Rijksnummers

Het begin: Rijksnummerbewijzen

Nummer-210Vanaf 20 februari 1898 was voor het gebruik van rijkswegen en -paden voor voertuigen zwaarder dan 150 kg, mits voortbewogen door een mechanische kracht, een vergunning van Rijkswege vereist. Het volgnummer van de vergunning moest duidelijk zichtbaar en voldoen aan een minimum formaat op de voorzijde van het koetswerk van het voertuig worden aangebracht. Men kon kiezen voor zwarte letters op een witte achtergrond, of witte letters op een zwarte ondergrond. Ondanks de duidelijke omschrijvingen bleek dat er toch ruimte was voor sommigen om hier een geheel eigen interpretatie aan te geven.

De eerste voorzitter van de Conam, Ariejan Bos, is er destijds in geslaagd om gebruikmakend van vele archieven een overzicht te maken van die eerste Rijksnummerbewijzen, aangevuld met allerlei waardevolle gegevens en daarbij vaak geholpen door ander Conam leden. Deze lijst van ‘Volgnummers der vergunningen voor het berijden van rijkswegen, uitgegeven op naam van een Nederlandse eigenaar’ is opgenomen in het boek ‘Het paardloze voertuig’ (uitgave 1996, bladzijde 272 e.v.). 

rijksnummer-705-Veening-1Door de latere voorzitter Dr K.J.J. (Hans) Waldeck is daarna binnen de Conam een werkgroep gevormd die via allerlei media (boeken, kranten, tijdschriften, oude foto’s, ansichtkaarten en -digitale- archieven) automobiel afbeeldingen zoekt bij de op naam gestelde vergunning nummers.

Klik hier voor een overzicht van de tot nu toe gevonden afbeeldingen.

Deze afbeeldingen zijn ook te zien door te klikken op het betreffende nummer in het overzicht van de Rijksnummerbewijzen (een Excel-bestand dat opent op een nieuwe pagina).

Er zijn ook Rijksvergunningen afgegeven aan buitenlanders en de lijst daarvan vindt U hier.

Het overzicht is daarmee zeer toegankelijk geworden. In dit overzicht zijn ook vele bronvermeldingen en andere wetenswaardigheden over de verstrekte vergunningen opgenomen. Inmiddels houden meerdere Conam-leden zich bezig met het onderzoek naar het vroege Nederlandse automobilisme. Tussen hen bestaat een levendige email correspondentie over dit onderwerp.

Heeft u een foto met daarop een (liefst goed leesbaar) rijksnummer dat nog niet in het overzicht is opgenomen, wilt u dan zo vriendelijk zijn deze te mailen aan de webmaster.

Rijksnummer 1De officiële afgifte van rijksnummer 1 aan W.A. van Dam op 26 april 1898.

Klik op de afbeelding voor een vergroting (collectie Museum Louwman)

In het archief van het ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid: Kabinet van de ministerie (Secretariaat A), 1877-1905 (depot Nationaal Archief) bevindt zich een foto van een Lutzmann die W.A. van Dam opstuurde bij de aanvraag van de vergunning.

Op 26 april 1899 werd begonnen met de uitgifte van de eerste rijksnummers. Op deze datum werden door de minister de nummers 1 tot en met 14 toegekend. Met één uitzondering… het nummer 11 ontbreekt! Waarom valt nu niet meer te achterhalen, maar een reden kan zijn dat honderd jaar geleden het getal 11 als ongeluksgetal werd beschouwd en niet 13 zoals tegenwoordig. Het getal 11 wordt wel als het dwazen- of gekkengetal gezien. Mogelijk omdat het 1 minder is dan 12, het getal van perfectie. Met 11 ben je dus net niet perfect. Zelfs het woord gekkengetal heeft precies elf letters!

Overigens was J. Leonard Lang, de bekende autohandelaar, waarschijnlijk niet bijgelovig. Op 17 november 1902 richtte hij een verzoek aan de minister voor een opengevallen, liefst zo laag mogelijk nummer. Daarop kreeg hij op 22 november 1902 het rijksnummer 11 toegewezen.

bronnen:
Wikipedia: lemma getal 11
Bos, Ariejan; Groningen, Hans van; Mom Gijs; Vinne, Vincent van der: Het paardloze voertuig

Leonard-Lang-1899-vergunningLos van de rijksvergunning had de eigenaar van de auto meerdere andere vergunningen nodig. Zowel de provinciale als de gemeentelijke overheden hadden hun eigen wegennet en eigen regelementen voor het gebruik ervan. Ook passanten moesten zo'n vergunning aanvragen. Het register van de provincie Overijssel is bewaard gebleven (klik hier!). 

Ook in Noord-Holland moest een provinciale vergunning worden aangevraagd. Deze lijsten werden gepubliceerd in het Provinciaal Blad voor Noord-Holland (art. in het Haerlem Jaarboek van 1980).

Hier een voorbeeld van een Drentse provinciale vergunning voor Jacobus Spyker uit Amsterdam. Het nummer moest officieel op de auto worden aangebracht, maar waarschijnlijk werd daar nog wel eens de hand mee gelicht.

Voor alle duidelijkheid dus nog even: voor rijkswegen was voor motorvoertuigen onder 150 kg geen vergunning nodig, voor provinciale wegen in ieder geval in een aantal provincies wel.

Op de afbeelding hierboven staat een uitvergroting van de Decouville uit 1899 van Leonard Lang (rijksnummer 11) met voorop de gemeentelijke vergunning van Amsterdam bevestigd.

Met uitzondering van de automobielen in Zeeland zijn er geen auto's uit de periode 1902 t/m 1905 met dubbele nummers bekend.

rotterdam-keur-no-15
Er bestonden ook plaatselijke kentekens. Rond 1900 onderwierp de gemeente Rotterdam alle "zelfbewegende voertuigen" aan een strenge keuring. Dit is het keuringsbewijs van een stoomautomobiel.

XL40b-200

In de lijst met registratienummers staat bij nummer 40 vermeld Mevrouw P.F. van Lelyveld, geboren Mess woonachtig te ’s Gravenhage. Zij richtte op 24 november 1898 een verzoek aan de overheid voor een voorlopige vergunning om al de volgende dag over de rijkswegen naar Amersfoort te kunnen rijden. De spoed was nodig in verband met handelsbelangen. Hieruit kan men concluderen dat ze het voertuig al in bezit had en zich de vaardigheden eigen had gemaakt had. Later is zij procuratie-houdster van de firma Stutterheim & Co. geworden.

De combinatie automobiliste en (onafhankelijke) zakenvrouw was een uitzonderlijke en opmerkelijke combinatie in een tijd, waarin de eerste feministische golf zich langzaam en nog mondjesmaat profileerde. Of zij boodschap had aan deze beweging zullen we nooit weten, want eind 1899 is zij gescheiden van haar echtgenoot en in april 1900, toen het automobilisme nog volop in de kinderschoenen, naar Zuid-Afrika vertrokken.

Het is duidelijk dat zij een ondernemende vrouw was die zich niet de kaas van het brood liet eten. Dit opposant karakter en verzet tegen de gevestigde orde laat zich ook duidelijk blijken als zij vergunningsnummer 40 uitgereikt krijgt en dit nummer op het voertuig moet laten aanbrengen. Conform de gestelde regels doet zij dit, doch op het eerste gezicht staan er de letters XL op het voertuig. Mevrouw P.F. van Lelyveld had een gaatje in de wettelijke instructies gevonden en nam de vrijheid het haar toegewezen nummer 40 in Romeinse cijfers op de auto te vermelden. (bron Conam bulletin mei 1993, Neerlands eerste automobiliste, auteur Ariejan Bos).

XL40-zijkant-200

 

 

Chauffeurs werkzaamheden bij Mevr. van Lelyveld-Mess beperkten zich het meest tot technisch onderhoud, aanslingeren en oppassen op haar Georges Richard voertuig.

motor-en-rijwielwet-1906


Advertentie van de Provincie tegen in de Leeuwarder Courant van 26 februari 1906 waarin onder meer gemeld wordt dat de voor 1906 afgegeven provinciale nummers vervallen tengevolge van de Motor- en Rijwielwet van 1905.

Copyright © Conam 2010-2017

All Rights Reserved.