Fabrikanten (beschrijvingen)

Ruska Buggy, Amsterdam

Ruska Buggies was een Nederlandse autofabriek van buggy's op basis van Volkswagen Kevers.

Lees de uitgebreide beschrijving op Wikipedia

Ruska-1971-04-ruska

advertentie april 1971

Loeff, 's-Hertogenbosch

In het boek '80 jaar Nederlandse Automobielindustrie' door B.H. Heldt (Peters Uitgeversmij B.V., Deventer, 1976) staat het volgende:

In 's-Hertogenbosch schijnt in de tweede helft van de twintigste eeuw Johan Loeff een stoomdriewieler te hebben gebouwd. De enige bron hiervan komt uit een brief van dhr. W.G. Nouhuijs, letterkundige te 's-Gravenhage, die in 1899 in een nummer van 'De Kampioen' schreef: "Al meermalen zag ik in 'De Kampioen' den heer P. van Rijn genoemd als vervaardiger van de eerste 'auto' in Nederland. Ik wil u toch eens even vertellen dat ik als jongen van omstreeks 15 jaar, dus omstreeks 1870, te 's-Hertogenbosch gereden heb op een auto die, voor zover ik mij kan herinneren, het model had van een driewieler en vervaardigd was volgend de aanwijzingen van de heer Johan Loeff aldaar. Evenals bij de Noviomagum stond de stoommachine voorop."

Zie ook het artikel "De mysterieuze wagen van Johannes Loeff" door Willem Kooijmans in het Conam Bulletin van december 2001, blz. 34 e.v. (alleen voor leden).

Hans Klomp uit Antwerpen (Deurne) vond met enig speurwerk onderstaand artikel via de website Historische kranten van de Koninklijke Bibliotheek:

Bredasche Courant, 16 mei 1869
 
In de Provinciale Noordbrabantsche Courant leest men:
"in den loop der volgende week zal de alhier door den heer John Loeff vervaardigde vélocivapore of stoom-vélocipè in de korenbeurs gedurende 3 à 4 dagen ter bezigtiging gesteld worden: het geheele werktuig is 2 el 40 duim lang bij gewone rijtuigbreedte en is van alle noodige berging voorzien, als voor kolen, water, enz. voor een verbruik van circa vijf uren, te welken tijd, op eenen open weg gerekend, circa 20 uren zullen kunnen worden afgelegd: de toestel is geheel van zijne eigene vinding en eenig in zijn soort: de juiste dagen voor de bezigtiging zullen in deze courant nader worden bekend gemaakt".
 
De Provinciale Noordbrabantsche Courant zelf is (nog) niet gedigitaliseerd, doch zal ongetwijfeld wel in een Brabants archief te raadplegen zijn. Dit zou mogelijk nog nadere informatie kunnen opleveren. In het artikel zijn de 20 uren te lezen als 20 x 5 = 100 kilometer. Oftewel; de wagen zou een actieradius hebben van 100 kilometer en een snelheid van 20 km/uur. Toch vermoedelijk wel dezelfde John (Johan) Loeff had in de jaren 1864-1867 in 's-Hertogenbosch een scheepswerf/machinefabriek die o.a. een stoomboot bouwde voor de dienst Joure- Sneek.

loeff-stoom-velocipede


bron afbeelding: Stadsarchief Den Bosch

Boessenkool

De heer Boessenkool heeft in 1910 in Almelo één auto gebouwd. De wagen was uitgerust met een De Dion motor en een Omnia chassis. Verdere gegevens niet bekend.
 
bron: Heldt, B.H.: 80 jaar Nederlandse Automobielindustrie. Peters Uitgeversmij B.V., Deventer, 1976

 

N.V. Auto-Industrie Verheul, Apeldoorn

In 1955 opende de N.V. Verheul een fabriek in Apeldoorn, maar dit werd pas een echte autofabriek nadat in 1958 de bedrijfsautoproductie van de Kromhout-fabriek in Amsterdam werd overgenomen. Gebaseerd op de bestaande Kromhout constructie en uitgevoerd met motoren van deze fabriek, ontwikkelde Verheul een geheel nieuw uiterlijk. De eerste Verheul bedrijfsauto’s kwamen in 1959 op de weg, ter gelegenheid waarvan de naam van de onderneming werd gewijzigd in N.V. Auto-Industrie Verheul. De werkzaamheden op het gebied van de carrosseriebouw werden intussen normaal voortgezet.

Verheul leverde zowel frontstuur- als normaalstuurwagens, trekkers en vrachtwagens in de middelzware en zware klassen en met twee en drie assen, die desgewenst ook met een AEC of Rolls-Royce motor konden worden uitgerust.

In 1961 begon zich een terugslag af te tekenen. AEC, een Britse bedrijfsautofabriek, nam een deel van het aandelenpakket over, terwijl tevens een coördinatie van de werkzaamheden tot stand kwam.

Kort na de reorganisatie lanceerde Verheul nog een geheel nieuw type met halffront cabine. Maar dat was tevens één van de laatste activiteiten van Verheul als automobielfabriek.

 

Tekst overgenomen uit: Heldt, B.H.: 80 jaar Nederlandse Automobielindustrie. Peters Uitgeversmij B.V., Deventer, 1976

 

verheul-drie-assige-trekker

Links: Verheul drie-asser uit de jaren zestig

 

Klik hier voor informatie over Verheul al carrosseriefabriek

 

B.V. Machinefabriek Werklust, Apeldoorn

Werklust begon in 1974 met de produktie van een container kipper. Een 6x2, waarvan alleen de beide voorwielen werden aangedreven, door een vooras gemaakt door Terberg. De motor was een Mercedes-Benz diesel, gekoppeld aan een Allison versnellingsbak. De cabine was een door Werklust aangepaste versie van een British Motor Panels cabine.
(klik hier voor de geschiedenis van Werklust)

Automobielbedrijf Gebr. van Ginkel, Ederveen

In 1933 begon Evert van Ginkel een autohandel in Ederveen. Na de Tweede Wereldoorlog werd het bedrijf succesvol met het ombouwen van GMC's, Dodge Beeps en Jeeps.

Klik hier voor een uitgebreide historie van de firma.

In 1967 ging het bedrijf verder onder de naam GINAF (zie aldaar)

reo-ginkel-1964
advertentie 1964




















{gotop}

J. en I. ten Cate, Almelo

logo-j-i-ten-cateJ. en I. ten Cate in Almelo, fabrikant van vrachtauto's en aanhangwagens. Net als Kromhout en A.S. ging Ten Cate in 1935 complete trucks en trekkers onder eigen naam bouwen die geleverd werden met een Deutz dieselmotor. Het chassis werd in overleg met de klant in de gewenste wielbasis geleverd. De klant kon nu een complete combinatie van dezelfde fabrikant betrekken de service en onderhoud zou hierdoor een stuk eenvoudiger worden. Uiteindelijk werden een maar een beperkt aantal Ten Cate trucks gemaakt (circa 150 stuks). Het bleek te kostbaar te zijn om productie op grote schaal te doen.

Klik hier voor de geschiedenis van het bedrijf dat als smederij begon en later uitgroeide tot machinefabriek en tot een volwaardige trailerfabriek met veelal speciale voertuigen.

ten-cate-truck-en-trailer

A.I.C. Truck, Amsterdam

Bij de N.V Automobile Import Company te Amsterdam bouwde men voornamelijk Fords om tot een drie-assige A.I.C. “Truck” met de bedoeling het laadoppervlak c.q laadvermogen te vergroten. Deze voertuigen waren voorzien van de bestuurbare vooras, in het midden de vaste aandrijfas met eventueel naar wens geleverde (grotere) vertraging en aan het eind van de aangebouwde/verlengde chassis een ondersteunende bestuurbare achteras.

De bestuurbare voor- en achterwielen waren via een stangenstelsel met elkaar verbonden, zodat deze gelijktijdig stuurden. Door deze constructie alsmede het veranderde weggedrag kon men aan de wettelijk gestelde eisen m.b.t. (restricties van lange) achteroverbouwen voldoen.

aic-1923-09-aic

advertentie september 1923


Lees meer: A.I.C. Truck, Amsterdam

Omnia, 1906-1912

omnia-rai-1907De firma Omnia Engineering Works, Houwing & Co hield zich bezig met de fabricage van en de handel in motorboten en losse motoren. Het bedrijf was gevestigd aan de Reederijstraat 2 in Rotterdam. In 1906 werd een aanvang gemaakt met de fabricage van auto's, deze werden waarschijnlijk gemaakt in een fabriekje aan de Oostkousdijk 16 te Rotterdam. Het was een Belgisch ontwerp in licentie gemaakt, een auto waarvan de productie gestopt was, maar van welk merk is onbekend.

Omnia-ReederijstraatReederijstraat 2
(bron: Gemeentearchief Rotterdam)





Lees meer: Omnia, 1906-1912

Nemo, Utrecht

De Nemo werd gemaakt in de fabrieken van Jan Jongerius te Utrecht. Nemo, oftewel Nederlandse Motorrijtuigfabriek, was opgericht door N.J. Kollewijn en M.L. van Amerongen. Nemo was een experiment net na WO II. Een bestelwagentje, drie cilinder mini-wagentje noemde een oud werknemer het. Het kreeg de bijnaam de Musketier. Men had veel geld in de ontwikkeling gestopt, maar het concept is volledig geflopt. Er zijn maar 12 a 14 stuks van gemaakt.

Nemo-2Een Nemo, waarop de eigenaar W. de Groot trots laat weten dat hij zuivel en eieren verkoopt. We danken de foto aan zijn neef Peter de Groot.

Lees meer: Nemo, Utrecht

Spijkstaal, Spijkenisse

De opkomst en ondergang van Spijkstaal

Door Bob Benschop, Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg

De smid van Spijkenisse staat aan de basis van wat later dé producent van SRV-wagens wordt. Op 1 maart 1934 wint Gerrit Neuteboom een prijs met een stalen boerenwagen op luchtbanden op een landbouwtentoonstelling. De wagen noemt hij Spijkstaal.

In de zomer van 2015 wordt Spijkstaal Elektro failliet verklaard. Daarmee valt het doek voor het bedrijf uit Spijkenisse dat bekend is geworden door de bouw van SRV-wagens en elektrische karretjes. Het begint dus allemaal met smid Neuteboom. Hij weet een florerend bedrijf op te bouwen. Bob Benschop van het Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg heeft zich erin verdiept.

Boerenkar
Het begint ook in een tijd van crisis. In de jaren dertig van de vorige eeuw gaat het economisch erg slecht, maar er blijven altijd ondernemers die kansen zien met nieuwe uitvindingen. Op 1 maart 1934 staat de smid Gerrit Neuteboom in het middelpunt van de belangstelling. Met zijn stalen boerenwagen op luchtbanden, gedoopt tot ‘Spijkstaal’, wint hij een eerste prijs op een landbouwtentoonstelling in het Zeeuwse Kruiningen. De wagen is volledig van staal gemaakt en elektrisch gelast. Hij is voorzien van een hand- en voetrem en heeft een stuur als dat van een auto.

Een bijzondere uitzending, hierdoor zijn er minder paarden nodig op het land en er kunnen zwaardere lasten mee worden vervoerd. “Het was een wonder van de moderne tijd”. Op 1 maart 1938 volgt de officiële oprichting van Spijkstaal, een bedrijf dat zich de daaropvolgende vijftien jaar vooral toelegt op de bouw van dergelijke landbouwwagens.

Lees meer: Spijkstaal, Spijkenisse

Special

Een Pegaso bedrijfswagen waar door toevoegingen of veranderingen door Wierda een nieuwe typegoedkeuring werd vereist.

Smit, Joure

Smit's Rijtuig- en Wagenmakerij in Joure werd gesticht in 1917 door Jan Alexander Smit. In het begin werden voornamelijk houten boerenkarren en bakfietsen vervaardigd en verkocht. Vanaf 1921 werden carrosserieën voor auto’s gebouwd en de mobielen ter hand genomen en na de uitbreiding met een smederij werden er vanaf 1926 ook opleggers en aanhangwagens gemaakt.

In 1937 werd de naam gewijzigd in Smit's Wagen- en Carrosseriefabriek. Na de Tweede Wereldoorlog werden verhuiswagens, cabines voor vrachtwagens (op chassis van onder meer Kromhout) en 'dental cars' (rijdende tandartsspreekkamers) gebouwd. De eerste ‘echte’ autobus bouwde Smit in 1948. Dit werd gaandeweg de belangrijkste activiteit. Daarnaast werden grote orders ontvangen van de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht, waardoor een nieuwe fabriek nodig was, die in 1951 werd geopend. Smit was nu in staat steeds grotere aantallen buscarrosserieën te bouwen, op allerlei chassismerken, maar vooral Bedford en DAF.

In 1969 werd een rijdende winkel met motor, voorwielaandrijving en besturing van de Citroën HY ontwikkeld.

In 1996 werd Smit Joure opgekocht door DAF, waarna de leiding werd overgenomen door de VDL Groep, eigenaar van DAF Bus. In 1998 werd de productie overgebracht naar de Berkhof-vestigingen in Valkenswaard en Heerenveen. Deze laatste was de opvolger van carrosseriefabriek Hainje, die in Friesland altijd Smit's grote concurrent was geweest. Daarmee kwam in 1999 een einde aan de activiteiten van Smit Joure.

(dit is een samenvatting van een uitgebreidere tekst op Wikipedia)

 

Smit-Joure-packard-staalgla

advertentie van Staalglas voor een Packard Ambulance gebouwd door Smit, circa 1948

 

R.A.M. (1967-1982)

Deze firma heeft de vrachtauto 'productie' beëindigd in 1982. Als MAN-dealer is het bedrijf (na een overname) nog steeds actief. De eerste RAM types gebaseerd op DAF en MAN componenten waren reeds in 1967 typegekeurd.

NEBIM

Een VOLVO bedrijfswagen waar door toevoegingen of veranderingen een nieuwe typegoedkeuring werd vereist.

Micro

Project PW 101 werd kort na de tweede wereldoorlog ontworpen door de vliegtuigconstructeur J. Moss (kwam bij Koolhoven vandaan) met een viercilinder boxermotor achterin. Zou door Micro Mettallum Engineering in Den Haag in productie worden genomen. Niets meer van gehoord.

 

P. v.d. Lely, Den Haag

Rond 1900 werd een auto ontwikkeld, verder niets bekend. 
(Bron: De Kampioen 20 oktober 1899; Conamlijst met rijksnummers, nr. 79)

Naast de fabrikant P. van der Lely bestond ook de detailhandel Gebr. van der Lely B.V., Toen de eigenaars hiervan de onderneming wilden staken heeft de fabrikant deze overgenomen omdat zij niet de naam "van der Lely" verloren wilde zien gaan. De familie van der Lely zag zich bij de fabricage van motorcarriers en invalidenwagens voor steeds grotere problemen gesteld en moest de productie uiteindelijk staken. Niemand zag nog brood in de detailhandel maar Henk Nieuwenhuijsen was overtuigd van de toekomst. In 1979 heeft hij het bedrijf als dealerbedrijf voortgezet.

(Bron: website gebr. van der Lely)

vd-lely-1936-06advertentie juni 1936






















Lees meer: P. v.d. Lely, Den Haag

Leader, Arnhem

Tussen 1904-1905 is een klein aantal auto’s opgebouwd uit buitenlandse onderdelen.

Joymobile, Hilversum

Op de Parijse salon van 1953 stond Joymobile, Hilversum (Washmobile Holland) met een auto met viercilinder Delettrez dieselmotor van 45pk zonder carrosserie. (Delettrez maakte een dieselmotor die geschikt was voor inbouw in Amerikaanse personenauto's o.a. Chevrolet. De motor was gebaseerd op het blok van een GMC oorlogstruck maar omgebouwd tot diesel. De motoren werden gebouwd bij Washmobile uit Amsterdam).

Beide achterwielen van de Joymobile werden aangedreven, waartoe twee onafhankelijk van elkaar werkende hydraulische turbines - de type-aaanduiding luidde "Turbomatic" - waren ingebouwd. Een versnellingsbak en een differentieel waren niet aanwezig. De bestuurder hoefde slechts een hefboom in de stand 'vooruit' of 'achteruit' te plaatsen en gas te geven. ook de vering van de Joymobile was nogal revolutionair, omdat gebruik werd gemaakt van lucht-schokdempers.

Door geldgebrek raakte het project in het vergeetboek.

 

bron: Heldt, B.H.: 80 jaar Nederlandse Automobielindustrie. Peters Uitgeversmij B.V., Deventer, 1976

 

Ivecon

Ivecon was een IVECO bedrijfswagen waar door toevoegingen of veranderingen een nieuwe typegoedkeuring werd vereist.

 

Hogra, Ravenstein

hogra-1956-ravenstein-1De N.V. Hogra Automobielfabriek maakte vrachtwagens in de klasse van 7 ton. Het merk werd opgericht door Antonie Willem van Hoek, geboren te Asten in 1904. Eerder werkte hij als autotechnicus ruim twintig jaar in een topfunctie bij Motorkracht, importeur van Magirus-Deutz. De naam Hogra is een samentrekking van de namen Hoek en zijn zakenpartner Gravelaar.

Lees meer: Hogra, Ravenstein

Citeria, Den Haag 1956

Citeria bouwde in 1956 één sportwagen met een 600cc BMW 2 cilinder boxermotor. Werd financieel debakel.

C. Bij ’t Vuur, Arnhem

bijtvuur 19020914advertentie februari 1902

De gebroeders Bij 't Vuur waren vooraanstaande rijtuigbouwers in de regio Arnhem. Beiden hadden hun eigen, onafhankelijke bedrijf. A. Bij 't Vuur heeft zich niet met de fabricage van complete automobielen beziggehouden. Wel blijkt uit advertenties dat hij carrosserieën voor auto's kon leveren. C. Bij ’t Vuur nam echter in 1901 deel aan de Toer door Nederland met een geheel in eigen bedrijf gebouwde auto die was voorzien van een 6 pk eencilinder Aster-motor met elektrische ontsteking. De auto leek veel op de Franse Darracq. 1)

Na de Toer door Nederland werd hij gekocht door de P.W. Riemer uit Arnhem, die er tot volle tevredenheid mee gereden heeft. Overigens zou zijn zoon, G. Riemer, naam maken in de autowereld met het eerst in Driebergen, later in Leidschendam en weer later in Raamsdonkveer gevestigde Nationale Automobielmuseum. Ook het Instituut voor de Autohandel te Driebergen was diens geesteskind.

Lees meer: C. Bij ’t Vuur, Arnhem

Shelter, Terborg

shelter-2-1958-09

Door Ir. Arnold van der Goot ontworpen driewielig voertuig waarvan een serie van 20 stuks werd opgezet. De wagens zouden eerst alleen verhuurd worden en het onderhoud zou in eigen beheer gedaan worden en zo zouden de kinderziektes ook in eigen beheer opgelost worden. Het project is doodgebloed (zie ook het onderstaande artikel uit de Autokampioen).

Lees meer: Shelter, Terborg

Otten's motor, Breda 1902

Otten-1902De 3 broers Frans, Antoon en Adri Otten uit Breda behoorden tot de eerste pioniers in Nederland, toen zij in het bedrijf van hun vader Pieter Otten het eerste motorrijwiel construeerden. Volgens de in het tijdschrift "Motor" gepubliceerde gegevens zouden zij in totaal 12 motorrijwielen hebben gemaakt, waaronder zich ook het allereerste damesmodel bevond. Tot schande van de gehele familie heeft hun zuster hiermee indertijd Breda onveilig gemaakt. Volgens overlevering waren de door hun gemaakte motorrijwielen echte snellopers die snelheden van 80 à 90 km/uur konden halen. Er zijn 2 exemplaren bewaard gebleven.
 
Zie ook artikel in 'Het Automobiel' nr. 86 van mei 1987
 
 
 
 
{gotop}

Kromhout, Amsterdam

In 1867 begon Daniël Goedkoop een reparatie scheepswerf op het terrein van de oude scheepswerf  “Het Kromhout”. Goedkoop bleef de naam van de oude werf gebruiken. In 1901 werd door Kromhout voor het eerst een scheepsmotor geconstrueerd, het was een benzinemotor en in 1905 volgde een petroleummotor.

Korte tijd later volgde nog een ruwe oliemotor waarvoor in 1908 een geheel nieuwe fabriek aan de overkant van het IJ in Amsterdam-Noord werd gebouwd. De motoren vonden zoveel aftrek dat in 1911 de werf werd afgestoten en de motorenfabriek werd uitgebreid. De naam van het bedrijf werd nu “Kromhout Motoren Fabriek D. Goedkoop Jr. N.V.”

In 1929 werd besloten om ook dieselmotoren te gaan bouwen. Besloten werd om een bestaande motor in licentie te bouwen en de keuze viel op de Engelse Gardner-Diesel.

kromhout-1933-04-kromhoutVanaf 1932 werden de Kromhout-Gardner dieselmotoren geleverd als inbouwmotoren voor auto’s, schepen, locomotieven en als stationaire motoren. Kromhout was zeer actief in het aanbieden van de inbouwdiesels voor vrachtwagens en autobussen. De crisistijd hielp hierbij omdat door inbouw van een dieselmotor veel brandstof bespaard kon worden. De grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag lieten hun respectievelijke Magirus, Krupp en  Minerva bussen ombouwen met Kromhout dieselmotoren. Ook vrachtwagen merken als Indiana, Reo en Minerva konden al vanaf de importeur met Kromhoutdiesels worden uitgerust.

Lees meer: Kromhout, Amsterdam

Anderheggen

AnderheggenDe Amsterdamse ingenieur Ferdinant Anderheggen bouwde rond de eeuwwisseling een prototype auto. De lichte voiturette was eenvoudig te hanteren en beviel hem na een jaar gebruik zo goed, dat hij in 1900 in de Amsterdamse constructie werkplaats van de gebroeders Willink een tweede bouwde. Deze auto was van het type vis-à-vis: vier zitplaatsen met tegenover elkaar zittende bestuurder en passagiers.

Lees meer: Anderheggen

HOBRI, Mierlo (1975)

HOBRIDe HOBRI was een 6x6 aangedreven truck, welke door Gi-Ho BV aan de VAM (Vuil Afvoer Maatschappij) geleverd werd voor het transport van afval op hun terreinen. De afkorting HOBRI staat voor dhr. Houweling (van Gi-Ho) en dhr. Brink. Deze laatste was de directeur van de VAM vestiging te Mierlo, alwaar de truck kwam te rijden. De bouw van de truck werd uitbesteed aan GINAF.

Van de HOBRI is slechts een enkel exemplaar vervaardigd. Na de HOBRI heeft Gi-Ho nog diverse trucks aan de VAM geleverd, echter onder de naam GI-HO.

De truck werd aangedreven door een DAF dieselmotor i.c.m. een automatische transmissie. 

Ginaf, Veenendaal

ginafGINAF is in 1967 ontstaan uit de firma Gebr. van Ginkel te Ederveen, en maakt trucks speciaal voor bouwbedrijven en industrie uitgerust met DAF dieselmotoren. Jaarlijks tussen 75 en 110 wagens met een laadvermogen tussen 7 en 12 ton.

Klik hier voor een uitgebeide historie van het bedrijf of hier voor een kijkje bij GINAF anno nu.

GI-HO (1976-1983)

GI-HODe handelsonderneming Gi-Ho, opgericht in 1968 door de heren Van Ginkel en Houweling en gespecialiseerd in REO onderdelen, bood in 1972 reeds de GTS truck aan. Enkele jaren later (1975) waren zij verantwoordelijk voor de HOBRI truck. Vanaf 1976 werden de auto's als GI-HO aangeduid. Deze trucks waren gebaseerd op 5-tons M-truck onderdelen. Het chassis was nieuw, de motor kwam van DAF. De bouw van deze trucks werd in opdracht van Gi-Ho BV uitgevoerd bij GINAF. Door de jaren heen onstond er zo een kleine serie speciale trucks.

Naast nieuwe trucks deed Gi-Ho ook aan revisie. Het zwaartepunt lag hierbij op alwiel aangedreven trucks, met als specialiteit trucks op 'zware REO' basis. Er zijn trucks die na revisie de naam GI-HO op de grille kregen aangebracht.

In 1985 gingen de twee oprichters ieder hun eigen weg. Beide bedrijven zijn nu nog actief in de vrachtautowereld.

Gazelle, Dieren

gazelle-1In 1892 stichtten postbode Willem Kölling en kachelsmid Rudolf Arentsen uit Dieren een rijwielhandel. In 1902 vervaardigden ze rijwielen onder de naam Gazelle. Kort nadien startten zij ook met de fabricage van motorrijwielen, die echter spoedig werd stopgezet wegens gebrek aan succes.

Lees meer: Gazelle, Dieren

Gatso, Haarlem 1947-1950

gatso-kwik-07-2De bekende Nederlandse rallyrijder Maus Gatsonides liet in 1939 een sportwagen bouwen op het chassis van een Mercury. De wagen werd gedeeltelijk door de carrosseriebouwer Schutter & van Bakel gebouwd en gedeeltelijk in zijn eigen garage. Hij noemde de wagen Kwik.

Lees meer: Gatso, Haarlem 1947-1950

F.T.F., Wychen

ftfF.T.F. (Floor’s Truck Fabriek) te Wychen bij Nijmegen. Oorspronkelijk een transportbedrijf uit Hilversum, later aanhangwagenfabriek. Sinds 1955 assemblage van Mack trucks. Vanaf 1966 eigen trucks met motoren van General Motors in de klasse van 200 tot 600pk, met laadvermogen tussen 12 en 30 ton. In 1974 werden 55 trucks afgeleverd.

Lees meer: F.T.F., Wychen

Eysink, Amersfoort

eysink-1Eysink, Amersfoort. Machine fabriek sinds 1886, later ook rijwielen en sinds 1899 automobielen tot 1919 (±325 stuks), daarna motorfietsen en na de oorlog bromfietsen. Faillissement in 1956 maakte een eind aan het bedrijf.

De geschiedenis van dit merk staat uitgebreid beschreven in het boek "Eysink. Van fiets tot motorfiets" geschreven door Vincent van der Vinne en uitgegeven bij De Bataafsche Leeuw, 2001, ISBN 90 6707 533 7

 

Links: De eerste productie Eysink met een 1 cylinder motor van eigen fabrikaat en een echt stuurwiel in 1899

 

Lees meer: Eysink, Amersfoort

Econoom, Amsterdam

Twee medewerkers van Spyker, de heren Hautekeet en van Assel, begonnen in 1910 een eigen garage- en reparatiebedrijf in een gehuurd pand aan de Van Ostadestraat 183 in Amsterdam. Een jaar later werd het pand te klein, waarna het bedrijf verhuisde naar een ruimer pand in het gebouw 'Velox' aan Hobbemastraat.

napier-19120913-veth

advertentie september 1912

Lees meer: Econoom, Amsterdam

D.M.F., Driebergen

Driebergse Motorrijwielen Fabriek, Driebergen.

Nederlandse fabriek van de voormalige coureurs Wim Nolthenius en Joop Verkerke. Zij wilden in 1940 motorfietsen onder de naam "Servo" gaan maken. Mogelijk om de Gemeente Driebergen te paaien (en zo een Hinderwet vergunning te krijgen) veranderden ze al snel de naam in Driebergse Motorrijwielen Fabriek.

Lees meer: D.M.F., Driebergen

DAF, Eindhoven

daf-1Begonnen in 1928 met de fabricage van stalen kasten en magazijnrekken. Daarna aanhangwagens en opleggers, kort voor de oorlog militaire voertuigen. Na de oorlog vrachtwagens en militaire voertuigen. Van 1958 tot 1975 ook personenauto’s. Nu alleen vrachtauto’s. Sinds 1996 eigendom van het Amerikaanse Paccar.

Lees meer: DAF, Eindhoven

Burgers, Deventer

Burgers-1In 1869 richtte Hendricus Burgers in Deventer de "Eerste Nederlandsche Fabriek van Vélocipèden" op. In 1896 bouwde hij de eerste motorrijwielen, gevolgde door een kleine produktie van enkele driewielige voertuigen met eigen motor en met De Dion motor. 

Links een advertentie uit "De Kampioen" van 7 juli 1899 waaruit blijkt dat er al in de zomer van 1899 enkele automobielen afleveringsklaar waren. Ook leverde Burgers losse motoren om zelf een twee- of driewieler te bouwen. De autoproductie was zeer beperkt en werd na enkele jaren gestopt.

Na de tweede wereldoorlog waren er plannen om de Duitse Brütsch in licentie te bouwen.

bron: website Burgers ENR

Lees meer: Burgers, Deventer

BMI, Bilthoven

Bilthovensche Metaal Industrie, Bilthoven 1934 - 1937

bmi-3

Ir. Beyermans, ingenieur bij Stork, kreeg in 1930 opdracht een verkoopbaar product te ontwikkelen om de werkgelegenheid te vergroten. Hij kwam met twee projecten, een scheepsdiesel en een rijwielhulpmotor. Stork koos voor de scheepsmotor. Beyermans begon toen voor zichzelf met de rijwielhulpmotor. Het 80 cc viertakt motortje werd op een damesfiets van Burgers uit Deventer gemonteerd.

Al snel bleek dat het blokje niet alleen als hulpmotor voor fietsen te gebruiken was: het werd toegepast als aandrijving voor invalidenvoertuigjes, voor werkkarretjes bij de Nederlandse Spoorwegen en als buitenboordmotor.

 








bmi-2

Er werd een licht motorfietsje voor deze motor ontwikkeld en later nog een 175 cc motorfiets. Helaas konden ze niet concurreren tegen de toen grootste motorfietsfabriek namelijk DKW met zijn RT modellen.

 

 

 

 

 

 

 

 

{gotop}

 

 

 

Copyright © Conam 2010-2017

All Rights Reserved.