Fabrikanten (beschrijvingen)

DAF, Eindhoven

daf-1Begonnen in 1928 met de fabricage van stalen kasten en magazijnrekken. Daarna aanhangwagens en opleggers, kort voor de oorlog militaire voertuigen. Na de oorlog vrachtwagens en militaire voertuigen. Van 1958 tot 1975 ook personenauto’s. Nu alleen vrachtauto’s. Sinds 1996 eigendom van het Amerikaanse Paccar.

Lees meer: DAF, Eindhoven

Burgers, Deventer

Burgers-1In 1869 richtte Hendricus Burgers in Deventer de "Eerste Nederlandsche Fabriek van Vélocipèden" op. In 1896 bouwde hij de eerste motorrijwielen, gevolgde door een kleine produktie van enkele driewielige voertuigen met eigen motor en met De Dion motor. 

Links een advertentie uit "De Kampioen" van 7 juli 1899 waaruit blijkt dat er al in de zomer van 1899 enkele automobielen afleveringsklaar waren. Ook leverde Burgers losse motoren om zelf een twee- of driewieler te bouwen. De autoproductie was zeer beperkt en werd na enkele jaren gestopt.

Na de tweede wereldoorlog waren er plannen om de Duitse Brütsch in licentie te bouwen.

bron: website Burgers ENR

Lees meer: Burgers, Deventer

BMI, Bilthoven

Bilthovensche Metaal Industrie, Bilthoven 1934 - 1937

bmi-3

Ir. Beyermans, ingenieur bij Stork, kreeg in 1930 opdracht een verkoopbaar product te ontwikkelen om de werkgelegenheid te vergroten. Hij kwam met twee projecten, een scheepsdiesel en een rijwielhulpmotor. Stork koos voor de scheepsmotor. Beyermans begon toen voor zichzelf met de rijwielhulpmotor. Het 80 cc viertakt motortje werd op een damesfiets van Burgers uit Deventer gemonteerd.

Lees meer: BMI, Bilthoven

Beers, Den Haag

Beers, Den Haag (1915-2004)

Naast de Beers Floating Tractors uit de jaren dertig, en de Handyvan van na WOII, zijn er nog meer vrachtauto's met de merknaam Beers. In de jaren 70 en 80 zijn er door Beers Scania's aangepast (o.a. assen bijgeplaatst) waardoor er een nieuwe typegoedkeuring vereist werd. De nieuwe merknaam werd hierdoor Beers.

In 1915 verwierf Adriaan Beers het importeurschap voor Büssing bedrijfsauto's. Vanaf het begin schatte de heer Beers het belang van een goede aftersales hoog in zodat naast het leveren van chassis ook de levering van onderdelen grote aandacht kreeg. In 1923 werd het leveringsprogramma uitgebreid met het Franse merk Chenard Walker, dat niet alleen vrachtauto's produceerde, maar ook personenauto's en tractoren. Op de Bedrijfsauto-RAI van 1925 werden de Franse voertuigen voor het eerst op een beurs getoond. De zaken liepen voorspoedig zodat het bedrijf al snel haar intrek nam in een nieuw onderkomen met een werkplaats. De eerste werkplaats met de naam Beers op de gevel was een feit. In de dertiger jaren verwierf Beers het importeurschap voor de Amerikaanse Diamond T trucks. Onderwijl waren de activiteiten voor de andere merken sterk teruggelopen. Eind jaren dertig bood het bedrijf werk aan 47 medewerkers, waaronder alle vier de zoons van de heer Adriaan Beers.

Lees meer: Beers, Den Haag

Bambino, Rotterdam

bambino-3Halverwege de jaren vijftig waren de z.g.n. scootmobielen populair, vooral in Duitsland. Daar was b.v. de Fuldamobil te bewonderen, een paaseivormige driewieler met een JLO tweetaktmotor. De Fuldamobil werd in Nederland geïmporteerd door de Rotterdamse verkooporganisatie Hostaco en als Bambino op de markt gebracht. Er waren plannen om bij Alweco, het moederbedrijf van Hostaco in Veghel, de Fuldamobil-Bambino te gaan assembleren, maar het faillissement van de Duitse fabrikant gooide roet in het eten. Daarop ontwikkelde men zelf de Bambino Sport, die op de RAI van 1957 als portierloze polyester cabriolet werd gepresenteerd. De reactie van het publiek maakte echter duidelijk dat het driewieler tijdperk verleden tijd was.

Lees meer: Bambino, Rotterdam

Story

Story 1940 10 24 iam

Autorijden was gedurende de Tweede Wereldoorlog slechts mogelijk met een rijvergunning, waardoor een groot deel van de autoproducenten en de van hen afhankelijke bedrijven overbodig werden. Het personeel van de Internationale Automobiel Maatschappij te Den Haag (bekend als importeur van onder andere de merken Studebaker en Hillman) bedacht een noodoplossing voor de benzineschaarste en ontwikkelde een driewielige trapauto. Na enkele vermoeiende proefritten werd de trapauto in september 1940 opgevolgd door een elektrisch aangedreven tweepersoons roadster. Men noemde het voertuig ‘Study’ met een beetje weemoed naar de vooroorlogse Studebaker, maar na bezwaren werd de naam omgedoopt in ‘Story’.

Lees meer: Story

Terberg, Benschop

Op 13 mei 1869 begint Johannes Bernardus Terberg een smederij in Benschop. In 1949 koopt Willem George Terberg een aantal Amerikaanse legervoertuigen uit de dump en bouwt die om voor civiel gebruik. Zijn zoons Goof en Ferdinand (Fep) bouwen het bedrijf verder uit. Sinds 1966 bouwt Terberg trucks onder eigen naam met DAF en Mercedes Benz dieselmotoren.

terberg-1951-05-bovag

advertentie mei 1951

 

Lees meer: Terberg, Benschop

Volvo, Born

Volvo, de Zweedse Volvofabriek, nam in 1975 de personenwagenfabriek in Born van DAF over. Ze bouwden daar de uit de DAF ontwikkelde kleine Volvo’s. Later kwam daar een nieuw type bij wat in samenwerking met Mitsubishi werd ontwikkeld. Tot 2012 was de fabriek geheel in handen van Mitsubishi en werden daar de Mitsubishi Colt en de SUV in uitvoeringen voor Mitsubishi, Citroën en Peugeot gebouwd.

Zie de uitgebreide geschiedenis op Wikipedia

 

W.V.T.

Een MAN bedrijfswagen waar door toevoegingen of veranderingen door Wierda een nieuwe typegoedkeuring werd vereist.

N.V. Netam, Rotterdam (auto's)

NETAM-4De firma Netam had voor de oorlog al een goede naam als bouwer van kippers en speciale opbouw op bestaand chassis en de bouw van opleggers en aanhangers. In de oorlog lag dat soort werk praktisch stil, daarom kreeg Ir. Stein de opdracht om elektrische voertuigen te ontwerpen voor goederen vervoer en personen vervoer. Hij kwam met twee wagens, een handig bestelwagentje en een goed uitziende kleine personenauto ze hadden een 3,6 pk elektromotor van Smit-Slikkerveer die gevoed werd met 12 accu’s van 6 volt elk. Het was de bedoeling dat de wagens later omgebouwd konden worden met een benzinemotor als er betere tijden zouden komen.

Lees meer: N.V. Netam, Rotterdam (auto's)

Aarts - Neerlandia

Aarts-portret-webAarts was gevestigd in Dongen (NB) en bezat daar een machine fabriek. De leiding van die fabriek was in handen van een zekere Adriani, iemand die kennelijk vóór zijn aanstelling bij Aarts in Frankrijk had gewerkt en daar studie had gemaakt van de automobiel industrie.
Aarts heeft rond 1899 vermoedelijk de hiernaast afgebeelde auto geproduceerd die was voorzien van een onbekende motor uit België. Het bleef vermoedelijk bij een proefrit en tot productie is het waarschijnlijk nooit gekomen.
Kennelijk wel succesvol waren de Aarts autobussen en vrachtwagens.
Na 1900 wordt er van Aarts niets meer vernomen.

Onderstaand artikel over Aarts werd geschreven door geschreven door Giel van Hooff.
(Eerder gepubliceerd in 'Verkeer en Vervoer in Brabant 1814-1940’ uit 2013 van Frans Kense e.a.)

1899 Neerlandia te Dongen: de eerste Nederlandsche Automobielfabriek

Net zoals bijvoorbeeld de stoomtrein en stoomwagen kwam ook het motorvoertuig uit het buitenland Nederland binnen. Maar ook hier gold: voorbeeld doet volgen. Inventieve en ondernemende binnenlandse producenten gingen al voor 1900 aan de slag en kwamen met een 'eigen' (dat wil zeggen grotendeels uit geïmporteerde onderdelen samengesteld geheel, een soort assemblage dus) product op de markt. De bekendste naam uit deze pioniersperiode is de firma Spijker, maar ook op Brabantse bodem was er rond 1900 een enkele automobielmaker. De meest raadselachtige is wel de firma Neerlandia te Dongen geweest, ook wel bekend onder de naam Aarts, naar de oprichter-eigenaar en drijvende kracht.

Lees meer: Aarts - Neerlandia

Electricit, Amsterdam ±1900

73-electricit

De eerste ”Electromobiel” uit de Nederlandsche Metaalwarenfabriek, een voorbeeld van innovatief ondernemerschap van een Amsterdamse fabrikantenfamilie in de tweede helft van de negentiende eeuw.

Door J.H. Scholte

Op dinsdag 23 mei 1899 konden genodigden en hun dames in het Velodrome, het gebouw van de rijwielschool Velox om half acht ’s avonds de eerste Electromobiel uit de Nederlandsche Metaalwarenfabriek bezichtigen. Het velodrome was in 1897 gebouwd, het was de grootste overdekte rijwielschool van Nederland. Hier werd bij slecht weer fietsles gegeven aan dames in elegante lange rokken en hoog gesloten blouses. Met gevaar voor eigen leven, op fietsen met een onhandig hoog wiel. De oefenhal had daarom gecapitonneerde wanden om tegen vallen te beschermen. Mevrouw Ella Molenaar van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis was zo vriendelijk om mij een kopie van de uitnodiging toe te sturen, vermoedelijk is dit het enige nog bestaande exemplaar. In het velodrome werd door de bestuurder van de Electromobiel zogenaamde ”evoluties” uitgevoerd. Het rijtuig reed achteruit, vooruit en bewoog zich in allerlei bochten, reed met een snelle vaart in op een groep personen. Bij de groep aangekomen verrichtte de bestuurder een zwenking. De makkelijke bestuurbaarheid werd als voordeel gezien op gewone wagens met paarden.

Lees meer: Electricit, Amsterdam ±1900

Copyright © Conam 2010-2017

All Rights Reserved.