Fabrikanten (beschrijvingen)

Kuipers, Grouw

In 1950 bouwde Jan Kuipers een auto van ski's

kuipers-grouw-1

kuipers-grouw-2

Jan en Anneke Kuipers stappen op 15 december 1950 op het Master Wielsmaplein in Grou in hun zelfgebouwde zilvergrijze driewieler.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

kuipers-grouw-3

 

 

 

 

 

 

 

 

Artikel hieronder bron: Heerenveensche Koerier, 15 september 1950

Jan Kuipers bouwde zijn eigen auto. Het lijkt wel een met straalaandrijving, duur, en toch.... goedkoop

Het klinkt een beetje ongelooflijk, dat een Grouwster jongeman een auto voor zichzelf zou hebben ontworpen en ook gebouwd. Maar we hebben het zelf gezien en we hebben met de constructeur een praatje gemaakt.

Men moet voor zoiets wel een hele speciale knobbel hebben en verder moet men ook maar zo in de gelegenheid zijn als Jan Kuipers dit was, hoewel dit laatste nog niet eens zo veel zegt, want er waren er méér, die dezelfde kansen hadden als hij en toch deden ze niet wat hij gedaan heeft.

Hoe het zo is gekomen, dat de heer J. Kuipers, thans machine-constructeur bij Halbertsma te Grouw, met de bouw van een eigen auto is begonnen, zullen we vertellen. Door omstandigheden heeft hij een stootje in die richting gekregen en dat was precies voldoende. Gedurende negen jaren heeft hij in de vliegtuigbouw bij Fokker gezeten, waarvan zeven jaren op de tekenkamer.

In die tijd, het was nog in de oorlogsjaren, heeft Fokker een opdracht gehad om vliegtuigen op'ski's te bouwen, waarmee de Duitsers in Rusland op de sneeuw zouden kunnen landen. Maar er kwam een tijd, dat dit niet meer nodig was en toen lagen daar een aantal ski's die er nooit voor in aanmerking zouden komen, om onder vliegtuigen gebonden te worden. Ze lagen daar maar. Afgekeurd !
Niemand bekommerde er zich om, dat het toch eigenlijk maar dure dingen waren, die ski's. Niet minder dan vijf duizend gulden aan arbeidsloon zat er in zon ding, maar ze waren er dan ook naar. Prachtig licht en toch o zo degelijk geconstrueerd. Maar ze waren afgekeurd en daarom werden ze onder het personeel verloot. Wie zo gelukkig was, kon er één op de kop tikken voor vijftig gulden. En de heer Kuipers was één van die gelukkigen.

„Ik dacht, ik maak er een auto van", vertelde hij ons. „Maar dadelijk kon ik nog niet met de uitvoering beginnen, want het was nog in 1943. Maar wel ben ik dadelijk begonnen met ontwerpen te maken, hoe die auto van mij er zou gaan uitzien. Hoe vaak ik intussen die ontwerpen veranderd heb, dat weet ik niet eens meer", lachte hij. „In het begin heb ik er wel over gedacht om de zaak met voor-
wielaandrijving op te lossen, maar dat werd me te duur, in verband met de motor. En toen liep ik dan ruim twee jaren geleden tegen deze H.D.-motor aan. Die was nog best en met frame en al behoefde ik er niet meer dan honderd gulden voor te betalen. Trouwens, het frame heb ik later weer verkocht voor zeventig gulden, zodat de motor mij eigenlijk maar op dertig gulden staat.
Vóór heb ik nu een as met wielen uit een Lancia-racewagen met een speciale telescoop-vering en achter in het midden onder de wagen zit maar één wiel, dat door middel van een ketting met de motor is verbonden. De motor is nu dus achter de zitplaats en geheel in een kast opgeborgen en dit bracht voor mij wel enkele moeilijkheden mee, wat de koeling betreft. Maar die heb ik, zoals de practijk reeds heeft uitgewezen, geloof ik heel goed opgelost. Aan weerszijden van de auto heb ik openingen gemaakt, waar tijdens het rijden de lucht instroomt. Staat de wagen echter stil, dan heb ik nog een goede aanvoer van koele lucht, want ik laat de warme verbrandingsgassen uitstromen in een kanaal en door de vorm van deze ejecteur bereik ik, dat daar een soort vacuüm ontstaat, die de koude lucht aanzuigt.

De achtervering is iets speciaals. Die heb ik gemaakt van staartwielen van een vliegtuig (de veren heb ik hier horizontaal geplaatst) zodat ik een vering heb naar het gewicht dat gedragen moet worden. Hoe goed die vering is, kunt u afleiden uit een opmerking van mijn vrouw, toen we op die slechte binnenweg naar Akkrum reden. Zij zat toen nog niet op een stoeltje, maar gewoon op de bodem. Ze zei: „je voelt de weg absoluut niet!" Dat was het eerste grote plezier dat ik van de auto had en zij misschien ook wel, want zij heeft me de laatste twee jaar bijna nooit een avond thuis gezien! Zet er maar bij: „zij heeft zich meer voor deze auto moeten opofferen dan ik".

De versnellingshandel aan het stuur is een bedieningsorgaan uit een vliegtuig en de handrem ook. Er zit trouwens nog wel meer van vliegtuigen aan. Zo bijvoorbeeld het chassis. Dat is eigenlijk; van oorsprong een aluminium bommenrek.

U zult wel denken, zei de heer Kuipers, het is voor de helft een vliegtuig en dat is eigenlijk ook zo. Maar daardoor kon ik ook zo goedkoop! Na de oorlog werden de vliegtuigwrakken door de slopers opgekocht. Daar ben ik toen gaan zoeken naar wat ik zou kunnen gebruiken. Tenslotte had ik een hele bakfiets vol. Toen ik vroeg wat ik moest betalen (het was dadelijk na de bevrijding) zei hij: „ach jog, neem maar mee, geef me maar eens een pakje sigaretten". Die heeft hij gehad, 't Kostte mij toen een tientje. Maar een auto maken is een rare geschiedenis, dat kan ik U wel vertellen. Als je eerst de grote dingen hebt, dan wordt je enthousiast, want dan denk je, dat je er bent. Maar dan ben je er nog lang niet! Het geld gaat in dingen zitten, waarop je eerst niet hebt gerekend. De wielen, de banden, de richtingaanwijzers, de koplampen, een asbakje, een dingetje dit en een dingetje dat en dat zijn nu juist de kostbaarste dingen aan mijn auto. Nu moet ik nog het glas hebben voor de voorruiten en gedeeltelijk ook voor de overkapping. En dat is ook weer een kostbaar iets. Wanneer ik het werk niet meereken (en dat doe ik natuurlijk niet, want tenslotte was dit voor mij een hobby) dan komt mij de hele auto kant en klaar op ongeveer achthonderd of negenhonderd gulden. Maar dan heb ik ook mijn eigen auto, waarvan ik alles maar dan ook alles weet, die tegen een stootje kan en zoals er geen andere op de wegen is te vinden. Die één op veertien loopt en — als het nodig is — wel honderd kilometer per uur!" Helemaal af was de auto, toen wij er de vorige week waren, nog niet. De kap moest nog in orde, de ruiten moesten er nog in en tenslotte moest de heer Kuipers de auto nog spuiten. lets groens moest het zijn, vond hij, liefst een gedekte kleur, want de vorm was naar zijn mening alleen reeds opzichtig genoeg. Gelijk heeft hij. En toch hoeveel mensen zullen hem zijn kostelijk bezit niet benijden? We kunnen ons tenminste wel voorstellen, dat mevrouw Kuipers nu ook wel vrede zal hebben met de hobby van haar man, al waren haar avonden dan ook vaak eenzaam.

 

Artikel hieronder bron: Leeuwarder Courant, 28 oktober 1999

Jan Kuipers is geboren in Wolvega. Zijn vader is slager. Jan is enorm technisch en gaat werken als constructeur bij Fokker in Amsterdam. Daar leert hij Anneke kennen. Samen gaan ze naar Grou waar Jan als tekenaar bij houtfabriek Halbertsma in dienst treedt.

Bij Fokker koopt Kuipers in de oorlog voor f. 50 een van houten latjes vervaardigde vliegtuigski. Fokker maakt er vijftig stuks. Ze zijn bestemd voor Duitse vliegtuigen die ermee moeten landen in de Russische sneeuw. Om onduidelijke duidelijke redenen wordt de order op het laatste moment ingetrokken. Fokker zit dan wel met de vijftig ski's die per stuk aan research en fabricage f. 5000 kosten. De ski's worden via loting aan het personeel verkocht. Sommigen bouwen er later bootjes van, Jan Kuipers een auto maar de meesten worden in de hongerwinter van 1944 in de kachel opgestookt.

Kuipers gaat pas met de bouw van de auto aan de slag als hij klaar is met de meubeltjes voor hun huis. Dat is Anneke's voorwaarde waarde bij hun huwelijk.

De driewieler wordt gebouwd in een loods van Halbertsma. De ramen van plexiglas buigt Kuipers koud. De spaakwielen komen van een Lancia Lambda. Voor de aandrijving zorgt een luchtgekoeld 750 cc Harley-Davidson motorblok. Vandaar de grote luchthappers aan de zijkanten. Linksachter aan de auto zit een kickstarter. Hij kan niet achteruitrijden. Portieren heeft de auto niet. Er moet van bovenaf ingestapt worden. De auto heeft twee zitplaatsen voorin en een achterin Als er kinderen komen wordt de stoel achterin vervangen door een wieg. Als het oudste kind groter wordt komt er voorin een klein stoeltje bij.

Kuipers solliciteert op een gegeven moment bij DAF in Eindhoven. Als ze daar zijn auto zien heeft hij meteen een baan. Het gezin verhuist naar Eindhoven. De driewieler wordt na tien jaar trouwe dienst wegens geld- en ruimtegebrek met pijn in het hart naar de sloop gebracht.

Anneke Kuipers (74) woont nog steeds in Eindhoven en vertelt dat haar inmiddels overleden man na DAF bij Phillips is gaan werken. Haar zoon en dochter wonen in Amsterdam. Ze herinnert zich nog dat ze eens met hun autootje op de Afsluitdijk werden aangebonden door de politie. Een van de agenten vroeg Jan naar zijn papieren. De andere agent zei tegen Anneke: "Er is niets hoor, maar we wilden hem graag even van dichtbij zien."

 

Met dank aan Jac. Stienstra, Beetstersweach

 

{gotop}

 

Copyright © Conam 2010-2017

All Rights Reserved.