Assemblagebedrijven (beschrijvingen)

Volvo, Polynorm, Bunschoten en Beijnes, Haarlem

Vanaf januari 1948 heeft de Nebim Volvo autobus- en vrachtautochassis geassembleerd in een fabriek te Boskoop met behulp van uit Zweden ingevoerde onderdelen. Het was de bedoeling tot een jaarproductie van 250 stuks te komen.

Ook heeft Volvo in Nederland personenauto's geassembleerd. Als eerste werd er vanaf september/oktober 1954 een proefserie van twaalf auto's geassembleerd bij Coenen in Utrecht. De Volvo-carrosserieën kwamen netjes in krat verpakt binnen. In een periode van acht of negen maanden werden de auto's stuk voor stuk geassembleerd met behulp van twee Zweedse ingenieurs. De auto's kregen een verschillende kleur, waaronder zwart, grijs en maroon-rood. Bijzonder aan deze auto's is het typeplaatje met daarop de naam 'Coenen' wat in de motorruimte werd bevestigd.

Kort daarop is de assemblage van PV444 naar Polynorm gegaan. Van eind 1954 tot eind 1955 werd bij Polynorm de Engelse Standard 8 samengesteld. Tevens werden voor Volvo bedrijfswagenchassis samengesteld. Deze kwamen in onderdelen naar Bunschoten en werden daar opgebouwd tot rijdend chassis. Ook werden er complete cabines voor Dodge en Federal gebouwd.

De assemblage van de Standard 8 liep al snel uit, waarna 'ergens' in 1955 de assemblage van de Volvo PV444 'Katterug' begon. De productie begon met een proefserie van 20 stuks. Ook zijn toen door Polynorm alle benodigde hulpmiddelen aangemaakt. De productie was onder­ verdeeld in twee afdelingen: de voorbehandeling van de onderdelen (lakken) en de assemblage.

volvo-polynorm-1

Er zijn tot 1957 ruim 1000 Katteruggen gebouwd. Alles werd toegeleverd en gebouwd in series van 12 stuks, dat wil zeggen kleur (waarschijnlijk de kleuren rood, zwart en wit) en uitvoering (Standard of Special, dus met of zonder sierstrippen). Ook zijn er enkele auto's met dubbele carburateur gebouwd (Sport). Er werd geassembleerd in een tempo van circa 10 auto's per week met 10 man (alleen assemblage). Polynorm was op dat moment de enige leverancier.

Misschien zijn er ook nog 544's gebouwd (proeforder?). Hierover is echter geen zekerheid. Wel zijn er in het laatste jaar Amazones gebouwd, deze liepen tussen de Katteruggen door (in andere bronnen wordt een aantal van 92 genoemd, dit wordt hier echter niet bevestigd). In 1957 liepen de orders terug vanwege de slechte economie (terugloop van de verkopen), waarna de directie van Polynorm besloot dat dit niet meer rendabel was vanwege het grote ruimtebeslag. Daarna is de assemblage beëindigd.

Het samenstellen van de Katteruggen:

De blanke body's kwamen in Amersfoort per spoor aan, met alle onderdelen in kisten. Vervolgens werden ze naar Bunschoten overgebracht. Daar werd alles opgeslagen totdat het in productie ging.
Het lakken: de body's kregen de volgende bewerkingen: ontvetten (verwijderen beschermlaag uit Zweden), plamuren/schuren, bitakken, aanbrengen spuitplamuur, spuiten (alles met de hand), moffelen (de hiervoor gebruikte moffelovens zijn trouwens pas in 1987 gesloopt). De losse onderdelen (deuren, spatborden en dergelijke) werden apart behandeld en gespoten. Het ontvetten van deze delen gebeurde in kooien in dompelbaden. Deze baden zijn nog tot 1992 gebruikt en vervolgens verwijderd. Vervolgens werd alles op rekken in de assemblagehal gehangen. Het bitakken gebeurde op draaiframes, waarna de body's op karretjes naar de assemblageafdeling gereden werden.

Assemblage:

volvo-polynorm-2

1e station: aanbrengen isolatie­ materiaal (geperst. papier) met kit in bodem, zijkanten en portieren, aanbrengen van de voorgemonteerde bedrading, stuurhuis, hemelbekleding en ramen.

2e station: monteren kofferdeksel, deuren, aanbrengen binnenwerk in deuren, achterspatborden met verlichting, dashboard, sierstrippen (alleen Special), remcilinder.
Het binnenwerk van de deuren werd in het begin apart naast de lijn gemonteerd, later is dit in de lijn opgenomen in verband met besparing op handling.

volvo-polynorm-3

3e station: dit bestond uit een stalen bok met karretjes, waar de auto's met een kraan opgezet werden. Hier werden onder andere een aantal subsamenstellingen gemonteerd, die in een ander deel van de afdeling opgebouwd werden.

Dit waren: motor: hierop werden de carburateur, versnellingsbak en dynamo gemonteerd, achteras: hieraan werden veren en remmen gemonteerd, vooras: idem, wielen: banden omleggen en balanceren.
De voor- en achteras werden op karretjes onder de auto gereden en gemonteerd. De motor werd met een kraan ingehesen. Verder werden gemonteerd: aandrijfassen, uitlaat en achterbumper. Daarna werden de systemen gevuld met rem- en motorolie en werd de ontsteking afgesteld. Op de brug was er de controle door Volvo (waarschijnlijk NIHAM). In de begintijd 100 %, later steekproefsgewijs.
Met een kraan werd de auto (stroppen onder de wielen) van de bok gehesen en naar het 4e station overgebracht. Naast de lijn werd het complete voorfront samengesteld: front, voorspatborden, radiator, slangen, koplampen, voorbumper. Ook werden de stoelen bekleed. Deze kwamen als compleet uit Zweden, bij Polynorm werd de bekleding en de vulling aangebracht.

4e station: monteren complete voor­ front, stoelen, panelen, motorkap, matten. Ook werd hier eventueel een schuifdak aangebracht. Het gat werd ter plaatse geknabbeld, waarna het complete schuifdak (leverancier Coenen) gemonteerd werd.

Na dit alles volgde de eindcontrole. De accu werd gemonteerd, het koelsysteem gevuld met water en de tank gevuld met 5 liter benzine. Hierna werd een proefrit gereden over een vaste route van circa 15 km met losgenomen tellerkabel. Het afhalen van de auto's gebeurde eens per 1 of 2 weken, stuk voor stuk op eigen kracht. Niet bekend is of ze naar de NIHAM gingen of rechtstreeks naar de dealers.

In die periode zouden er ongeveer 1000 auto's in Bunschoten zijn geassembleerd.

Na de model wisseling tot PV544 is in augustus 1958 de assemblage overgegaan naar de Koninklijke Fabriek van Rijtuigen en Spoorwagens J.J. Beijnes N.V. te Beverwijk. Daar werd een speciale hal ingericht voor de Volvo-assemblage, waar veertig man werkten. Er werden geen complete Volvo-personenauto's meer uit Zweden geïmporteerd. Alle auto's werden nu in ons land geassembleerd.

Volvo-Beijnes-1

 

 

 

 

 

 

 

 

 



De banden, accu en de ruiten (met uitzondering van de ventilatieruitjes) en de ruitensproeier, die in Nederland door de importeur als standaard-accessoire werd bijgeleverd, werden allen in Nederland gekocht. Twee controleurs van de Niham N.V. controleerden doorlopend de assemblagelijnen. Als de wagen van de band kwam werd hij nog een aan een acht kilometer lange proefrit onderworpen.

Een Volvo die bij Beijnes geassembleerd is, heeft een typeplaatje met daarop het typenummer met als een na laatste cijfer een 9. Het typeplaatje met typenummer (en ook het chassisnummer) staat op de rechtersnip van de auto. Tot begin 1962 zijn er 1044 Volvo's van de typen PV 544 (Katterug) en de PV 121 (Amazon) bij Beijnes geassembleerd.

Volvo-Beijnes-2

Volvo-Beijnes-3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bronnen:

Bovagblad van 24 maart 1949

Autokampioen no. 46, 1960

Auto & Transportwereld, juli 1978

Meddeler, Herman: Assemblag Katteruggen bij Polynorm, artikel in De Katterug, nrs 4 en 5, 1996

Mathot, René: Geschiedenis van de Koninklijke Fabriek van Rijtuigen en Spoorwagens J.J. Beijnes in Haarlem en in Beverwijk

(foto's collectie René Mathot)

Aantallen geassembleerde Volvo's:

1955: 133

1956: 443

1957: 479

1958: 255

1959: 175

1960: 810 

1961: 750

1962:   56

Bronnen:

Centraal Bureau voor de Statistiek, Nederland. Overzicht van in Nederland ingevoerde, geassembleerde en gefabriceerde nieuwe motorvoertuigen, 1952 - 1971.
Motor Vehicle Manufacturers Association of the U.S. World auto market data, 1965 - 1998.

Copyright © Conam 2010-2017

All Rights Reserved.