielen, aan het Stationsplein 15, hetzelfde adres als het bedrijf van W. Smit. Lang heeft deze nevenvestiging niet bestaan, want in september 1931 wordt de NV Bergen op Zoomsche Carrosseriefabriek opgeheven, vermoedelijk ten gevolge van de economische crisis.

Bron: Bergen op Stoom, productiebedrijven in de gemeente Bergen op Zoom van 1800 tot 1950, eindredactie Willem Heijbroek, uitgave Stichting Industrieel Erfgoed Bergen op Zoom, 2009

 

Lees meer: Smit & Vlaming - N.V. Carrosseriefabriek v/h Smit & Vlaming, Bergen op Zoom

Carrosseriefabriek Demmers, Bergen op Zoom

De eerste carrosseriefabriek in Bergen op Zoom is van de Bergse wagenmaker Antonius Demmers. Hij richt in 1897 een rijtuigmakerij op aan de Wassenaarstraat 44 en breidt deze later uit met een carrosseriebedrijf. Het bedrijf wordt opgeheven op 1 juli 1929. Zijn zoon Johannes Marinus Demmers neemt de zaak van zijn vader over, waarbij het vestigingsadres wordt gewijzigd in Wassenaarstraat 42. Erg lang voert Johannes Demmers hier zijn vak niet uit, want drie jaar later is het carrosseriebedrijf in staat van faillissement en opheffing volgt. Waarschijnlijk ligt de oorzaak van de sluiting bij de economische recessie van dat moment.

Bron: Bergen op Stoom, productiebedrijven in de gemeente Bergen op Zoom van 1800 tot 1950, eindredactie Willem Heijbroek, uitgave Stichting Industrieel Erfgoed Bergen op Zoom, 2009

Carrosseriefabriek J.C. Otten, Muntendam

A 22576 otten muntendam

Carrosserie op een Chevrolet voor bodediens Poppen, midden jaren dertig

(bron foto: Gronings Archief)

 

Na de Tweede Wereldoorlog werden de broers Jan Cornelis en Barend Otten bekend met de fabrikage van de 'Otten' caravans. Lees hier meer.

 

Smulders, Tilburg

Carrosseriefabriek Smulders in Tilburg

door Frans Kense

1 Logo Smulders 1937Het logo van Smulders: een ‘Gouden Koets’ met verbrandingsmotor.

 

Wat is het verschil tussen een wagenmaker en een carrosseriefabriek? Een plaats als Tilburg telde in 1928 totaal veertien wagenmakers en in 1934 zeventien wagenmakers plus vier carrosseriefabrieken. Die toename had een aantal oorzaken. De vele Brabantse stoomtramwegmaatschappijen konden in de jaren dertig de concurrentie niet aan met de ‘wilde’ busmaatschappijen en besloten op korte termijn al het railvervoer te vervangen door eigen autobussen. Met name gebeurde dit door de uit een fusie ontstane ‘Brabantsche Buurtspoorwegen en Autodiensten’ (kortweg BBA) die een honderdtal autobussen, maar ook vrachtwagens nodig had.

Lees meer: Smulders, Tilburg

Huiskamp Carrosseriefabriek, Winterswijk

In 1913 startte dhr. G.B. Huiskamp zijn wagen- en rijtuigmakerij. Het Winterswijkse bedrijf bouwde verschillende soorten koetsen, van chique rijtuigjes voor de elite, tot de koets voor het lokale bakkertje. Een bedrijf in Zelhem gaf Huiskamp destijds de opdracht voor de bouw van een staatsie-rouwkoets. Deze koets werd in de uitvaartbranche zó goed ontvangen, dat Huiskamp meerdere opdrachten voor rouwkoetsen kreeg en zich vanaf dat moment is gaan specialiseren in het maken van rouwvervoermiddelen. Dat doet de firma nu, bijna honderd jaar later, nog steeds, alleen is de koets in de loop der tijd uiteraard vervangen voor de auto en is ook de werkwijze met de tijd meegegaan.

huiskamp 1913 rijtuigmakeri

 

Lees meer: Huiskamp Carrosseriefabriek, Winterswijk

Gebr. Kronenburg, Culemborg / Hedel

Kronenburg begon in 1823 in Culemborg een koperslagerij. Een van de eerste producten was een koperen windketel, die onder meer geleverd werd aan brandweerkorpsen uit de omgeving om ervoor te zorgen dat de brandspuiten een constante straal leverden. Al spoedig werden er complete handspuiten gebouwd. Later werd ook het bouwen van stoombrandspuiten ter hand genomen. Al kort na 1900 werden vrachtwagens opgebouwd, gevolgd door de productie van brandweerauto’s. In de twintiger en dertiger jaren werd vaak van Ford TT en Ford V8 gebruik gemaakt voor de brandweer opbouw.

kronenburg 1928 Ford TT

Ford TT 1928

 

Lees meer: Gebr. Kronenburg, Culemborg / Hedel

Arij Jordaans, Schiedam

arij jordaans

Bron: adreslijst Schiedam 1924, p.111

arij jordaans K 18870

Studebaker chassis uit 1945, door Jordaans rond 1950 voorzien van een kolkenzuigeropbouw.

(bron: fotoarchief Gemeente Vlissingen, inv.nr. FA19407)

 

Carrosserie en Wagenbouw Hoetmer, Rotterdam

Carrosserie en Wagenbouw Hoetmer, Rotterdam

Hoetmer Wagenbouw

Het bedrijf van Cor Hoetmer was in 1953 gevestigd aan de Hoofdlaan, maar verhuisde later naar de Noorderkanaalweg in Rotterdam. Hoetmer maakte veel brandweerwagens. Het bedrijf eindigde door het plotselinge overlijden van Cor Hoetmer ("Aan een vet hart..."). De aciviteiten werden overgenomen door Jan en Arie van der Kraan aan de Ringdijk in Schiebroek. Dit bedrijf bestaat nog steeds in Vlaardingen.

 Hoetmer E 33876 Opel

Opbouw van Hoetmer op een Opel Blitz

 

van Beurden, De Lier

De geschiedenis van Van Beurden Carrosseriefabriek laat zich omschrijven met een aantal sleutelwoorden: kwaliteit, betrokkenheid en continu op zoek naar nieuwe ontwikkelingen en technieken. Deze eigenschappen vormen de ruggengraat voor een bedrijf dat inmiddels al meer dan tachtig jaar actief is in de carrosseriebouw.

1929 -1945

Na een opleiding bij vader en oom begon P.L. van Beurden in 1929 zelf een wagenmakerij in De Lier. De werkzaamheden bestonden destijds uit het maken en repareren van paardenwagens en kruiwagens voor boeren en tuinders uit de omgeving en het herstellen van koetsen.

kromhout-van-beurden

 

Lees meer: van Beurden, De Lier

Oostwoud, Franeker

Marten Frankes Oostwoud (1874-1936) was de zoon van wagenmaker Franke Roelofs Oostwoud (1844-1899). Franke verplaatste in 1880 zijn bedrijf van Giekerk naar Franeker, aan het Noord (zuidzijde). Marten nam de leiding in 1899 over. Het assortiment liep uiteen van hondenkarren tot tilbury's, van invalidewagentjes tot landauers. Na WO-I begon Marten met het bouwen van autocarrosserieën. Op Opel-onderstellen uit Duitsland (chassis, wielen, motor en stuur) bouwde hij de carrosserie naar wens van de klant.

Na zijn dood ging men ook buisconstructies maken, wat leidde tot de productie van stalen meubelen, ontworpen door binnenhuisarchitect Cor Alons.

Het bedrijf ontwikkelde zich later tot producent van ziekenhuis- en technisch meubilair.

(bron: Van rijtuig tot ziekenhuisbed, door Franke Oostwoud, Meer (België) 2000)

oostwoud-1917-06-23

advertentie uit de Leeuwarder Courant van 23 juni 1917

 

 

Groenewold Carrosseriefabriek, Hoogezand

In 1947 startte Groenewold Carrosseriefabriek met de productie van bussen in Hoogezand. Tot 1965 was dit het belangrijkste product. Tegelijkertijd werd ook gestart met de productie van autotransporters en andere voertuigen. Midden jaren zeventig werd volledig gestopt met het maken van bussen en werd de nadruk gelegd op de auto-transporters en daaraan gerelateerde voertuigen. (bron: website Groenewold)

 

groenewold-nbm

 

(foto: Rutger Booy)

 

Lees meer: Groenewold Carrosseriefabriek, Hoogezand

Domburg, Montfoort

Carrosseriebouw Domburg is ontstaan na de Tweede Wereldoorlog, toen de beide firmanten van carrosseriefabriek Den Oudsten & Domburg in 1947 uit elkaar gingen. Floris Domburg begon in Montfoort een carrosseriebedrijf dat voornamelijk autobussen heeft gebouwd. In de jaren zeventig werd de zaak opgeheven.

domburg-nbm

Klinkenberg, Wormerveer

De N.V. Machinefabriek en Constructiewerkplaats Gebr. Klinkenberg te Wormerveer werd opgericht in 1855 als een smederij. Het bedrijf groeide uit en werd bekend door de constructie van bruggen, hijskranen, liften en staalbouw in het algemeen. Klinkenberg was ook de fabrikant van de Kliko Draaitrommel vuilnisauto, die werd verkocht door de Industriële Handelmaatschappij Koster & van Batenburg te Alkmaar. De naam 'kliko' voor de kunststof vuilcontainers die wij tegenwoordig gebruiken, is een samentrekking van de namen Klinkenberg en Koster.

KLIKO-1962-02-klinkenberg

 

advertentie februari 1962 

 

Gebr. Mijnhardt, Arnhem / Voorburg

mijnhardt-File0623-01

De drie firmanten van de firma Gebr. Mijnhardt te Arnhem, circa 1928. Links W. F. Mijnhardt, rechts zijn broer Th. Mijnhardt en in het midden Fr. Mijnhardt, zoon van W.F. Mijnhardt

In maart 1901 begonnen de broers W. F. Mijnhardt en Th. Mijnhardt een wagenmakerij aan de Vlijtstraat te Arnhem. Er werden diverse koetsen gebouwd, van dogcarts en buggies tot elegante coupés en victoria's.

mijnhardt-File0623-02

Een buggy uit de beginperiode van Gebr. Mijnhardt

Ook in Arnhem bevond zich de fabriek van Gelria en al gauw maakte Mijnhardt hiervoor de carrosserieën. Helaas hadden de motoren de kwaal dat zij tijdens proefritten in brand vlogen, waarbij dan als eerste het koetswerk tot as verging.

Door de uitstekende kwaliteit van de koetswerken kreeg Mijnhardt een goede naam en veel auto-importeurs kwamen naar Arnhem om een carrosserie te laten maken. De zaken gingen zo goed, dat het bedrijf in Arnhem werd uitgebreid en in 1910 een filiaal werd geopend te Voorburg, Zuid-Holland. Dit filiaal werd gesloten in 1917, omdat er door de Eerste Wereldoorlog geen carrosserieën meer werden besteld. Ook het bedrijf in Arnhem moest inkrimpen. Door het ingestelde rijverbod voor auto's, kreeg men wel weer opdrachten voor de bouw van rijtuigen.

mijnhardt-File0623-03

In 1906 werd bovenstaande carrosserie gebouwd op een - volgens de originele tekst - Royal Star. Het ligt echter meer voor de hand dat dit een Delahaye is.

mijnhardt-File0624-01

Carrosserie op het chassis van een Renault uit 1910

Na de Eerste Wereldoorlog concentreerde Mijnhardt zich volledig op de bouw van autocarrosserieën. Met uitzondering van een enkel karretje voor een concours-hippique was het gedaan met de bouw van rijtuigen. Volgens Mijnhardt was het goedkoper om deze in het buitenland te bestellen en waren de vaklui die dit soort rijtuigen maaktenin Nederland vrijwel niet meer te krijgen.

mijnhardt-File0624-02

Carrosserie op de Winton Six van H.M. de Koningin-Moeder in 1918

Door de opkomst van auto's met een fabrieksopbouw, raakte de carrosseriebouw in het slop, zodat begin jaren twintig de baken opnieuw moesten worden verzet. Fr. Mijnhardt, de zoon van W.F. Mijnhardt, had zijn technische opleiding niet alleen in het eigen bedrijf gekregen, maar ook bij diverse andere bedrijven in Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk. Op zijn initiatief werd het bedrijf gesplitst in een afdeling carrosseriebouw en een voor de handel in auto's. De Gebr. Mijnhardt kochten in 1921 de aandelen op van de N.V. Automobielhandelmij., waarin de nieuwe afdeling voor autohandel en reparatie werd ondergebracht. Op de Eusebiusbuitensingel in Arnhem werd een showroom ingericht. Hier kon de klant kiezen uit de merken Paige, Jewett, Amilcar, Peugeot en Delage. Later kwamen daar ook Hudson en Essex bij.

mijnhardt-arnhem-624-4

De garage in de Vlijtstraat te Arnhem

mijnhardt-File0625-01

De showroom aan de Eusebiusbuitensingel te Arnhem. Voor de showroom staan een Paige en een Jewett

 

Tekst: Rutger Booy
Bron: Sport in Beeld, circa 1928

 

Mijnhardt Delahaye 1912 exterieur

 

Een door Mijnhardt gebouwde 20/30 H.P. Delahaye-Limousine, in Louis XVI stijl (bron: De Revue der sporten van 19 november 1912)

 

 

 

 

 

 

Mijnhardt Delahaye 1912 interieur

 

Interieur van de door Mijnhardt gebouwde 20/30 H.P. Delahaye-Limousine, in Louis XVI stijl (bron: De Revue der sporten van 19 november 1912)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

mijnhardt-3

 

advertentie circa 1912/1913 voor de Delahaye

 

 

 

 

 

 

 

Mijnhardt 1 19130624

 

Topedo-carrossserie op een Daimler chassis

bron: Revue der Sporten, juni 1913

 

 

 

 

 

 

Mijnhardt 2 19130624

 

Interieur van de Daimler uit 1913

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mijnhardt 19130808 Arnhemsche courant

 

bericht in de Arnhemsche Courant van 8 augustus 1913

 

 

 

 

 

Artikel uit De revue der sporten jrg 6, 1912, no 28, 19-11-1912:

Een zeer merkwaardige carrosserie, in ons vaderland vervaardigd.

De tijden zijn gelukkig voorbij, dat de automobilist, wilde hij zoowel het uit- als inwendige van zijn wagen in de puntjes verzorgd hebben, tot dat doel de grenzen moest overwippen. Nu een auto niet slechts meer een snel, maar ook een luxueus vervoermiddel is geworden, soms 'n miniatuur-woonhuisje, staat Nederland dan wel niet aan de spits van de carrosserienijverheid, maar ook niet onder de hekkensluiters. We hebben nog wel geen Van den Plas binnen onze grenzen, maar we hebben wel zwoegers, ernstige werkers, die een brok arbeid kunnen leveren, dat er zijn mag. Lezer, bekijk nu eens de hierbij gevoegde foto's! Buitengewoon, niet waar ? Zoo op 't eerste gezicht de gedachte aan iets uit den vreemde, n'est-ce-pas ? Brussel of Parijs! Te licht, te coquet voor kikkerland. Hallo, my dear, kijk eens richting Voorburg uit! Wie woont daar? Wie bouwt daar wagens? Mr. Mijnhardt, niet waar? Nu, Mr. Mijnhardt, vroeger een degelijke, maar overigens doodgewone, rijtuigmaker, is thans een der pioniers in ons carrosserie-bedrijf, werkte, jaren, jaren lang, en smijt daar plots iets op de markt, waar iedereen versteld van staat.

Op 'n goeien dag kwam een Rotterdammer naar dezen uitnemenden werkman toe, vroeg hem, zoo langs zijn neus weg, of hij een carrosserie stijle Louis XVI kon maken. De man van Voorburg even aan 't oor-krabben, aan t mijmeren, toen het antwoord: ja! Et voila. Plannen geteekend, studies gemaakt, getimmerd, stijl, stijl, stijl, bekleed, stijl, stijl, stijl . . . . de meneer uit Rotterdam mag tevreden zijn.

Er kwam 'n groote limousine à capotage tot stand, zooals er nog weinig in ons land rollen. De beschildering is donker-blauw met gouden filets. Interieur is geheel van zijde, speciaal style Roi de la Guillotine. Achter in den wagen vindt men een divan, in satijnhout met weg-springende arm-leuning midden-in. Daarvoor zijn twee fauteuils aangebracht, van hetzelfde materiaal als de divan, en ook met zijde gecapitoneerd. Ze zijn draaibaar, en dus in verschillende richtingen te plaatsen. De fauteuils werden rijk gebeeldhouwd. Verder bevinden zich in het interieur nog een satijn-houten kastje voor toilet-artikelen -dit alles door de firma Mutters te 's Hage geleverd- en een dito afneembaar tafeltje met gebeeldhouwden voet. Natuurlijk zijn ook bloemenvazen in stijl, een spreekbuis en een richting-wijzer aangebracht. De verlichting geschied door een lamp, van schemerkap voorzien, in het plafond, benevens door twee lampjes achter in den wagen. Centrale verwarming wordt door circulatie van het water in den radiateur verkregen. Als bijzonderheid vermelden wij nog electrische verlichting van de treeplank bij open-draaiing van het portier, en waterbak buiten aan den wagen, te gebruiken bij eventueele bandenpech. De voorzitting is voorts van slangenleder, de ruiten van het vermaarde „verre triplex", waarvan, bij botsingen, geen splinters afspringen, en dus geen verwondingen kunnen ontstaan, terwijl de vensters van nieuw systeem en wel opdraaibaar zijn.

Zeggen we te veel, indien we hier van een groote bijzonderheid in ónze inheemsche carrosserie industrie spreken, lndien wij de Gebr. Mijnhardt als pioniers in het bedrijf aanduiden? 'n Goed voorbeeld doet goed volgen. Allo dan, landgenooten, niet alleen beroemd om versche kaas en Volendammer pofbroeken. Laten we ook eens in het buitenland doen spreken over iets, waarbij meer vernuft te pas komt. Aan de firma Mijnhardt alle hulde als eersteling op dit gebied! Een kranig stuk werk voorwaar!

mijnhardt-carrosserie-1915-1
advertentie 1915

Torpedo carrosserie van Mijnhardt op een Berliet chassis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

mijnhardt-carrosserie-1915-2

 

advertentie 1915

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

mynhardt-1916

advertentie 1916

De auto is een 8 cyl. Cadillac

































Mijnhardt-1916-Cadillac

advertentie 1916

 

 

 

 

 

 

Mijnhardt-1916

advertentie 1916

















Mijnhardt 19200310 RdS
advertentie maart 1920










mijnhardt 19200721 winton
advertentie juli 1920













Mijnhardt-carrosserie-1921-04-14

 

advertentie april 1921

Carrosserie op een Winton Six

 

 

 

 

 

 

 

 

mijnhardt 19210502 winton six

 

advertentie mei 1921

Carrosserie op een Winton Six

 

 

 

 

 



mijnhardt-1921

advertentie 1921









 


Mijnhardt-carrosserie-1923-09-05
advertentie september 1923
Carrosserie op en 10 HP Delahaye

 

 

 

 

 

 

 

 

Mijnhardt-1

















 


Mijnhardt-1920c-stearns-Knight

 

carrosserie op een Stearns-Knight

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


mijnhardt



















mijnhardt-2

Maastrichtsche Carrosseriefabriek Van Lijf & Co., Maastricht

Carrosseriefabriek Van Lijf & Co. werd opgericht  in 1912 onder de naam Maastrichtse Carrosserie Fabriek. Zie onderstaande aankondiging uit de Nederlandsche Staatscourant van 4 oktober 1912:

GERECHTELIJKE AANKONDIGINGEN.

Bekendmaking.

Bij akte, verleden voor notaris Jan Theodor Quix, te Maastricht, 24 September 1912, is opgericht de commanditaire vennootschap genaamd: Maastrichtsche Carrosserie Fabriek, ten doel hebbende het maken en herstellen der carrosseries voor automobielen, rijtuigen, wagens en de uitoefening van het carrosserievak in den uïtgebreidsten zin; de vennootschap is gevestigd te Maastricht en voert de firma van Lijf & C°.; de vennootschap is aangegaan voor den tijd van 10 opeenvolgende jaren, aanvang nemende 1 October 1912 en eindigende 30 September 1922, met stilzwijgende voortzetting na dien dag telkens vooreen tijdvak van 5 jaren, alles behoudens het recht der algemeene vergadering om dezelve steeds te kunnen ontbinden; de eenige beheerende en eenige hoofdelijk aansprakelijke vennoot is hij ondergeteekende, Wilhelmus Egidius Hubertus van Lijf, boekhouder, wonende te Maastricht; al de overige vennooten zijn commanditaire vennooten; de beheerende vennoot heeft de teekening der firma, bestaande uit: van Lijf & C0 ., al of niet voorafgegaan in schrijf-, druk- of stempelletters van den naam: Maastrichtsche Carrosserie Fabriek; in notarieele akten en in andere akten houdende de omschrijving der hoedanigheid waarin de beheerende vennoot handelt voor en namens de vennootschap, teekent hij met zijne gewone handteekening; de beheerende vennoot heeft de geheele leiding der zaken van de vennootschap en is bevoegd de vennootschap aan derden en derden aan de vennootschap te verbinden, voor zooverre die bevoegdheid niet is beperkt; hij vertegenwoordigt de vennootschap in en buiten rechten; de beheerende vennoot heeft evenwel de voorafgaande schriftelijke goedkeuring vanden commissaris der vennootschap noodig tot eiken aankoop van roerende goederen boven de f1000; tot het huren, verhuren, verkrijgen, bezwaren of vervreemden van onroerende goederen en het aanbrengen daaraan van vergrootingen of verbeteringen heeft de beheerende vennoot de goedkeuringvan de algemeene vergadering van aandeelhouders noodig. Bij ontbinding der vennootschap wordt zij geacht voort te bestaan voor den tijd benoodigd tot hare liquidatie.

De beheerende Vennoot, van Lijf.

Lees meer: Maastrichtsche Carrosseriefabriek Van Lijf & Co., Maastricht

Martens Carrosserie, Wijchen

Carrosseriefabriek Martens Wijchen B.V. was gevestigd aan de Kasteellaan 40 te Wijchen. De activiteiten van de vennootschap, Carosseriefabriek Martens Wijchen bestonden uit de uitoefening van een carrosserie- en wagenbouwbedrijf. Ultimo 2003 zijn de activiteiten verkocht.

martens-carrosserie-1954-02

In februari 1954 maakte Martens deze carrosserie op een Ford Thames truck van H. van Gimborn N.V. 

 

NV Koninklijke Maatschappij De Schelde (KMS), Vlissingen

crossley-verheul-kms

De KMS (Koninklijke Maatschappij Schelde) was een bedrijf dat zich bezig hield met scheepsbouw en scheepsreparatie. Na de Tweede Wereldoorlog bouwde de KMS ook aluminium carrosserieën voor Crossley-autobussen. Deze waren ontworpen door Verheul en bestemd voor de NS en de dochterondernemingen daarvan. Ook voor een aantal particuliere openbaar vervoerbedrijven heeft De Schelde in die periode bussen vervaardigd.

Lees meer: NV Koninklijke Maatschappij De Schelde (KMS), Vlissingen 

Deckers Carrosserie, Zoeterwoude / Leiden

In 1913 werd de wagenmakerij van Angenent aan de Dorpsstraat te Zoeterwoude overgenomen door zijn schoonzoon Deckers.

In 1937 werd de wagenmakerij een carrosseriebedrijf.

In 1955 verhuisde Carrosseriefabriek Deckers naar Leiden. Het bedrijft werd gevestigd aan de Lammenschansweg 138 en werd vooral in de tweede helft van de jaren 50 en begin jaren 60 bekend door het gebruik van voornamelijk lichte aluminium carrosserie opbouwen voor vrachtwagens en aanhangers.

In 1969 werd in Weert een hal van 4500 vierkante meter in gebruik genomen voor het seriematige werk en in 1979 werd deze hal verdubbeld, speciaal voor de eigen fabricage van polyester panelen voor de koelwagens.

In 1993 verplaatste Carrosseriebedrijf Deckers haar Leidse vestiging naar het industrieterrein Grote Polder. In maart van dat jaar (kort na het faillissement van DAF) werden de aandelen overgenomen door Spijkstaal. Helaas ging eind april onder leiding van de nieuwe eigenaar Spijkstaal,  met als directeur dhr. Ghitti, het bedrijf failliet.

Eerder, in september 1991, was Deckers met 'van Stenis' in Rotterdam een carrosseriebedrijf gestart onder de naam 'Deckers van Stenis'. Dit bedrijf bleef buiten de faillissementen en ging in 1993 door onder de naam 'van Stenis'. In 2013 is dit een gezond bedrijf.

Voormalig directielid Chrit Deckers nam 1993 met behulp van twee geldschieters de failliete boedel van Spijkstaal over. Het bedrijf maakte een doorstart en ging in Zoeterwoude op het adres Industrie 20 verder onder de oude naam Deckers Carrosseriefabriek B.V. De fabriek maakte opnieuw series carrosserieën voor het distributievervoer en specifieke carrosserieën, maar in 1995 viel definitief het doek voor Deckers.

deckers-leiden-1

Lees meer: Deckers Carrosserie, Zoeterwoude / Leiden

Carrosserie Tielemans, Eindhoven

Tielemans-carrosserie-1990

Carrosserie Tielemans werd opgericht in 1912 door F. Tielemans. Het bedrijf zat toen aan de Tongelresestraat, te Eindhoven. Later verhuisd naar de Urkhovenseweg 7 te Eindhoven. Voortgezet door kleinzoon Wim F.P. Tielemans, maar wegens gebrek aan opvolging werd het bedrijf verkocht in 2000.

In het bedrijf werden verkoopwagens voor Coca Cola gemaakt en ook werden veel DAF truck van een carrosserie voorzien.

 

Datum foto circa 1990, met dank aan H. Klingenberg
Bron: website Eindhoven in beeld

 

Zeelandia, Schore

zeelandia-carrosserie-schore

"Te Schore brandde in den nacht van 19 op 20 November 1934 de carrosserie-fabriek Zeelandia geheel af; slechts het woonhuis bleef met eenige schade gespaard."

bron: Zeelandboek.nl

 

Verdere gegevens niet bekend

 

met dank aan Hans Veenenbos

 

 

 

Zevla – Zeeuws-Vlaamsche Carrosseriefabriek, Axel

Zeeuwsch-Vlaamsche-Carosserie-1

De "Zevla-fabriek", die eigendom was van de heer R.J. de Kraker uit Axel, werd voornamelijk bekend door de Zevla-carrosserie. Die was leverbaar in twee types, Zevla I en Zevla II.

De Zevla I was een luxe-bestel-carrosserie, die zowel voor personen- als voor goederenvervoer gebruikt kon worden.

De Zevla II was hieraan gelijk, maar in een eenvoudiger versie.

Beide types waren geschikt om zowel op een Ford als op een Chevrolet chassis gemonteerd te worden. Daarom werden ze verpakt en wel door het hele land verzonden, waarna ze door de dealer op het chassis konden worden geplaatst.

 


foto boven: Interieur van de werkplaats

Zeeuwsch-Vlaamsche-Carosserie-2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron: 'Ons Zeeland' van 5 november 1927

Met dank aan Hans Veenenbos

 

{gotop}

 

Willemsen, Kesteren

Fa. Willemsen te Kesteren

willemsen-kesteren-1950-08-12

Deze Diamond T, geassembleerd door de Fa. Beers te Den Haag, werd in 1950 door Willemsen voorzien van een cabine met gesloten laadruimte. De fa. Linthorst gebruikte de auto als bestelwagen, maar ook voor veevervoer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Volgens eigen zeggen was het bedrijf decennialang gevestig in Kesteren. In 2011 verhuisde Carrosseriefabriek Willemsen B.V. naar Tiel.

 

Fraanje Carrosserie, Goes

Carrossier fa. Fraanje te Goes

fraanje-goes-1950-08-12

 

In 1950 werd deze Citroën T23 uit 1930 in samenwerking met de fa. Nuyten, plaatwerkerij te Kloetinge omgebouwd tot een moderner ogende bestelwagen voor de Provinciale Zeeuwsche-Courant. De auto werd door de fa. Oosterling te Goes gespoten in ultramarijn blauw met gele letters.

 

Lees meer: Fraanje Carrosserie, Goes

A.R.M. (Amsterdamsche Rijtuig Maatschappij)

De A.R.M. (Amsterdamsche Rijtuig Maatschappij) ontstond in de jaren tachtig van de negentiende eeuw door een overname van de Amsterdamsche Rijtuigvereeniging I. de Groot en Compagnie (A.R.V. opgericht in 1880) door de Rijtuig-Maatschappij (R.M., opgericht in 1882). Beide firma's waren actief waren als taxibedrijf met paard en rijtuig.

Via een nieuw opgerichte dochteronderneming, de ATAX, maakte de A.RM. in juni 1909 de overstap naar taxivervoer met elektrische auto's. In 1912 volgde een overname van de Automobiel Exploitatie Maatschappij (A.E.M., de in 1911 door de Spyker-fabriek opgezette concurrent van de ATAX). Na de Eerste Wereldoorlog begon de opkomst van benzinetaxi's. In januari 1919 werd door de A.R.M. haar grootste concurrent de TAM overgenomen, waarna geheel werd overgaan op benzineauto's. In februari 1926 werd de laatste elektrische taxi in Amsterdam uit dienst genomen.

Naast het taxibedrijf hield de A.R.M. zich ook bezig met de import van diverse automerken, zoals de Maxwell (1914-1924); Peerless (1916-1919); Austro-Daimler (1919-1927); Minerva (1919-1931); Mathis (1923-1929); DeSoto (1928-1930); REO (1929-1935); Panhard (1932-?) en de SAAB in 1952. Ook werden vrachtwagens van Minerva, REO, Auto-Traction, Laffly en Somua verkocht. Daarnaast werden ook enkele tientallen elektrische reinigingsvoertuigen van het merk Elite verkocht aan diverse Nederlandse gemeenten. Zo groeide de A.R.M. tegen het eind van de jaren twintig van de vorige eeuw uit van een verhuurbedrijf van paarden en rijtuigen tot een groot garage- en transportbedrijf met meerdere vestigingen in Amsterdam.  In 1932 werd de A.R.M. ook dealer voor Renault, zij het slechts voor korte tijd. Men had ruime autostallingen in de Gabriel Metsustraat en de Pieter Jacobszstraat en vanaf 1925 een showroom aan de Nassaukade met daarbij stallingsruimte voor 120 auto's (Klik op de foto hieronder voor een grotere versie). 

ARM-1925-12-23-1

De directie van de A.R.M. in december 1925: zittend de heer. H. Heijbroek, directeur en de heer H. Houtgraaf. Staand v.l.n.r. de heren H. v.d. Weg, W. Gericke, W.J. Kollewijn en F. Wickevoort Crommelin (Klik op de foto voor een grotere versie).

ARM-1925-12-23-3

In de koetsenfabriek van de A.R.M. werden niet alleen de eigen taxi's van nieuwe carrosserieën voorzien als deze versleten waren, maar later ontwierp en maakte men ook zelf carrosserieën. Een voorbeeld is de sportcarrosserie hieronder, in 1924 gebouwd op het chassis van een FIAT 519.

arm-1924-12-ARM

 

 

 

 

 

 

 



arm gabriel metsustraat

 

De vestiging in de Gabriël Metsustraat circa 1919

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



arm-carrosserie-1926-11-24

 

advertentie november 1926

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook de geïmporteerde vrachtwagenchassis werden vaak in eigen beheer van voornamelijk autobus-carrosserieën voorzien. Dit gebeurde in de garage aan de Overtoom in Amsterdam. Op de foto hieronder links de opbouw van de bussen, rechts de reparatieafdeling. De beide auto's met de daarop de ronde 'erebogen' zijn reclameauto's voor een bepaald merk brood. Op de boog stond een tekst en daaronder was de laadbak in de vorm van een brood (Klik op de foto voor een grotere versie).

ARM-overtoom-file0678-1

De constructie- en reparatiehal aan de Overtoom in 1927. De gehele oppervlakte besloeg circa 10.000 m2, waarvan alleen al de reparatiewerkplaats 3000 m2 voor zijn rekening nam (Klik op de foto hieronder voor een grotere versie).

ARM-1927-02-07-1

ARM-1929-01-09-file5154

Door vele ervaringen in het eigen bedrijf en door reacties van klanten besloot men zelf een licht vrachtwagenchassis te construeren dat zou beantwoorden aan vele wensen, wat betreft economisch gebruik en laadvermogen. Het chassis werd ontworpen door dhr. N. J. Kollewijn en werd volgens zijn instructies in Frankrijk gemonteerd.

Onder de naam A.R.M. werd op de RAI-tentoonstelling in januari 1929 het nieuwe 2-tons chassis geëxposeerd en dit oogstte bij de vervoerders veel succes. De wielbasis bedroeg 3,82 m. en de spoorbreedte was 1,50 m. Er zat een viercilinder Chapuis-Dornier motor in met een cilinderinhoud van 1,58 ltr. De wagen kon door de A.R.M. van een opbouw worden voorzien, geheel naar wens van de koper. Toch werden er slechts enkele van deze lichte vrachtwagens verkocht.

arm-lichte-truck-1929

arm-1931-06-opendak

 

Advertentie juni 1931 voor een opendak constructie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

arm-tableau-1931-1

Tableau uit 1931 aangeboden door het gezamenlijk personeel ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan

(collectie Museum Louwman, foto Rutger Booy)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

arm-tableau-1931-2

Detail van tableau

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



arm-tableau-1931-3

Detail van tableau

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Later, in 1936, ontwierp dhr. Kollewijn, samen met ir. A.J. Rutten een trambuschassis voor de R.E.T te Rotterdam. Dit chassis werd bij de A.R.M. gebouwd en was voorzien van een M.A.N-Dieselmotor. De carrosserie werd gebouwd door Verheul in Waddinxveen. Twee van deze bussen werden aan de R.E.T geleverd (R.E.T. nrs. 60 en 61). Grote foto's van deze 42-persoons wagens werden getoond op de Berlijnse autotentoonstelling en het ontwerp trok ook daar bijzondere aandacht door de rationele ruimte-en gewichtsverdeling. Toch is het bij deze twee R.E.T. bussen gebleven. De A.R.M. bouwde daarna geen automobielen meer, maar bleef wel actief als importeur en als vertegenwoordiger van de Duitse M.A.N. trucks.

arm-bus-verheul-1936

a.r.m. saab

 

Tot diep in de  jaren zeventig was de A.R.M. er nog als SAAB garage in de Gabriël Metsustraat

 

 

 

 

 

 

 


Na de Tweede Wereldoorlog hield de A.R.M. zich voornamelijk bezig met autoverhuur en later ook auto-lease. 
Via diverse overnames door en fusies met andere bedrijven kwam de A.R.M. in 2000 in handen van de Kroymans Corporation, een moederbedrijf van circa 150 ondernemingen. Kroymans ging failliet in 2009, maar na een doorstart in 2010 werd de A.R.M. samengevoegd met het autoleasebedrijf J&T Autolease.

Tekst Rutger Booy met gebruikmaking van onderstaande bronnen:

Bakker, Jan: artikel in het Conam Bulletin nr. 2 van november 1994

Bos, Ariejan; Groningen, Hans van; Mom Gijs; Vinne, Vincent van der: Het paardloze voertuig, de auto in Nederland een eeuw geleden. Kluwer 1996

Maurer, Jac: Renault, 100 jaar in Nederland. Uitgeverij Aprilis, 2006

Wallast, Martin: Historisch overzicht van de Nederlandse Automobielindustrie, Uitgeverij Omniboek, 1979

Wikipedia, lemma A.R.M.

Twentsche Carrosseriefabriek van Nunen & Peeze, Hengelo

In april 1921 exposeerde de Twentsche Carrosseriefabriek van Nunen & Peeze uit Hengelo op de Nederlandsche Automobiel-tentoonstelling (gehouden in de Haagsche Dierentuin) met een Landaulette Limousine op een Steyr chassis. Verder niets bekend.

Berwi, Winschoten

berwi-carrosserie-1

In 1951 begon Jan Jurrien van Bergen een eigen bedrijf dat gespecialiseerd was in het maken van carrosserieën en brandweerwagens. Het werd bekend onder de naam Berwi, afgeleid van Van Bergen Winschoten. In de eerste jaren bouwde hij vooral brandweerwagens met pompen die geleverd werden door zijn broer (Andries Heero van Bergen, Heiligerlee), maar in latere jaren begon hij ook andere pompen in te bouwen. Zo had hij korte tijd een samenwerking met Motorkracht en Ajax de Boer. Voor Ajax de Boer bouwde hij in de loop van de jaren nog meer brandweervoertuigen. Ajax de Boer was onder andere importeur van Ziegler uit Duitsland.

Lees meer: Berwi, Winschoten

Fa. J. Beks Jr. Carrosserie- en wagenbouw, Groningen

De Firma J. Beks Jr., carrosserie- & wagenbouw te Groningen verkocht (of maakte?) de W.F.K. motortruck (of in gewoon Nederlands: ijzeren hond). Verder is hier niets over bekend.

WFK-beks-carrosserie-1958-02

 

 

 

 

Deze advertentie stond in het Nieuwsblad van het Noorden van 15 februari 1958

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

{gotop}

Copyright © Conam 2010-2017

All Rights Reserved.